IM164 Broeder Carolus Adrianus Joannes Vinck

164 Broeder Carolus Adrianus Joannes Vinck

Geboren te Roosendaal :16-03-1898
Ingetreden :02-08-1919
Eerste Professie :17-03-1923
Eeuwige Professie :30-04-1924
Overleden te Huijbergen :22-03-1973

Het leven gaat wel heel snel zo zei onze Broeder Carolus. op de vroege morgen van de 22e maart tegen moderator L. Testers.
Zoals gewoonlijk was Carolus al vóór de morgenoefeningen in de weer, om bloemen En planten water te geven, in de broedersrefter en aangrenzende woonruimte.

Hij stond er wat versteld van, dat de tafel er beter en feestelijker uitzag dan gewoonlijk en daar vandaan de vraag aan moderator R Testers, wat er aan de hand was. Die vertelde dat het de verjaardag was van Br. Directeur en dat het dus feest was.
Het bovenstaande antwoord is het laatste geweest tot onze moderator, want toen die ‘s avonds thuis kwam, hoorde hij tot zijn grote ontsteltenis dat onze Broeder Carolus was overleden.
Niemand van ons convent had die morgen iets bijzonders aan hem gemerkt. Zeker, het ging de laatste tijd niet al te best; hij had maagklachten en was bovendien onder behandeling van de dokter, die hem een, dieet had voorgeschreven. Dat was niks voor onze Broeder Carolus. Al die uitzonderingen, niks voor hem maar ja, de dokter had het voorgeschreven en daarom hield hij er zich heel stipt aan.
Als gewoonlijk ging hij na het ontbijt direct naar zijn serre, want daar was vandaag weer heel wat te doen.

Samen met Janus Hellemons, de tuinknecht was hij die morgen begonnen om de ruiten van de serre te witten om zodoende planten in de serre te beschermen tegen het felle zonlicht. Heel de morgen hadden ze samen prettig gewerkt; diverse planten moesten nog in de koude bakken gezet worden in verband met de uitbreiding van de serre. En juist toen Janus even bezig was aan de andere kant van de serre is het noodlottig ongeval gebeurd. Broeder Carolus was in elkaar gezakt en lag plat op de grond helemaal buiten kennis. Als de bliksem waarschuwde Janus de ziekenbroeder, die het als bij intuïtie aanvoelde toen hij Janus zo hard naar Sint Marie zag lopen. Ook de ziekenzuster was er zo en de dokter die inmiddels was gewaarschuwd was zeer snel aanwezig.
Br. Archangelus kon al geen pols meer voelen kloppen en de dokter kon niets anders doen dan de dood constateren. Hoogstwaarschijnlijk een hartaanval. Pater van Berkel, onze Rector, diende hem nog het H. Oliesel toe en beval onze overleden Br. Carolus bij God aan, door enkele zeer toepasselijke gebeden.
Op het veld van eer, de plaats waar hij zo veel had gesjouwd, te midden van zijn planten en zijn bloemen is deze sterke man gevallen.

Nog niet zo heel lang geleden was bekend gemaakt dat binnenkort Br. Prudentius de serre zou overnemen, en werd de dank aan Br. Carolus voor het vele goede wat hij voor de broeders had gedaan, speciaal door de goede verzorging van planten en bloemen, door een applaus van alle broeders nog eens bevestigd. Hij was niet de man die er op zat te wachten om pluimpjes in ontvangst te nemen.
Maar als je in zijn serre een kijkje ging nemen, dan nam -hij er ook rustig de tijd voor om de ronde te doen en dan vond hij het toch fijn, dat er belangstelling was voor zijn werk. En kwam je een plantje of bloemetje halen, dan mocht je zelf kiezen.

Vele keren had hij al eens gezegd dat het te zwaar werd, maar direct daarop kwam naar voren dat hij de serre gemakkelijk bij kon houden, als het zware werk van spitten en mesten maar door een ander kon gebeuren. En dat werd de laatste jaren dan ook door de knecht verzorgd. Bovendien had hij maar even een tip te geven en bij het andere werk had hij dan ook assistentie.
Enige bezorgdheid was er bij hem wel te constateren, -hoe het moest gaan als Br. Prudentius het echt over zou nemen. Zou er voor hem nog iets overblijven. Het was gelukkig allemaal reeds besproken met Br. Prudentius en die had hem de verzekering gegeven dat hij nog graag had dat Br. Carolus ook zijn afdeling kon blijven houden, maar dan zo, dat het niet te zwaar voor hem was. Ook weer zo, dat hij zelf kon bepalen of hij elke dag of een paar keer in de week zou komen helpen. Voor het zomergoed hoefde hij zich geen zorgen te maken, dat zou vanwege de verandering van de serre in Breda gebeuren. Maar ja, dat moet je net denken, Carolus was toch met het een en ander begonnen en wat is er plezieriger dan dat je het zaad ziet uitkomen, dat je kunt gaan verspenen en dat er zich mooi gevormde plantjes gaan ontwikkelen. Hij heeft er zelf veel genoegen aan beleefd en hij zei: “als ze het straks niet meer nodig hebben kan ik er nog veel andere mensen mee blij maken.

Ja, Br. Carolus had vele contacten, juist door de zorg voor de serre. Eerst en vooral met de kwekers in de omtrek als de gebr. Scheermakers, en Jo de Haan, maar ook verder op in de omgeving en niet te vergeten de plantsoenendienst in Bergen op Zoom en in Roosendaal.
Hij had regelmatig contacten met die goede broedersvriend, Jan Prinsen van de Wouwse Plantage en ook met de man die in Vrederust de serre verzorgde. Soms nam hij uit zijn eigen serre wat mee en soms probeerde hij stekjes te krijgen bij andere bloemisten.

‘s Middags was net de tijd om bezoeken af te leggen. Ook bij zijn familie in Nispen waar zijn zus woont en verschillende neven en nichten; die gaf hij aanwijzingen om een mooi tuintje te krijgen, vanzelf bracht hij ook wel eens wat mee.

Weer is één van onze schone oude broeders weggevallen, die toch in het geheel zo’n prachtig werk deed. Nu zo ineens die leegte gevallen is, spreekt dat weer des te duidelijker. Vanmorgen was ’t aan de planten in de gangen al te merken, dat Carolus er niet meer is; de goede oude baas was er niet meer en ze treurden mee. Moge Broeder Carolus voor het vele goeds dat hij deed als lief van onze congregatie zowel binnen als buiten het klooster, nu echt beloond worden bij God.
Dank! Dank voor al die mooie planten en bloemen!
Dank! Dat je altijd voor ons klaar stond!
Dank! Dat we jou mochten hebben als medebroeder!