IM074 BROEDER GODEFRIDUS (JACOBUS DE JONG)

074 BROEDER GODEFRIDUS (JACOBUS DE JONG)

Geboren te Hoogerheide : 26 -08- 1879
Ingetreden : 21 -06- 1895
Eerste Professie : 01 -08- 1897
Grote Professie : 26 -08- 1899
Overleden te Hoogerheide : 19 -02- 1943

Broeder Godefridus uit Hoogerheide, was een gezellig mens, zolang hij nog in goede doen was. Hij heeft in Huijbergen gestaan en ook in Bergen op Zoom aan de lagere school. Hij gaf toen ook les in scheikunde aan de kweekschool, want hij was bevoegd in land- en tuinbouw. De lessen van Br.Godefridus waren op zaterdagavond. Dat was wel een laat slot van de week, maar de lessen waren niet ongezellig. Godefridus hield van een grapje, de proef lukte soms ook niet maar we kwamen de tijd door. Het lakmoespapiertje werd wel rood of blauw, soms siste het dekseltje waar wat op moest branden, soms moesten de ramen open en de deuren vanwege de stank of liepen de leerlingen rond met een flesje dat spuiten kon, of kwamen gloeiende strepen op de vloer vanwege fosfor uittrappen.
Godefridus had een gladde schedel en toen hem eens werd gevraagd of naast de zon ook de maan invloed had op de assimilatie van de planten zei hij: “Ga de maan maar zoeken”. Er uit gestuurd worden wou zeggen: naar de Dirk gaan om het te melden. Het was een kunst om de Dirk daar te gaan zoeken, waar men vermoeden kon dat hij niet zou zijn. Toen terug naar de klas met de boodschap: “Ik kan de Directeur niet vinden! Ik heb je gezegd dat je de maan moest zoeken! Nou had Br. Eligius, de directeur, al even weinig haren of nog minder dan Godefridus. Een luid hoera steeg uit de menigte op. En Br.Godefridus zei: Ga er maar niet naar toe. De broeder heeft de middelbare akte L. T. gehaald en is toen verbonden geweest aan de middelbare landbouwschool in Hulst. Daar had hij zijn weer. Hij kon de boeren af om naar de paarden te kijken en alles wat het vak nog meer meebracht.

Helaas is toen een periode gekomen, dat de geest in de war raakte. Men heeft heel wat zorgen met hem gehad, zodat hij uiteindelijk in Heerlen en later in Dongen moest verpleegd worden. Hij had dagen dat hij niet at omdat hij meende een straf te ondergaan wegens gulzigheid. Hij tekende een maag met een zwarte plek er in waar dat te veel aan voedsel zat. Hij durfde niet meer naar de broeders komen, maar Br. Engelbertus heeft het zo ver gekregen, dat hij eens in Oosterhout kwam. Toen is het weer wat bijgedraaid.

Na enige jaren weer terug naar Huijbergen daar maakte zich zeer verdienstelijk door de aanleg van het Theresiabos. De eene laan na de andere werd aangelegd en het grote Theresiabeeld getuigt nog steeds van zijn dankbaarheid. Allerlei soorten bomen plaatste hij er in. Hij legde de vijvers aan waarbij de weesjongens hem graag behulpzaam waren en kweekte er de gele toorts die dreigde uit te sterven. Later zou het grotendeels worden verwoest door de Duitsers.

Godefridus bleef een dokterspatiënt en bij een van zijn bezoeken in Hoogerheide aan Dr.v.d.Kar is hij in de spreekkamer overleden.