166 Broeder Quirinus Gerardus Martinus Tempelaars
Geboren te Oosterhout : 01-10-1911
Ingetreden : 18-01-1931
Eerste professie : 15-08-1932
Eeuwige professie : 15-08-1935
Overleden te Breda : 17-07-1973
17 juli 1973 ‘s morgens vijf voor elf overleed Br. Quirinus in het Diaconessenziekenhuis te Breda. Veel van zijn confraters genoten in die dagen van een heerlijke vakantie in binnen- en buitenland. Hij had zelf ook dit jaar weer naar zijn traditioneel vakantieoord willen gaan, nl. naar Tarrenz in Oostenrijk, met Br. Blasius en Br. Gregorius. God beschikte echter anders en aan zijn aardse bestaan kwam vrij plotseling een einde.
Na zijn noviciaat heeft Br. Quirinus enige jaren aan de L.S. van de Kerkstraat te Breda gestaan waar Br. Cyprianus toen de scepter zwaaide. Daarna is hij zijn gehele verdere leven bij het buitengewoon onderwijs werkzaam geweest, nl. aan de b.o.-school te Breda, aan de b.o.-school te Hulst ,aan de I.T.O. -School te Breda en vervolgens weer aan de St. Janschool te Breda. Br. Quirinus heeft de pionierstijd nog meegemaakt bij Br. Joachim aan de school. Methodes en leermiddelen waren er toen nog niet voor het b.o. Deze moesten ‘s avonds door de leerkrachten zelf worden gemaakt.
Onder de bezielende leiding van Br. Joachim werd er na de school zeer hard gewerkt op school of in de soos van de kweekschool om de moderne ideeën van Br. Joachim te verwezenlijken. Br. Quirinus zette zich ook dag en uur in voor het b.o. -onderwijs. Van heinde en ver kwamen er bezoekers om te zien en te beoordelen wat er op de Bredase b.o.-school werd gepresteerd op het gebied van leesonderwijs, schooldrukkerij, projectonderwijs enz . Uit die tijd stamt de leesmethode “Zo leer ik lezen” en de schrijfmethode “Zo leer ik schrijven” van J. van Breda; ‘Als het over de auteurs van deze methodes ging werd de naam van Br. Quirinus niet zo erg veel genoemd. Ik heb echter nooit aan hem gemerkt of er van hem iets over gehoord, dat hij dit vervelend vond. Hij was geen man die zich op de voorgrond drong.
Van Hulst uit –hij moest er veel voor doen tijdens de oorlog- studeerde hij pedagogiek in Tilburg en behaalde aldaar het diploma middelbaar pedagogiek A. Hij was ervan overtuigd, dat het praktische werk op de b.o.-school een wetenschappelijke achtergrond moest hebben en dat men pedagogiek en didactiek moest studeren om bij te blijven.
Verschillende jaren werkte hij in Hulst; bracht het progressieve leermateriaal van Br. Joachim naar aldaar over en was de rechterhand van Br. Berchmans die toentertijd oprichter van de b.o.-school was. Er was in Zeeuws-Vlaanderen een zeer grote aversie t.o.v. de b.o.-school. Het heeft ontzettend veel moeite en inspanning gekost om daar de b.o.-school met een behoorlijk aantal leerlingen van de grond te krijgen.
Daarna heeft Br. Quirinus met directeur Story aan de wieg gestaan van de I.T.O.-school te Breda, de eerste I.T.O.-school in den lande; ook een initiatief van Br. Joachim. Hij had in latere jaren nog de prettigste herinneringen aan deze school en de vriendschapsbanden ermee zijn altijd blijven bestaan. Op den duur werd het hem toch te zwaar de moderne ontwikkelingen in het theoretisch onderwijs aldaar te introduceren. Zijn zwakke constitutie en zijn ziekten zullen hier wel debet aan zijn geweest. In onderling overleg werd hij vervolgens weer onderwijzer aan de b.o.-school te Breda. Hier kon hij wat rustiger aan doen en hij had niet meer de zware be1asting van het pionierswerk van de I.T.O-school.
Aan de St. Jansschool leefde hij weer helemaal op en heeft daar goed gewerkt ondanks zijn zeer zwakke gezondheid. De 1aatste jaren werd het schoolleven voor hem moeilijker en was op hem van toepassing wat op zijn bidprentje stond: “Het is niet gemakkelijk voor iemand die het b.o.-onder:wijs heeft helpen opbouwen en door ervaring gerijpt is, om op latere leeftijd nieuwe wegen in te slaan, nieuwe, zichten en methodes zich eigen te maken. Waar velen op die leeftijd mee worstelen heeft ook aan hem geknaagd.”
Ik heb met Gerrit als jongen nog gevoetbald op het T.S.C.-terrein in Oosterhout. Wij droomden ervan naderhand voetbalsterren te worden. Wij zijn een andere weg opgegaan. Wij gaven het verlangen te kennen broeder van Huijbergen te willen worden en Br. Ambrosius en Br. Gummarus zorgden ervoor dat wij als kwekeling in Huijbergen kwamen. De liefde voor het voetballen is Br. Quirinus zijn hele leven bijgebleven.
Lange jaren heeft hij er in Breda zijn buitenschools apostolaat van gemaakt als bestuurslid en elftalleider van de S.A.B. en als redactiesecretaris van het clubblad van S.A.B.
Hij was ook een echt godsdienstig en diep gelovig man, die de waarde van het gebed in het religieuze leven zeer hoog aansloeg. Tijdens zijn laatste levensjaar – hij was toen met ziekteverlof – ontbrak hij praktis nooit in de “geeste1ijke oefeningen”. En ‘s morgens en savonds als hij een enkele keer absent was geweest, trof men hem naderhand in de kapel aan om deze oefeningen voor zichzelf te houden.
Moge Br. Quirinus bij God een voorspraak zijn voor zijn congregatie, die hem zo dierbaar was en die momenteel een zeer moeilijke tijd doormaakt.
Br. Jezualdus .