IM013 BROEDER FIDELIS (JOANNES DEKKERS)

013 BROEDER FIDELIS (JOANNES DEKKERS)

Geboren te Breda : 07 – 07 – 1841
Ingetreden : 07 – 04 – 1867
Inkleding : 28 – 09 – 1867
Professie : 29 – 09 – 1869
Overleden te Huijbergen : 02 – 10 – 1898

Broeder Fidelis was zeer devoot. Was een tijd van zijn leven de Vader voor de weeskinderen.
De laatste jaren van zijn leven maakte hij zich zeer verdienstelijk door voor de weeskinderen petten te maken.

Van deze broeder Fidelis schijnt ook zelfs onder de oudere broeders maar heel weinig meer bekend te zijn.
Hij was 26 jaar toen hij intrad in de Congregatie. Volgens betrouwbare bronnen was hij buitengewoon godsdienstig en devoot aangelegd, een echte bidziel. Ook schijnt hij zwak van gestel te zijn geweest, dikwijls ziek, zodat hij geen zware bediening kon uitoefenen.
Het grootste deel van zijn kloosterleven, is hij “wezenmoeder” geweest, d.w.z. hij zorgde voor de kleren van de weesjongens, voor het onderhoud van de slaapzalen, verzorgde de zieke weeskinderen en knapte duizenderlei kleine karweitjes op. Door de onhygiënische behuizing en de armelijke omstandigheden, waaronder de weeskinderen toen moesten leven heeft deze taak van onze zorgzame broeder Fidelis toch we1 heel vaak grote offers van de natuur geëist.
In zijn vrije tijd hield hij zich onledig met het vervaardigen van petten voor de weesjongens, zo weet een oudere Broeder nog te vermelden. Met deze schaarse gegevens omtrent de persoon en het werk van broeder Fidelis zal het nageslacht het dan moeten stellen.

Broeder Fidelis kwam uit Breda en was van zeer nette familie. De Firma Gebroeders Dekkers, “Kachelsmid en Brandkastenfabrikant”, was en is in Breda en op vele andere plaatsen zeer gunstig bekend. Deze broeder was pettenmaker van ambacht, een groot deel van den dag bracht hij al naaiende op de kleerzaal door. Ook zorgde hij voor de aangelegenheden der weezen.
Als ijverig lid van de H. Familie (te Breda) dat hij zich in Breda leeren kennen en daaraan schreef hij zijne roeping tot het religieuze leven toe. In zijn jonge jaren was hij eens uit een boom gevallen, dientengevolge was zijn rug niet meer normaal; hij stond enigszins scheef en vertoonde een bult.
Op de spreekdagen had broeder Fidelis het erg druk. In de recreatietijd en op spreekdagen ging het er dan op de kleermakerij druk aan toe. Drie kleermakers zaten op tafel te naaien of deden het naaimachine rammelen, daarnaast zaten twee schoenmakers die met hun hamers het leer bereidden, een boekbinder zette een ingenaaid boek tusschen de klem, de pettenmakersstem klonk boven alles uit en nog 6 kweekelingen moesten daar eten en hun studiewerk verrichten. Daarin is in alle opzichten verandering gekomen, maar het heeft lang geduurd eer alles in orde was.
Zijn gebrekkig gestel is zeker oorzaak geweest van een borstkwaal, waaraan hij 2 Oktober 1898 overleed.

Bronnen: – Geschriften van Br. Pacificus
– N.N.