073 BROEDER ELIGIUS (CAMIEL DUINKER)
Geboren te Hoofdplaat : 21 -12- 1878
Ingetreden : 17 -09- 1900
Ink1eding : 18 -11- 1900
Eerste Professie : 30 -08- 1902
Grote Professie : 27 -08- 1904
Overleden te Oud-Gastel : 25 -09- 1942
Br. Eligius Duiker was in zijn jonge tijd onderwijzer geweest in Hoofdplaat en was daar zelfs naar ik meen directeur van de harmonie. Ik denk, dat hij en Br. Marius de twee enigen zijn die niet langs de kweekschool zijn ingetreden. Behalve de gebruikelijke akten behaalde hij een akte voor Gymnastiek en wiskunde. Al vroeg werd hij leraar aan de pas opgerichte St. Franciscus Kweekschool te Bergen op Zoom. Al gauw werd hem daar ook de leiding der novicen toevertrouwd (1906 – 1909). Eligius was een man, die precies zijn lessen voorbereidde en niet de minste ordeverstoring duldde. Trouwens,we waren er allen bang van. Hij hield van eenvoud en kon niet uitstaan, dat men “werelds” was of deed. Wee de knaap met glimmende kuif of iets anders dat “wuft” was. Hij haalde graag de tekst aan: “Liever had ik hier een geur van knoflook”.
Wij kregen in die tijd voor elke misdaad een strafpuntje (soms meer) en als hij dan op Zondag in de spreekkamer zat, stonden we in het biljartzaaltje met angstig hart onze beurt af te wachten. ’s Morgens voor de H. Mis wandelde hij over de speelplaats en kon dan zien wie er over het raam van de slaapzaal de stad in keek. Als de Dirk er was, heerste overal verplichte rust. Wat bij de eerste ontmoeting opviel was dat hij steeds met een oog knipte. Als hij sprak was het met duidelijke articulatie.
Wat hierboven staat moet men niet beschouwen als kleinerend, want Eligius verdient geacht te worden als een zeer goed mens en goed leraar, waar we veel aan te danken hebben. Toen we in de 4e cursus spreekbeurten moesten vervullen heeft hij er eens een voorgehouden over “Idealen”. Daar sprak toen wel heel duidelijk zijn grote liefde voor het religieuze leven en de taak als opvoeder. Het gemengde gezelschap van internen en externen meende hij gevaarlijk voor het behoud van eventuele roepingen tot de congregatie, maar hij moest er genoegen mee nemen vanwege het aantal leerlingen dat nodig was voor subsidie.
Toen de kweekschool naar Breda verplaatst werd bleef hij steeds de man met hetzelfde gezag. Van Breda uit heeft hij ook nog les gegeven aan de hoofdaktecursus te Bergen op Zoom.
Een tijd lang heeft hij van Breda uit ook nog het lidmaatschap van het Hoofdbestuur mee uitgeoefend, (1921 – 1939) maar het zal voor hem wel een bevrijding zijn geweest, toen hij naar Huijbergen kon gaan (1929) en daar de voorbereidende klas (of was het een gedeelte van de kweekschool) voor zijn rekening nemen. Hij is die tijd veel veranderd. Hoe is het anders mogelijk dat Jan Lesger (Br. Chrysanthus) later het wagen kon om het koord van Br. Eligius -het koord met de drie knopen- met een punt in de inktkoker te stoppen? Br. Eligius was niet langer gevreesd, maar ieder had hem hoog staan. Hij was een wijs en voorzichtig raadslid in de moeilijke laatste jaren van Br. Silvester op Alverno. Toen zaten ook nog in de raad: Br. Silverius(Vicaris), Br. Amandus en Br. Cyrillus.
Om niet altijd genoodzaakt te zijn over bestuurszaken te spreken had men Br. Engelbertus als huisgenoot in de refter van het bestuur genomen. De oorlog dreef de broeders in Huijbergen weg en in Oud-Gastel vond het juvenaat een gastvrij onderdak bij de Broeders daar.
Br. Eligius heeft de tocht naar de Broeders van den Schepper in Gastel meegemaakt. Hij heeft echter de terugtocht naar Huijbergen niet meer kunnen meemaken. Na een operatie is hij overleden in het ziekenhuis te Oud-Gaste1. Br. Philippus gaf als donor graag nog bloed om Br. Eligius te redden, maar het heeft niet mogen baten. In de Pedagogische Academie te Breda zag ik nog vaak Br. Eligius zijn portret en dan dacht ik telkens: “wat zou hij nog willen zeggen”?
De wijze man.
Bronnen: N.N.