099 Broeder Basilius de Zwart
Geboren te Gilze : 16 -04-1888.
Ingetreden : 03-10-1907
Kleine professie : 01-01-1910
Eeuwige professie : 31-12-1911
Overleden te Deurne : 19-06-1952
Hij was de sterke man, die meer dan dertig jaren,
Het harde ijzer smeedde en vormde naar zijn wil,
Die velerlei “karweitjes” ook wist op te klaren,
Totdat de oorlog legde deze arbeid stil.
De man ook van de scherts, de streken en de kuren,
Wiens ogen glunderden van innerlijk genot
Als hij verhaalde van zijn Huijbergse avonturen:
Hoe hij een Broeder in zijn smidse had bedot.
Geplaagd door reumatiek, in ballingschap gedreven
Werd hem ontnomen zijn vermaarde lichaamskracht,
Maar de innerlijke blijheid is hem bijgebleven,
Totdat hij ver van huis ontsliep geheel onverwacht.
Basiel, wiens aards bestaan zo plots werd afgesneden,
Uw dood zij ieder een vermaan tot waakzaamheid.
sta ons vanuit de hemel bij met uw gebeden
Opdat wij wakend gaan, als gij zijt in de eeuwigheid.
( uit: Leer en Leven: Sanrebrius)
Br. Basilius: Die naam zegt, me niet zoveel. Maar wel HET SMIDJE of FREMMEKE. Hoe hij aan die naam is gekomen weet ik precies niet meer maar ik dacht van de jongens waar hij mee omging. Smidje was een op en top vrolijk man. Jaren lang heb ik met hem omgegaan en ik kan gerust zeggen: “Het was een gezellige tijd”.
Br. Basilius was wel eens plaatsvervanger en tevens mede surveillant bij de wezen. Wanneer ik terugdenk aan die jaren, dan komt me heel wat voor de geest. Daar zou een boek over te schrijven zijn. Zijn grappen en grollen die we beleefd hebben.
De jongens hadden allemaal graag met hem te doen. Hij had een prettige omgang. Ook had hij altijd iets uitzonderlijks. Wanneer hij smiddags mijn plaats innam, en ik kwam terug uit de refter, zag ik al direct aan de jongens,dat er iets gaande was. Een enkele keer kreeg een of andere jongen een sigaret en ik mocht dat niet weten natuurlijk. Zo zei hij, dat tegen de jongens. Als ik dan op de cour kwam zei hij je moet eens naar die notenboom kijken,nou dan zag je het al. De rook was een vreugde voor het smidje en voor mij ook, laat staan voor de jonge roker die ik niet zag.
Als ik aan die tijd denk, dan staat me Br. Basilius voor mijn geest als een man waar ik enorm veel aan te danken heb.
De gezellige jaren bij de weeskinderen was ook voor een groot deel aan hem te danken.