IM054 Broeder Angelys Rijken

054 BROEDER ANGELUS RIJKEN

Geboren te Princenhage : 23 – 09 – 1863
Ingetreden : 04 – 07 – 1890
Inkleding : 08 – 09 – 1890
Kleine Professie : 27 – 08 – 1892
Grote Professie : 01 – 09 – 1894
Overleden te Haaren : 18 – 06 – 1931
Begraven op het kloosterkerkhof te Huijbergen

Broeder Angelus was de eerste Overste te Hulst en later ook de eerste te Haaren en meerdere malen belast met de ziekenzorg.
Ik (Br. Lucianus Bastiaansen) weet niet veel van hem te vertellen. Ik heb hem altijd gekend als een vriendelijke mens en zeer proper. Wat hij gedurende zijn leven zoal gedaan heeft, weet ik eigenlijk niets van. Ik heb hem pas leren kennen, toen hij op Ste. Marie ziekenbroeder werd. Dat is zowat van 1914 tot 1917. In April 1917 heb ik deze bediening van hem overgenomen.
Ik wist wel dat hij het toen niet meer aankon. Geen wonder ook. Hij is toen in April 1917 als eerste groepsleider van de nieuwe Kweekschool in Breda aangesteld. Ik heb wel gehoord dat de Broeders in Haaren veel van hem hielden om zijn goedheid. Ook de mensen in het dorp hielden veel van hem, ook al om zijn hartelijkheid. Van zijn ziekte weet ik niet veel. Ik geloof dat hij een nierpatiënt was. Hij is ook nog een tijdje in het ziekenhuis in Tilburg verpleegd.
.
Br. Angelus zelf wist te vertellen hoe hij regelmatig werd ingeschakeld bij het openen van een nieuw succursaal. Toen hij in Oosterhout moest beginnen was daar de voordeur nog niet klaar en lag op de beste kamer de houten bril nog niet op de stenen ondergrond.
Het moet ook in die tijd geweest zijn dat de Broeder Overste bij het ontvangen van de Vincentiusheren bezwaar maakte tegen de kopjes met oren, die geschonken waren. Een der Heren, ik geloof dat het Peer van Etten was, wist de situatie te redden door met de pook van de kachel de oortjes te verbrijzelen waardoor de kopjes pasten bij de armoede. Hij moest ook in Hulst begonnen zijn. Want daar had hij het ook wel eens over, maar ik herinner mij geen bijzonderheden. In 1917 was hij de man die ook de kweekschool in Breda mee installeerde.

In 1927 arriveerde hij in Haaren om daar in het latere veldwachterhuis bij de school ons klooster te stichten. Daar had het oude schoolhoofd, meester Reijnen, gewoond. Het was zijn taak om huisraad aan te schaffen en de vertrekken in te richten. Bij Heesters, Papen en van den Nieuwelaar had hij al gauw goede adressen en schilder Husstege kreeg als enige schilder al gauw de Broeders als klant. Ik weet niet of het klokje met de “Draaiende slinger” als cadeau: van Husstege nog bestaat.
De kamer naast de voordeur rechts werd kapel, de kamer aan de schoolkant spreekkamer. Daar tegenaan lag de keuken waar Br. Engelbertus in de bedstee sliep en daar naast, aan de tuinkant was de refter voor ons zessen: Angelus, Engelbertus, Cassimirus, Adelbertus, Beatus en ik (?). Boven op zolder waren twee slaapkamers. Verder werden er ruimten afgeschoten voor de drie overigen met jute boven de schoolklassen. Een klokkentoren was er niet, maar regelmatig werd er toch geluid door middel van de ijzerdraad aan het belletje van de voordeur. Br. Angelus heeft goed zijn best gedaan voor het inrichten van het tweede huis, dat in de verschrikkelijk barre winter van 1928 betrokken werd. Toen het voorjaar losbrak (in Maart vroor het nog flink) kon hij zijn hart ophalen aan de tuin, waar oude fruitbomen en brandnetels hem stonden op te wachten. Met grote voortvarendheid zette hij zich aan het werk en na drie jaar is hij er in geslaagd de laatste brandnetels te verwijderen. Met het advies van de vele Broeders, vrienden en van kweker Kuypers heeft hij de tuin herschapen tot een lusthof, waar vele vruchten uit voortkwamen en de koude bakken allerlei vruchten leverden. Het was een heerlijke tijd voor Angelus, die ook met de door velen wat gevreesde Pastoor van den Broek goed kon opschieten. Het huis werd keurig door hem onderhouden.

Bronnen: Broeder Lucianus en anderen.
054ab Angelus de Rijken