163 Broeder Gratianus – Petrus Kaas
Geboren te Overzande : 29-03-1889
Ingetreden : 12-01-1920
Eerste professie : 25-08-1921
Eeuwige professie : 26-08-1924
Overleden te Huijbergen : 12-12-1972
Op de avond van 12 december overleed, na een ziekbed van drie weken, onze goede altijd vrolijke “Gras”. Hij was steeds bereid om iedereen te helpen met woord en daad. Vooral zijn grote belangstelling en zijn belezenheid stelde hem in staat om ieder groepje met zijn prettige conversatie bezig te houden.
Zijn interesse ging steeds uit naar het wel en wee van de congregatie; voor jongere medebroeders had hij een warm hart; hij stelde veel belang in hun werk.
Het was zeker ook mede daarom, dat hij na de verhuizing van “Alverno” met de jongeren meetrok naar het Rectoraat in de Boomstraat.
Pas nadat hij een waarschuwing kreeg, door een lichte hartaandoening, ging hij er over denken om naar Ste Marie te gaan. Nauwelijks weer wat opgeknapt, ging “Grasje weer wandelen en zelfs kort daarna weer een uurtje fietsen. Ofschoon hij zich bewust was van de ernst van zijn ziekte bleef hij zijn Zeeuws devies getrouw: “Ik worstel en kom boven”.
Vaak heeft hij gezegd, dat men hem moest waarschuwen als men meende dat te moeten doen. B.v. dat hij beter naar Ste Marie kon gaan, of dat hij te ver fietste zoals langs de Kalmhoutse heide over Wildert en zo langs Kalmthoutse Hoek terug naar huis. Hij was niet bang voor de dood maar wel voor wat daaraan vooraf kon gaan. Zijn enige zorg was de angst dat hij door een lang ziekbed zijn medebroeders tot last zou zijn.
Toen hij dan in augustus 1972 naar Ste Marie ging voelde hij zich ook daar spoedig op zijn gemak. In dit grote convent ging zijn interesse meer uit naar zijn leeftijdgenoten, die hem direct als een prettige conversator met blijdschap aanvaardden, als een lang verwachte, die eindelijk ook oud wilde zijn.
Zijn angst om een last voor anderen te worden is overbodig geweest; een nieuwe hartaandoening verlamde hem gedeeltelijk en geheel onverwacht.
Zonder pijn en rustig is hij tot een beter leven overgegaan. Me dunkt zo zou hij het gewild hebben. Met Gratianus is weer één van die schone mensen uit ons midden heengegaan. Moge hij rusten in vrede.
Br. Anatolius.
DANKBARE HERINNERING AAN BROEDER GRATIANUS
door Zr. Térèse-Camille o.c.d.
Iedere mens die een beetje openstaat voor Gods schepping, weet hoe ieder jaargetij zijn bloeiende, rijke schoonheid brengt. De lente met het jonge frisse leven dat voortschrijdt naar de rijke vruchtbaarheid van de zomer, die weer op haar beurt uitvloeit in de goudbruine schoonheid van de herfst, tot deze afsterft in de stilte van de winter, waarin de natuur als het ware stil zich voorbereidt tot het nieuwe leven van de lente. Het is een altijd terugkerende kringloop.
Is deze kringloop ook niet te ontdekken in het leven van iedere mens, alleen met dit verschil dat zijn winter overvloeit in een nieuw eeuwig leven? Heeft ook niet iedere leeftijdsperiode zijn boeiende charme, schoonheid en vruchtbaarheid? Aan dit alles moest ik denken toen ik vernam dat Br. Gratianus door de herfst en winter van zijn leven heengegaan was naar het eeuwige LEVEN.
Het is goed drie jaar geleden, dat ik voor het eerst met hem kennis mocht maken. Het was met de gelegenheid van ons eerste bezoek aan “Alverno”, waar de Broeders ons met zo veel sympathie rondleidden in “ons” toekomstig “Home” en na de rondleiding ons onthaalden met koffie en gebak onder een geanimeerd gesprek met alle Broeders van het huis (degenen die thuis waren) waaronder ook Br. Gratianus.
Ik had toen het voorrecht met hem een lang en zinnig gesppek te hebben. Al gauw bemerkte ik met wat voor een persoonlijkheid ik te doen had: zijn hoffelijkheid en eenvoud; zijn hartelijkheid (verborgen onder een iets of wat uiterlijke Zeeuwse stugheid) en zijn humor.
Zijn dienstbaarheid en bescheidenheid en zijn gezond inzicht kwamen zo ongekunsteld naar voren. Verwonderd en bewonderend zat ik naast hem:
– Hij, een man van bijna 80 jaar, die in een hoge leeftijd zijn toog had kunnen afleggen voor een kostuum; niet omdat iedereen het deed, maar met een diep doordacht motief: vertrouwen hebbende in de leiding van de overheid en het inzicht dat menig kloosterlijk gebruik tijdgebonden was en relatief.
– Hij, een bejaarde religieus, die met zijn open blik, heldere geest, zijn belezenheid en zijn gevormd inzicht(omdat hij zich daarvoor de moeite gaf), het leerzame van de moderne techniek wist te benutten, mee-evolueerde en alzijdig op de hoogte was van al wat er reilt en zeilt. Daardoor kon hij de vele veranderingen aan en in de hem zo dierbare congregatie, Kerk en Wereld, en kon hij zich volkomen thuis en gelukkig voelen in een gemeenschap van jonge Broeders en wist hij zich door hen ook aanvaard.
Nadien heb ik hem menigmaal ontmoet o.a. bij de officiële opening van “ons” klooster en vorig jaar met zijn gouden professiefeest – toen wij de 4 jubilarissen waaronder ook Br. Gratianus was – in ons midden mochten ontvangen. Ook bij deze twee genoemde gelegenheden heb ik met hem een echt ontmoetingsgesprek gehad.
Heerlijk was het te ontdekken hoe zo’n bejaarde mens nog zo fris en zo jong van hart en geest was: hoe diep religieus en contemplatief hij was ingesteld;
hoe dankbaar, als een gave Gods, hij kon genieten van al het goede en mooie dat hij ondervond; vooral voor zijn religieuze roeping en zijn goede gezondheid was hij God zo dankbaar. Hoe hij als religieus uitgegroeid was tot de volle mannenmaat van Christen-zijn, van echt mens-zijn. Hoe hij diep gelovig de gouden draad van Gods Voorzienigheid gevlochten zag door heel zijn leven.
Toen ik hem met Pasen even zag, vertelde hij ronduit dat de vermindering van zijn gezondheid hem zwaar viel te aanvaarden, maar hij zal er zeker mee klaar gekomen zijn.
Br. Gratianus had in de herfst en winter van zijn eigen leven zijn charme en menselijke rijkdom behouden. Het was voor mij fascinerend hem door de dreef achter “ons” huis te zien wandelen, nog vol interesse voor Gods natuur. Hij had nog iets te betekenen! Hij was een levende getuigenis en inspiratie voor de nog levende – vrouwelijke en mannelijke “zomers en lentes”, voor de medioren en de junioren.
Het past zo volkomen bij zijn leven dat hij juist in de overgang van de herfst naar de wintertijd is heengegaan naar het eeuwig LEVEN.
Dank aan God voor al datgene wat Broeder Gratianus (onbewust) gaf door zijn LEVEN en ZIJN.
Karmel 17 december 1972
Zr. Térèse- Camille o.c.d.