157 Broeder Petrus Nicolaas Adriaan Van Meer
Geboren te Oosterhout : 04-04-1890
Ingetreden : 13-06-1910
Eerste Professie : 03-09-1911
Eeuwige Professie : 29-08-1914
Overleden te Huijbergen : 23-07-1971
In het paspoort van Br. Petrus zien we staan Nicolaas Adriaan van Meer Beroep: portier geboren: te Oosterhout 4 april 1890
Dit gegeven wil ik graag aangrijpen, om onze Broeder Petrus te gedenken, die van ons is heengegaan en die nog lang in onze herinnering zal voortleven.
Velen van ons en zeer velen daarbuiten hebben Br. Petrus het best gekend in de functie van portier in Huijbergen en in nog enkele andere huizen van de congregatie. Hij was een geziene figuur, men had graag met hem te doen en zijn vriendenkring was zeer groot.
Klaas van Meer woonde tot zijn 20e jaar in Oosterhout. Al heel vroeg zat het er bij hem in, op een hartelijke en joviale manier met de mensen om te gaan; niet alleen voor degenen uit de naaste omgeving, maar ook voor iedereen die hem ontmoette was hij een rasechte Brabander, die door zijn echte gemoedelijkheid de mensen wist te boeien. Tot zijn 20e jaar was Klaas van Meer werkzaam op een notariskantoor te Oosterhout. Klaas liep al langer met plannen rond om zijn leven nog meer zinvol te maken. Hij wilde naar het klooster en wel bij de Broeders van Huijbergen.
De taken die hem door het bestuur van de Congregatie werden opgedragen lagen vooral op het terrein portier en de zorg voor de keuken. In elke taak die hem was opgedragen wist hij zich met volle toewijding te geven. Hij liet het niet bij een precies en enkel gedwongen uitvoeren, van wat hem was opgedragen. Neen, hij ging verder en wist zelf langzaam maar zeker te ontdekken, hoe hij in deze taken zijn religieus-zijn, waar kon maken. Hij zag in die opdrachten een kans om zijn apostolaat, het zorgen voor de mensen in eigen omgeving en daarbuiten, zinvol te doen zijn. Juist dat op zoek zijn van hem naar de beste vorm, heeft hem de kracht en de moed gegeven om zich helemaal aan die taak te wijden.
Voornaam of minder voornaam, arm of rijk, voor iedereen had Br. Petrus een goed woord, en zijn echte menslievendheid kwam echt tot uiting door de manier waarop hij de bezoekers wist te ontvangen.
Zo heeft hij er ontzettend veel toe bijgedragen om de goede naam van de congregatie te vergroten. Zowel voor de bezoekers als voor de leerlingen was Br. Petrus een goede broeder van Huijbergen, iemand die altijd klaar stond en die de kunst verstond om te midden van de drukke werkzaamheden, toch de volle aandacht aan de ander te geven.
Toen Br. Petrus de functie van portier kreeg begin 1911 was er nog een leek ingeschakeld voor deze bediening, nl. Bart Siegfried. Maar langzamerhand kwam deze taak helemaal te liggen op het terrein van de broeders zelf.
De gegevens van de Congregatie vermelden van Bro Petrus:
1910 – 1920 Huibergen als koster en portier
1920 – 1921 te Breda en wel op de Kweekschool als kok.
1921 – 1926 te Huijbergen als kok; ook als chef-kok
1926 – 1929 te Bergen op Zoom als portier, kok en econoom
1929 – 1936 te Huijbergen als portier
1936 – 1954 te Breda als kok en wel op de Kweekschool
1954 – 1962 te Breda als portier op het St. Jansklooster
Daarna vertrok hij naar Huijbergen om daar te genieten van een welverdiende rust. Maar ook hierr wist hij zijn bijdrage te leveren voor de oudere broeders en voor de bejaarden in het bejaardenhuis van Huijbergen, door op een zeer prettige manier met hen om te gaan. Fietstochten en heerlijke wandelingen in de mooie omgeving van Huijbergen deden hem goed.
Het kaartspelen was hem zeer dierbaar en ook met de bejaarden van Huijbergen werden aan huis kaartmiddagen georganiseerd. Maar ook hier kwam een einde aan.
Br. Petrus voelde zijn krachten achteruit gaan en werd genoodzaakt zijn kamer te houden. Dat was een zwaar offer. Het heeft hem heel wat strijd gekost zich hier bij neer te leggen. Soms kreeg men de indruk, dat hij er onder door moest: dat hij er niet boven uit zou komen.
Toch bleef hij in die tijd de volle belangstelling tonen voor vrienden en bekenden.
De adressenlijst, die hij zorgvuldig in zijn zakagenda bijhield was zeer groot; als hij bezoek kreeg dan was hij daar zeer dankbaar voor. Als broeder Nicasius, een neef van hem, Br. Petrus wilde opbeuren door te zeggen: “Toe, toe, Petrus, van de zomer gaan we samen weer lekker fietsen, kreeg hij als antwoord:” En gij geleufd dá” Werkelijk het ging steeds achteruit.
Nadat Br. Petrus bediend was, veranderde hij totaal. Schijnbaar had hij de kracht gekregen om zich met zijn lot te verzoenen. Hij was op de duur volledig incontinent en vroeg als zodanig zeer veel aan verpleging. De laatste maanden kreeg hij iedere dag een uurtje, zuurstof toegediend.
Hij kon n.l. door longemfyseem (=blijvende uitzetting van de longen, geen elasticiteit meer) niet genoeg zuurstof opnemen wat tot gevolg had, kortademigheid, blauwe oren en lippen.
De ene dag ging het wat beter dan de andere en soms kon hij maar net de recreatiezaal bereiken om koffie te drinken bij de oudere broeders aan de ronde tafel. Totdat ook dit niet meer ging; moest op zijn kamer blijven: kort daarop moest hij te bed blijven en kreeg dag en nacht zuurstof toegediend.
Vrijdag 23 juli kwam Br. Archangelus, de ziekenbroeder, ’s avonds om half tien bij hem en die zag dat hij het ondanks de toediening van zuurstof toch nog benauwd had. Hij vroeg aan Br. Petrus of hij het op prijs stelde dat hij wat voorbad, “Is het dan zo erg”, zei Petrus.
Op zeer tactische wijze trachtte de ziekenbroeder hem te kennen te geven dat dit wel eens het begin van het einde kon zijn. Zoiets kon de ziekenbroeder nu rustig tegen hem zeggen, want hij was geheel overgegeven en klaar met zich zelf. ‘Dit duurde tot ongeveer half twaalf. Hij bleef bij volle bewustzijn totdat hij rustig is ingeslapen.
Als er familie van de broeders op bezoek kwam, deed hij zijn uiterste best om het voor de betrokken broeder en voor de familie tot een feestdag te maken. En als er families bij waren, die genoodzaakt door de omstandigheden een baby bij zich hadden, wist Br. Petrus door de dag wel een plaatsje te vinden, nl. op de ziekenkamers van de broeders, waar die kleine lekker kon slapen. Wel moest hij dan verschillende keren zelf gaan kijken, want die afdeling behoorde tot het slot.
Ook op de algemene bezoekdagen van de kwekelingen, die toen maar eenmaal per trimester bezoek mochten hebben en wel op een vastgestelde dag, was Br. Petrus de man die door zijn hartelijkheid en zijn bezorgdheid bij de bezoekers hoog stond aangeschreven.
Buiten het ontvangen van de mensen, had hij een grote zorg voor het keurig en netjes onderhouden van die vertrekken die behoorden tot het portierschap.