IM075 BROEDER WINFRIDUS (JOSEPHUS CHR. J. VAN DAL)

075 BROEDER WINFRIDUS (JOSEPHUS CHR. J. VAN DAL)

Geboren te Tilburg : 01 -03- 1892
Ingetreden : 29 -08- 1908
Eerste Professie : 01 -01- 1910
Grote Professie : 25 -05- 1913
Overleden : 23 -04- 1943

Broeder Winfridus was een zeer bekwaam directeur van de zang. Hij maakte er zeer veel werk van zodat het Broeders- en jongenskoor voor de dag kon komen.

Broeder Winfridus stond aan het Pensionaat te Huijbergen.
Hij leed aan een maagkwaal en overleed ten gevolge van een noodzakelijk geachte operatie.

Omdat ik altijd met Br. Winfridus heb samengeleefd kan ik er wel wat meer van zeggen als er van hem in de album staat. Ik ben er zelfs nog een half jaar mee in het noviciaat geweest. Van toen af leerde ik hem al kennen als een echte vrolijke jongeman. Toen in 1921 de eerste broeders naar de missie in Borneo gingen gaf hij zich ook op voor de missie.
Hij werd benoemd voor de missie, maar moest zich eerst door de dokter laten keuren, omdat hij toen al dikwijls last had van maagpijn. Dit gebeurde in die tijd nog eenvoudig. Dr.Wouters uit Esschen werd geraadpleegd en die raadde voorlopig af om naar de missie te gaan. Als het beter werd met de maag kon het altijd nog. Het was een harde slag voor de man. Die beterschap is nooit geheel meer gekomen. Tot aan zijn dood bleef het een maagpatiënt. Er waren ook wel tijden dat het beter ging.
Hij was een man met een vurig karakter vol werklust. Ondanks zijn bijna voortdurende maagpijn werkte hij hard als leider van de kerkzang. Daar heeft hij werkelijk al zijn krachten aan gegeven. De ouderen onder ons herinneren nog wel de prachtige muziekmissen op hoge feestdagen. Dat klonken als een klok. De zangrepetities en uitvoeringen riepen natuurlijk ook veel spanningen op. Het is meermalen gebeurd dat vlak voor de feestdag Br. Winfridus instortte en weer naar bed moest. Ook als onderwijzer heeft de goeie man ondanks zijn maagkwaal hard gewerkt. Door zijn eigen werklust eisten hij ook veel van zijn leerlingen. Hij had er echt last van als sommigen van zijn leerlingen zo weinig ijver toonden. Dat werkte zijn maagklachten in de hand, door de spanning waarin deze goeie man bijna voortdurend leefde. Ik heb hem eens horen zeggen: “Of je nu op het pensionaat als leerling hard werkt en hoge punten behaalt, geen enkele jongen heeft er waardering voor .Als je maar een goed voetballer bent, dan ben je de man, dan heeft heel het pensionaat eerbied voor je.”
Tot aan de oorlog 1940 ging dat allemaal nog al met zijn goeie en kwade dagen. De zang en de school bezorgden hem wel spanningen, maar het deed hem ook de maagpijn vergeten als het tenminste niet te erg werd. Meermalen kwam hij, zodra de klas uit was naar de ziekenkamer een uurtje uitrusten in de stoel totdat de maagpijn wat was gezakt.
Het ergste van de oorlog was voor hem dat er geen eten meer was wat zijn maag kon verdragen. Toen ging zij zieke maag snel achteruit. Ten einde raad heeft hij zich toen nog laten opereren. Alhoewel hij wist hoe gevaarlijk het was .Maar door de geweldige pijn, die hem dag en nacht kwelde, kon hij daar op den duur niet meer tegen op. Hij heeft toen het advies van zijn dokter gevolgd, maar met een benauwd hart. Daags na de operatie was de goeie man al overleden. Nog maar 51 jaar en vol werklust.

Br. Lucianus Bastiaansen.