092 Broeder Willebrordus, Jacob Yntema
Geboren te Makkum : 31-01-1886
Ingetreden : 26-01-1907
Kleine professie : 11-04-1909
Eeuwige professie : 07-05-1911
Overleden te Huijbergen : 01-04-1952
Van Broeder Willibrordus weet ik dat; het een harde werker was en, buitengewoon proper’ Ik zeg expres buitengewoon proper, volgens velen, van ons wel wat te proper. Overdreven. Hij spaarde zich zelf niet om die properheid te bereiken in elke bediening die hem werd toevertrouwd. Als koster ( wat hij lange jaren is geweest) kon hij zich zelf echt uitleven. Velen van ons weten nog wel wat er in de kapel kwam kijken bij grote feestdagen. De kapel werd vol gesleept met alles wat er maar was van planten en bloemen. Ik zeg planten maar het waren vaak bomen. De versiering reikte vaak tot aan het plafond van het priesterkoor. Je kon soms hebben dat er een 200 kaarsen brandden.
Het priesterkoor zat stampvol. Niet alleen de drie heren priesters en vier acolieten,maar ook van zo ’n engeltjes (zo noemden Ze die kinderen dan) allemaal in rode toogjes en witten kanten superplietjes aan.
Ook: wel met witte toogjes en blauwe sjerpen aan. Het: was vaak een Kijk-Spel.
Met Kerstmis een kerststal van rotspapier tot aan het plafond. Herders met schapen, niet een paar maar met hele kudde. En als je dan nog zo’n druk: bevolkend priesterkoor bij doet,dan begrijp je wel dat er in de kapel ook iets te zien was.
Ik mag niet vergeten dat onze goeie Br. Willibrordus het allemaal deed door zijn groten ijver voor Gods huis. Het kostte hem heel wat zweet en vermoeidheid.
Hij spaarde zichzelf niet om te bereiken dat het werd zoals hij dacht dat het behoorde te zijn.
We leefden toen in een heel andere tijd dan nu, ook in de kerk.
Zijn ziekbed is lang en zwaar geweest. Ik heb hem verpleegd. Ik heb zijn geduld bewonderd en ook zijn: gebedsijver. Hij heeft op zijn lang ziekbed veel gebeden, zolang hij het maar enigzins kon.