104 BROEDER CONSTANTIUS GROFFEN
Geboren te Woensdrecht : 04-12-1885
Ingetreden : 21-06-1902
Eerste Professie : 27-08-1904
Eeuwige Professie : 01-09-1906
Overleden Huijbergen : 19-09-1958
In Br. Constantius is een markante persoon, een uitstekend lid van onze Congregatie gestorven. Hij was een voorbeeldig werker. Praktisch tot zijn dood toe heeft hij zich door zijn arbeid verdienstelijk gemaakt. Wat op zijn bidprentje staat: “Ik kon werken een hele dag en nooit was het mij te veel; mij helemaal te wijden aan mijn geliefde Congregatie”, is onversierde waarheid.
Ook in zijn laatste jaren, toen hij zich zo dikwijls, eigenlijk doorlopend onwel voelde, wilde hij niet rusten. Als in de drukke tijd de “modellen” zich opstapelden, kon hij wel brommen, en dat hij voor leerlingen die fouten maakten, niet gemakkelijk moet geweest zijn, bewees hij in de centrale schooladministratie herhaaldelijk, maar het ging hem te midden van al dat werk beter dan in het slappe seizoen. Met taaie volharding schreef en cijferde hij; en de verwerkte gegevens werden in fraai handschrift nauwkeurig in door hem zelf aangelegde registers opgetekend. Hij verstond zijn vak; men kon op hem bouwen. Minder gemakkelijk te hanteren was hij, als de stroom van gele enveloppen weer retour was gegaan.
Dan klaagde hij wel eens:” Wat moet ik nu doen?” Zolang het nog enigszins kon ging hij dan sjouwen; het timmermansvak, dat bij de familie Groffen in het bloed zit, bracht hem de vreugde die werken steeds voor hem was geweest. Erger werd het, toen dat niet meer ging, doordat ook het hart het niet meer bij kan brengen; en in de laatste maanden van zijn leven was zijn gedwongen nietsdoen vermoedelijk wel zijn zwaarste kruis: Al die flinke jonge mensen te zien, vol activiteit, en hier maar te zitten en te liggen”, en dan kwamen er wel eens tranen aan te pas.
Zijn staat van dienst is een weerspiegeling van zijn capaciteiten: onderwijzer van bijstand te Bergen op Zoom, Huybergen en Breda, leraar aan de Kweekschool te Bergen op Zoom, Hoofd der lagere school te Bergen op Zoom, Hulst en Breda, hoofd der Silvester-Ulo te Breda; leraar Ulo te Huybergen; en tenslotte administrateur in het “Onderwijsbureau”: dat alles staat te lezen op de persoonskaart van Br. Constantius.
Toen hij hoofd was van de St. A1oysiusschool te Breda heeft hij nog lessen gegeven aan de Kweekschool; hij moest daartoe na schooltijd viervoets naar het Dr. Jan Ingenhouszplein, maar dat deed hij graag. En secuur was hij ook daar, al bezorgden de plussen en minnen achter de vlijtcijfers der jongens hem wel eens broederlijke plagerijen van zijn medeleraren. Privécursussen in boekhouden waren hem in de tijd van zijn leraarschap aan de Huijbergse Ulo meer een verpozing dan een last; en ook toen hij definitief was gepensioneerd betekenden de Ulo-examens en de lessen aan de R.K. Handelsavondschool te Bergen op Zoom voor hem een aller-prettigste afwisseling. In zijn klas en zijn school was hij baas en stond hij op orde.
De leerlingen wisten dat hij strenge eisen stelde om hun bestwil. Als lid van het convent nam hij een heel eigen plaats in. We geloven niet bezijden de waarheid te zijn door te zeggen, dat men hem pas ging hoogachten als men hem nader leerde kennen. Hij stond gereed om een ander bij te springen, ook als hem dat uren werk kostte.
Zijn ziekte is hem, ook voor ze hem op het allerlaatste dwong tot finale werkeloosheid, een zwaar kruis geweest. Daarbij vond hij het ook pijnlijk door zijn toenemende doofheid bemoeilijkt te worden in de deelname aan de algemene conversatie. Deze dingen bij elkaar hebben hem ontzaggelijk gekost, maar hij is er, zij het op zijn eigen “weerbarstige” manier, in geslaagd dit prachtig te verwerken. Hij heeft dit grotendeels alleen moeten doen, want als hij zich erg ziek voelde was belangstellend bezoek en informeren naar zijn toestand, hem meer een last dan een troost. De boodschap van zijn bediening heeft hij als christen en religieus aanvaard. Hij was bij de ceremonie van de H. Communie en het H. Oliesel die hij met vroomheid volgde en onderging, tot tranen toe onder de indruk, zeker ook door het afscheid van het leven, hem inderdaad een groot offer was. Maar spoedig daarna vond hij de moed tot een goedig schertsend woord.