IM023 BROEDER BERNARDUS (GERARDUS FENS)

023 BROEDER BERNARDUS (GERARDUS FENS)

Geboren te Breda : 25 – 03 – 1837
Ingetreden in de Congregatie : 04 – 10 – 1858
Inkleding : 01 – 05 – 1859
Professie : 30 – 09 – 1863
Overleden te Huijbergen : 22 – 05 – 1909
Begraven op het kloosterkerkhof.

Nog zo’n pionier uit de beginperiode van onze Congregatie.
Pas 21 jaar was deze Bredanaar, toen hij in 1858 intrad. Opmerkelijk jong dus voor die tijd. Ook hij bereikte een gezegende ouderdom, al heeft hij van zijn 72 levensjaren er ongeveer dertig sukkelend doorgebracht. Hij leed n.l. aan een zenuwziekte, de St. Vitusdans, waar later nog suikerziekte bij kwam.
Vrij plotseling is hij in 1909, nog voorzien van het H. Oliesel, gestorven op 72 jarige leeftijd.

In zijn gezonde kloosterjaren was broeder Bernardus meubelmaker.
Hij was een bekwaam vakman en het was allemaal handwerk. Van machines was toen op St. Marie nog geen sprake. Zowel voor de kapel als voor de spreekkamers maakte hij zeer mooie meubelstukken. Naast dit timmermansvak had broeder Bernardus echter ook nog verschillende andere vertrouwenspostjes. Zijn meest geliefde baantje was dat van koetsier. Als de passagiers die naar het station Esschen moesten worden gebracht, op de plaats van bestemming waren, en de koets terugkeerde hield het trouwe paard instinctief halt bij het bekende “Stamineeke” van Anton Lambrechts vlak bij de overweg. Alle Huijbergse broeders waren daar altijd van harte welkom. Nog sterker: het was voor hen een morele verplichting om bij Anton aan te leggen en er gratis een stevige pint bier te drinken. Verfrist door het geestrijke vocht en opgefleurd door het sappige Vlaams van de spraakzame Anton aanvaardde broeder Bernardus met zijn “galopperend” paard dan weer de terugtocht naar de Huijbergse zandwoestijn.
Maar ook thuis op Ste. Marie kreeg broeder Bernardus regelmatig volop gelegenheid om zijn dorstige keel te smeren, met een zachte, zalvende, zoete drank, nog lekkerder dan het schuimende bier bij Anton te weten: wijn!!
Hij was n.l. zoiets als “Bisschoppelijke wijnkeurmeester’!!
Het Bisschoppelijk Instituut Ste. Marie fungeerde in die jaren als opslag¬plaats van de miswijn voor het hele bisdom Breda. Wijnhandelaar Frencken uit Oosterhout liet die wijn in grote vaten naar de kelder van Ste. Marie transporteren en op geregelde tijden kwam dan een knecht van deze firma de belegen wijn bottelen. Enkele uitverkoren Broeders waren hem daarbij behulpzaam. Alleen fijnproevers, en Br. Bernardus was van die keurmeesters altijd de hoofdpersoon. Zijn oordeel was doorslaggevend. Had deze rituele keuring dan plaats gehad, dan moest Broeder Bernardus op elke afgetapte fles een stempel drukken als een waarmerk van prima kwaliteit.
Ook broeder Bernardus had het voorrecht een eigen kamertje te hebben, dit in verband met zijn ziekte en hij mocht ook meer roken. Zijn gouden professiefeest heeft hij nog mogen vieren.

Bronnen: – N.N.