IM136 Broeder Bonaventura – Cornelis Adrianus Rijken

136 Broeder Bonaventura – Cornelis Adrianus Rijken

Geboren te Princenhage : 03-10-1896
Ingetreden : 08-09-1923
Eerste professie : 12-05-1925
Eeuwige professie : 22-04-1928
Overleden te Breda : 14-12-1967

Had Br. Bonaventura om in de stijl van zijn tijd te spreken, het klooster gekozen boven de wereld, hij heeft zich toch nooit in onverschilligheid van de nood van die wereld afgewend. Zijn curriculum vitae, samengevat op de persoonskaart, die bij de Algemene Overste berust, vermeldt zijn surveillantschap bij de juvenisten van de Kweekschool te Breda – Van 1952 tot 1954 als uitzondering; voor de rest stond heel zijn kloosterleven in dienst van de weesjongens te Huybergen en van zijn pupillen en oud-pupillen van het St. Willibrordushuis te Breda.

Naar hen allen ging zijn genegenheid uit. Toen in 1941 de bewoners van St. Marie door de Duitsers gedwongen werden elders een onderdak te zoeken, was het Br. Bonaventura, die met zijn wezen trouw contact bleef houden. Hun spulletjes bewaarde hij zorgvuldig tegen de dag dat het weeshuis weer zou functioneren en hij kon het standpunt van de Bisschop en van het hoofdbestuur, die een weeshuis uit de tijd achtten, slechts met een zekere droefheid aanvaarden.
Hij heeft een dergelijk afscheid in zijn leven nog een tweede maal beleefd; maar ook nu was de opheffing van een hem dierbaar instituut geen breuk.
Van 1959 tot op de dag van zijn dood was hij voor de oud-pupillen van het St. Willibrordushuis een vertrouwde raadsman; en dat zijn werken ook door het bestuur van de “R.K. Vereniging voor Kinderbescherming in het Bisdom Breda” gewaardeerd werd, bewijst onderstaand schrijven.

Zijn vroomheid,zijn trouw,zijn degelijkheid,zijn voor zijn werken een goed fundament geweest. Hij had een zeer menselijke gave, die hem het contact met anderen gemakkelijk maakte. Hij was een aangenaam prater;”hij praatte zelfs als er eigenlijk niets te praten viel”, zei een medebroeder die hem erg graag mocht en in dit ondeugend woord mede zijn spijt uitdrukte, dat hij zo plotseling uit zijn vertrouwde kring was heengegaan. Zijn gesprekken hebben de oud-pupillen goed gedaan, en nu er onder hen weinigen meer waren die nog materiële steun behoefden, bleef toch zijn belangstelling, zijn raad en zelfs zijn goedgemeende vermaning, als die nodig was, voor de meesten van hen een graag aanvaarde gift. Br. Bonaventura behoorde tot het uitstervende geslacht van Broeders, die op wat meer gevorderde leeftijd in de Congregatie zijn ingetreden. Het is de moeite waard na te gaan wat een flinke mensen zij waren en hoe ze mee het karakter van de congregatie hebben bepaald. In dekring van velen, die van jongs af in beslotenheid waren opgeleid, brachten zij een zekere levenservaring mee, Zijn leve. op de boerderij v66r zijn intrede in het klooster heeft hij op schrift gesteld; deze beschrijving ligt nu in het congregatie-archief ! Br.Angelus en Br. Martinus waren ooms van Br. Bonaventura.

Meeleven van R.K.Ver.v. Kinderbescherming van het Bisdom Breda, de volgende brief gericht aan de Algemene Overste:

Zeer Geachte Br. Venantius, in verband met het overlijden van Broeder Bonaventura heeft het Bestuur der vereniging eenstemmig het besluit genomen U te verzoeken enige H. Missen te laten lezen in Uw kerk tot intentie van deze ook voor ons onvergetelijke mens.
Het bestuur zal daartoe een bedrag van f 200.- op uw rekening overmaken. Vetrouwende op Uw zo gewaardeerde medewerking, verblijft met gevoelens van de meeste hoogachting, namens het bestuur der vereniging de directeur w.g. Mr. C.M.H.J. Schreuder.