IM091 Broeder Gummarus van Gils

091 Broeder Gummarus van Gils

Geboren te Wagenberg 25-04-1895
Ingetreden 01-06-1914
Eerste Professie 13-05-1915
Eeuwige Professie 24-08-1918
Overleden te Huijbergen 09-01-1952

De Heer heeft hem bij Zijn plotselinge komst wakende gevonden….”

Hij was op een onverwachte dood voorbereid door twee duidelijke waarschuwingen en gelouterd door een kwaal die niet alleen een bron was van lichamelijk lijden, maar vooral van geestelijke beproeving voor zijn gevoelig hart.
Zijn geestelijke beproevingen bleven overigens niet tot de laatste jaren beperkt. Br. Gummarus heeft eigenlijk al tijd een zwaar leven gehad, al kon hij soms de indruk wekken dat het in zijn ziel enkel zonneschijn was.
Naar zijn geestelijke structuur was hij een typische Brabander: uiterlijk blijmoedig graag genietend van al het goede en schone der schepping, liefde schenkend en liefde waarderend met een innigheid die aan hartstochte1ijkheid grensde, maar…met een onderstroom van zwaarmoedigheid, waardoor hij alle verantwoordelijkheid slechts als een kruis kon dragen.
Zijn hoge opvatting van het gezag deed hem de tact bij de uitoefening ervan wel eens uit het oog verliezen, maar niemand heeft daaronder meer geleden dan hijzelf.
Deze karaktereigenschappen vormden de natuurlijke basis voor zijn religieus leven, waar geen overste zich ooit zorgen over gemaakt zal hebben; voor die stiptheid bij het vervullen van zijn gebedsplichten, ook wanneer hij met bezigheden overladen was; voor zijn grote liefde voor de congregatie en voor zijn uitzonderlijk pedagogisch talent.
Hij was een opvoeder die gemakkelijk de weg vond naar het hart van zijn leerlingen, omdat hij van hen hield, als een moeder van haar kinderen.
Die moederlijke trek in zijn karakter maakte van het pensionaat te Halsteren ( evacuatietijd) een groot gezin, waar de jongens zich in letterlijke zin “thuis” voelden. In dat Halsterse gezin voelde hij ook zichzelf geheel op zijn plaats, en hoewel Huijbergen hem na aan het hart lag, toch was de noodzakelijke verplaatsing daarheen een martelgang voor hem, omdat hij zich daardoor zijn levensideaal: opvoeder te zijn – zag ontglippen. Is de strijd tussen het gevoel oud roest” te zijn en de wil tot onderwerping te zwaar geweest voor zijn verzwakte hart?
Br. Gummarus was een gevoelsmens; ook in de verhalen en de toneelstukken die hij geschreven heeft, blijkt dat sterk…. in sommige te sterk. Hij had misschien iets te veel van dat prachtige vermogen dat het leven warmte, kleur en diepte geeft. En warm als zijn eigen leven zijn ook de producten van zijn geest: warm van liefde voor de jeugd, voor zijn Vader Franciscus en alle armen uit nood of liefde voor de strijders terwille van een ideaal.
Het schrijven zat hem in het bloed, hij beleefde er zelf zijn genoegen aan, maar hij beschouwde het tevens als opvoedingswerk. Professor Dr. L.C. Michels maakte twee dagen na zijn dood de volgende opmerking, niet vrij van schamperheid aan het adres van de hedendaagse poëten, maar vol van waardering voor het werk van Br. Gummarus: “Als deze man tot een Forum-groep had behoord, dan zou er wel wat meer over hem in de krant hebben gestaan dan dat hij ook enkele toneelstukjes geschreven heeft”.
Zijn laatste stuk “Zwart of wit” is met de twee Kerstspelen ongetwijfeld het beste wat Gummarus voor het toneel geschreven heeft. Toen alle zichtbare herinneringen aan de Wilhelmieten in Huijbergen door de oorlog waren weggevaagd, schiep Br. Gummarus uit het materiaal dat het archief van het oude klooster hem bood, een onstoffelijk monument ter nagedachtenis van onze voorgangers. Jarenlang heeft hij er aan gewerkt. Het concept ervoor was al klaar toen hij de eerste hartaanval kreeg.
Over geen ander stuk heeft hij zo uitvoerig met anderen gediscussieerd en gecorrespondeerd. Toen hij het naar de drukker bracht kwam hij nog even langs de Karrestraat om mijn sanctie te vragen over een kleine wijziging, die hij in het slot had aangebracht. Want zo was, Br. Gummarus: een criticus die zijn vertrouwen genoot, volgde hij blindelings.
Geen regel zou gedrukt worden, voor hij die met hem besproken had en zelfs mijn raad om een verhaal van ongeveer twintig bladzijden maar kapot te scheuren heeft hij eens opgevolgd. Maar ook al aanvaardde hij de felste critiek dankbaar dat wil niet zeggen, dat ze hem innerlijk geen pijn deed. Slechts één keer heeft hij daar iets van laten merken, toen hij na een moordend vonnis over een deel (onderdeel) van een zijner stukken terugschreef: “Ik: aanvaard je vernietigend oordeel, ik zal dat gedeelte opnieuw schrijven, maar als je ooit eens werk van jongere confraters te beoordelen, krijgt, wees dan wat milder in je uitspraken, anders vrees ik dat ze de moed verliezen, om nog ooit iets te schrijven.” Dat “Zwart of Wit” Nog beter is dan de Kerstspelen van Br. Gummarus, durf ik niet te beweren. Daarvoor ben ik bij het ontstaan ervan ook te nauw betrokken geweest, al heeft de schrijver mijn aandeel daarin misschien wel eens wat overdreven.” Zwart of Witt is van Br. Gummarus en van hem alleen.
Wel kan ik zeggen dat dit stuk: door allen die het tot nu toe gelezen hebben uitbundig geprezen is en dat het vrij is van alles wat naar sentimentaliteit zweemt. Het blijft met het gedenkboek van 1904, waarvan de waarde door sommigen onderschat wordt, een werk dat de herinnering aan de bewogen geschiedenis der Huijbergse Wilhelmieten in de harten van hun opvolgers zal doen voortleven.

Br. Gummarus, een van uw twee laatste hartenwensen is nog in vervulling gegaan.God heeft u de troost geschonken Moeder Gummara, “ons Naan” aan wie ge u ook geestelijk zo na verwant gevoelde, nog eens te zien en met haar te praten. Dat zal u en haar goed gedaan hebben.
Die andere wens: “Zwart of Wit” nog eens te zien spelen, is onvervuld gebleven.
Maar als ge in de hemel ontvangen wordt door God en Zijn Moeder, door Vader Franciscus, door uw ouders en bloedverwanten, door pastoor Peters en Pastoor Asselbergs, door alle zalige broeders van Huijbergen…., dan zal achter in de rij ook een Wilhelmiet staan, Prior Petrus Borrekens. Hij zal u vriendelijk toelachen en zeggen: “Gummarus, late vriend, al het Zwart van smart en droefheid is nu voorbij, geniet met mij van het wit der hemelse vreugde.”
( uit: Leer en Leven – Br. Dominicus)

De literaire nalatenschap van Br. Gummarus omvat de volgende grotere en kleinere werken:

1. Manke Driekske, St. Jozefbibliotheek
2. Sjefke idem
3. Brabantse mensen, in de serie “Bloeiend leven”
4. De laatste kermis van Rooie Dries, idem.
de nummers 3 en 4 zijn later heruitgegeven door Paul Brand, Hilversmm en het vorig jaar nogmaals als no. 2 en 3 van “De Fakkel” door Van Langenhuijsen, Amsterdam.
5. De schout van Oosterhout. uitgegeven in eigen beheer.
6. Hoe de kabouters feest meevieren, Boekcentrale, Amsterdam.
7. Ko en Jo, serie leesboekjes voor het aanvankelijk onderwijs. Paul Brand.
8. Lichtflitsen over zee, bewerkt naar het Duits, Paul Brand Hilversum
9. De Kerstmis van Br. Thomas en de drie rovers, uitgegeven in eigen beheer.
later verkocht aan “Ons leekenspel”. Bussum.
10. Het lijdensspel van O.H. Jezus Christus, “Ons leekenspel” Bussum 11. De grote Koning, toneelspel met zang idem.
12. De nieuwe Kerstmis, uitgegeven in eigen beheer; onder de titel: “Nu sijt wellekome” gespeeld door het Vlaams Volkstoneel onder leiding van Staf Brugge. 13. Altaargeheimenissen van Vondel, bewerkt voor het toneel door Br. Gummarus.
niet uitgegeven.
14 De witte Bruiloft, eenacter over St. Clara, “Ons Leekenspel” Bussum.
15 De slagen vallen, eenacter over een episode uit het leven van St. Franciscus “Ons Leekenspel ” Bussum.
16. Fox 17. Hij heeft Jezus weergezien ( Als hoorspel gespeeld door de K.R.O.
18. De historie van een vrachtwagen. “Ons leekenspel” Bussum
19. Voetbalpietje 0 “Bloeiend leven”
20. Kerstmis 1944 , De Engelbewaarderreeks
21. Pastor Bonus, Het boek voor Kerstmis, Gottmer, Haarlem 1945
22. Moeike Door idem
23. De minsten der Mijnen, inde serie “Rond den Heerd” van “Ons leekenspel”
24. Moeder “Ons Leekenspel, Bussum
25. Zwart of’ Wit, ter perse.

Na de vakantie was de eerste ontstellende gebeurtenis de plotselinge dood van Br. Gummarus. De jongens zouden de lessen weer beginnen” te volgen.
Vlak voor negen uur viel Br. Gummarus dood neer voor de klas waar hij al klaar stond om zijn lessen te geven. Gelukkig waren de jongens nog niet in de klas.
Hij werd zo vlug mogelijk naar de spreekkamer gedragen waar de Rector hem het H. Oliesel toediende.
De dokter die direct ter plaatse was kon enkel de dood constateren.
Bij de begrafenis was grote belangstelling vaI10de zijde der Broeders en zijn vele vrienden uit Ulicoten, Halsteren enz.