IM071 BROEDER MASSEUS – ADRIAAN HOFKENS

071 BROEDER MASSEUS – ADRIAAN HOFKENS

Geboren te Bavel : 27-04-1891
Ingetreden : 10-09-1907
Kleine Professie : 01-06-1910
Grote Professie : 31-12-1911
Overleden te Bergen op Zoom: 12-02-1941

Voor het verschijnen van “Leer en Leven” schreef een onzer o. m.:
” En ……eenmaal zal ons leven sluiten met een kort bericht in datzelfde tijdschrift.” Niemand onzer zal er aan gedacht hebben, dat we juist over het afsterven van Br. Masseus het eerst moesten schrijven. Voor velen is het berioht van zijn overlijden een onverwacht nieuwsbericht, geweest.

Even “zakelijk” als heel zijn leven, even “zakelijk” :is ook zijn afsterven geweest. Ongemerkt a.h.w. is hij naar O.L.Heer gegaan, maar … niet met ledige handen is hij daar verschenen; uitgeput naar het lichaam hield hij tot het laatste ogenblik die lamp brandende -vast – goed voorzien van olie.
Nog ligt hier: een “wettelijk” model voor me, twee dagen voor zijn dood in orde gebracht en opgezonden. Het ligt hier als een symbool van zijn leven, dat was een model-van-formaat, gekenmerkt door eenvoud, stiptheid. zorgzaamheid, toewijding en religieuze deugd.
Hij leefde zijn stille religieuze leven zonder op de voorgrond te willen treden, maar in nauwgezette plichtsbetrachting.
In zijn eenvoud en bescheidenheid schreef hij voor enkele maanden: “Tussen alle artikelen in Leer en Leven passen geen bijdragen van mij, maar wel hoop ik mijn voordeel te doen met wat daar geboden wordt – met die wenken, die zullen gegeven worden over de toepassing van verschillende artikelen der wet.”Stiptheid vooral kenmerkte hem -man van die klok- bijna spreekwoordelijk:

Op voorschrift van de dokter moest hij veel buiten zijn. elke avond, weer of geen weer, maakte hij zijn trip op de “boulevard” te Bergen op Zoom en als hij dan in de recreatie kwam, was het kwart voor negen. Geen klok kon beter de juiste tijd aangeven.

Stipt in al zijn schoolzaken, stipt in zijn schooladministratie. Altijd mooi op tijd kwamen zijn “modellen” binnen, ingevuld met een accuratesse, die elke controle overbodig maakte.
Zeker – wij bidden thans voor zijn zielerust, gelijk wij dagelijks bidden voor onze afgestorven medebroeders, maar onwillekeurig komt de gedachte in ons op, zo juist uitgedrukt op zijn doodsprentje: ” Wie in het kleine getrouw is, zal ook in het grote getrouw bevonden worden. Dit is onze roem, de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoud des harten, in oprechtheid en Gods genade verkeert hebben in deze wereld.” Moge zijn voorbeeld ons sterken in stipte vervulling van onze religieuze plichten om veel te kunnen werken, aan het heil van de kinderzielen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

Leer en Leven 1941 aflevering No. 3