IM128 Broeder Heribertus de Witte

128 Broeder Heribertus de Witte

Geboren te Hulst : 06-10-1904
Ingetreden : 05-05-1923
Eerste Professie : 30-11-1924
Eeuwige Professie : 01-12-1927
Overleden te Huijbergen : 02-02-1966

Broeder Clemens schrijft over hem:
“Aan de wilskracht van Br. Heribertus,zal niemand die de overledene gekend heeft, hebben getwijfeld. Hij bezat over allerlei kwesties op profaan en religieus gebied een zeer geprononceerde mening, die hij niet zo maar bij de eerste schermutseling prijs gaf. Maar zijn innerlijke sterkte heeft hij op zijn best laten blijken in de laatste jaren voor zijn dood. Bij de ernstige hartcrisis in maart 1960 had hij door het bedrieglijke scherm dat ons aller uitzicht belemmert heengekeken: hij had aan de lijve gevoeld dat het leven voor elke mens gevaarlijk is.

Ondanks alles kon hij niet nalaten zich voor het werk, dat de dokter hem toestond in te zetten met heel zijn energie. En door zijn ziekte liet hij zich nooit tot klagen verleiden, noch zijn humeur of de stemming van zijn omgeving bederven.

Broeder Heribertus was een kundig onderwijsman. De paperassen die tafel en stoelen van zijn kamer bedolven, hadden meest betrekking op de school. Dat betekende niet dat de mensen voor hem niet volkomen primair bleven. Zijn leerlingen weten dat…..
Dat alles maakte het hem gemakkelijk de hem in 1963 aangeboden taak van secretaris van de diocesane schooladministratie en bisschoppelijke inspecteur van het lager- en kleuteronderwijs te aanvaarden. Dit werk heeft er toe bij gedragen hem ook de laatste jaren van zijn leven, ondanks toenemende lichamelijke verzwakking, gelukkig te doen zijn.

Het tekent hem dat hij zich op de pastorieën en scholen die hij als inspecteur bezocht, zeer bewust als broeder aandiende. Hij was overtuigd religieus in heel zijn leven en werken. De harmonie tussen wat God en de mensen van hem vroegen was voor hem -althans voor zover we dit van buiten af kunnen beoordelen vanzelfsprekend.

Br. Heribertus was een uitgesproken vroom mens. In zijn vroomheid nam de Lieve Vrouweverering, die hij uit de ouderlijke woning had meegebracht, een grote plaats in.

Wat de congregatie aan goed deed, stemde hem blij. Haar tegenspoed trof hem persoonlijk en tegen wat in strijd was met zijn diepste overtuiging kwam hij eerlijk in verzet. Hij was met heel zijn hart een van de onzen.”