IM111 Broeder Ephrem Welten

111 Broeder Ephrem Welten

Geboren te Terheijden : 03-02-1884
Ingetreden : 22-04-1900
Eerste Professie : 21-06-1900
Eeuwige Professie : 27-08-1904
Overleden te Huijbergen : 25-03-1961

Als St. Cecilia in de hemel het patronaat van de muziekminnaars, dat haar vereerders haar hebben toegedacht, in werkelijkheid ook heeft aanvaard, zal Broeder Ephrem bij zijn entree daarboven zeker met bijzondere attenties ontvangen zijn. Zij zal het niet kwalijk nemen als we zelfs beweren, dat op de foto’s van onze overleden medebroeder het orgel met meer recht een plaats zou innemen dan op haar afbeeldingen. Want dat orgel, en met name het orgel van de Sint Franciskus Kweekschool te Breda, was in het leven van Broeder Ephrem stellig geen legende. Zijn droom: het harmonium, dat hij tientallen jaren in de kapel bespeeld had, vervangen te zien door een volwaardig instrument, is door zijn rusteloos werken, bedelen en sparen verwezenlijkt. En tot in de beschikkingen van zijn testament toe heeft hij aan de muzikale luister van Gods huis gedacht.
Wanneer we ons evenwel Broeder Ephrem als musicus herinneren, denken we toch niet zozeer aan zijn organistenambt, noch aan zijn langjarige muzieklessen, maar aan zijn leiderschap van het symfonieorkest “San Francesco”.
Uit “het strijkje” van de kweekschool is in de loop der jaren een prachtig ensemble gegroeid, en we doen de kleine dirigent, die een nogal hoog podium nodig had om boven zijn muzikanten uit te komen, geen onrecht door te zeggen dat hij met zijn orkest mee is gegroeid. Van groot belang daarbij was niet allen de kunde van de muziekmeester, maar evenzeer zijn vermogen om een sfeer van harmonie te scheppen onder zijn musici. Dat vooral maakte de bloei van zijn orkest mogelijk. Voordat Br. Ephrem, in 1924, tot leraar aan de Kweekschool benoemd werd, heeft hij op verscheidene andere plaatsen het werk van de Congregatie verricht. En overal liet hij bij zijn vertrek een zekere faam achter.
In Oosterhout zette hij zich tijdens de mobilisatie van het Nederlandse leger in de eerste wereldoorlog voor de daar gelegerde militairen in, wat hem een Koninklijke onderscheiding bezorgde; en in het jongenspatronaat van dezelfde stad was hij de leider van het toneel. Pater C. Kerremans, oud- provinciaal van de Jezuïeten bijvoorbeeld, haalde dat nog op als een zeer prettige jeugdherinnering, toen hij eens bij de Algemene Overste van onze Congregatie naar Broeder Ephrem informeerde.
In Breda is Br. Ephrem hoofd geweest van de school in de Karrestraat en door zijn werken vooral werd het mogelijk de ILO aan de lagere school toe te voegen.
Zijn ervaring inzake formulieren en officiële stukken, die hij in deze taak opdeed, is hem goed van pas gekomen toen hem de administratie van de Kweekschool werd toevertrouwd. Deze heeft hij ruim 20 jaar met grote ijver en accuratesse gevoerd en van financiële mogelijkheden die de wet bood, liet hij er geen verloren gaan. Zoiets zou hij zich zelf nooit vergeven hebben.
Br. Ephrem was, bij alle innerlijke ernst, die hem soms tot de rand van de depressie voerde, een liefhebber van de lach en het schertsende woord.
Van bon-mots kon hij ontzaglijk genieten, en bij gelegenheid maakte hij die zelf ook wel. Dat werd b.v. door de Duitse bezetters maar matig gewaardeerd,vooral omdat zij zelf het voorwerp waren van Ephrems ironie, en hij betaalde zijn humor met een paar weken gevangenisschap in de Bredase “paraplu”, in het troostende gezelschap overigens van drie medebroeders.
Met zijn vroomheid en intieme aangelegenheden liep hij niet te koop; maar hij was bij alle menselijkheid, die hij met ieder van ons deelde een fidelis servus, een principiële religieus.