070 BROEDER EUSTACHIUS VAN LIESHOUT
Geboren te Volkel : 09-11-1881
Kleine Professie : 25-08-1900
Grote Professie : 30-03-1902
Overleden te Hulst : 26-12-1938
Br. Eustachius heeft inderdaad jaren hard gewerkt onder de naam van Frére Stas; zoals de pensionairen hem in die tijd noemden. Het was nog in de tijd dat op het pensionaat alles zoveel mogelijk Frans spreken moest zijn. Onder de jongere generatie van de broeders had hij de bijnaam van het joodje,dat kwam dat zijn enigzins grote neus opviel. Ik kan hem nog goed voorstellen als een vlug en kwiek mannetje.
Je zout niet aan, hem zeggen dat de goeie man een zwaar kruis te dragen had. Er staat niet voor niets op zijn bidprentje;”Ik zal hem verbeiden,Hem die mij verlost heeft van de kleinmoedigheid en stormen” Bij grote feesten op het pensionaat zoals plechtige eerste H. Communie, plechtige prijsuitdeling enz. enz. was het in dien tijd declamatie, muziek en zang, maar ook gymnastiek op het toneel. Dat: laatste behoorde onder het gebied van Frére Stas. Nu dat was hem wel toevertrouwd ook. We hebben toen echt genoten van het marscheren van die knapen in leuke kostuums met vlaggetjes in de eene hand op de tonen van de muziek.
Van de mooie standen,die ze vertoonden enz. Alles oogsten onder het publiek een geweldig applaus. Toen hij op latere leeftijd nog naar Hulst verplaatst werd zal dat wel geweest zijn om de goeie man het wat rustiger zou hebben.
De fleur was er af bij Frére Stas. Was voor zijn tijd versleten. Die plotselinge dood op 57 jaar zegt genoeg. Moge hij nu van de eeuwige rust genieten,die rust,die hij op aarde niet vinden kon.
Br. Lucianus Bastiaansen.
Br. Eustachius van Lieshout. Een klein fel baasje met zwarte haren en een wat gebogen neus. Een van zijn oren was dik gebleven na een tocht door de felle winterkou in 1920.
Hij stond vele jaren aan het pensionaat waar hij Frére Stas heette.
Zijn liefste werk was gymles geven en als er in Huybergen een u1tvoering was, dan moest zijn club steeds optreden. Het klapstuk was dan een standje op de brug, waarbij een of meer knapen in de top met uitgestrekte armen de top vormden. Heel wat jongens zijn daardoor op de foto gekomen.
Toen de houten pijpen niet meer taboe waren had Fr. Stas een grote kromme, die hij nogal eens stopte.
Bij de vakantieschool in Amsterdam was hij ontzettend actief. Hij had geen rust voor jongens stram in de rij over de onmetelijke,witte zandvlakte konden marcheren. Zijn glorie was dan aan de kop van de rij de jongens te commanderen.
Later is Eustachius naar Hulst verplaatst waar hij ook verbonden was aan het patronaat. Het is wel eens gebeurd,dat men hem in de gang vond liggen en toen hij opstond zei hij; “het is niks hoor,ik ben weer in orde.” Maar op de 2e Kerstdag op weg naar het lof in de basiliek zonk hij op de straat weer ineen en is toen niet meer levend opgestaan.
???