167 Broeder Edmundus Adrianus Stanislaus van Mechelen
Geboren te Huijbergen : 23-04-1892
Ingetreden : 12-05-1912
Eerste Professie : 25-04-1913
Eeuwige professie : 21-05-1916
Overleden te Bergen op Zoom : 06-09-1973
Met veel ijver en moed en jeugdige hoop op goed succes, maar bijzonder met de met de hem eigen grote liefde voor God en de jeugd, heeft hij als onderwijzer,opvoeder en raadgever gewerkt op Ste Marie, in Oosterhout en in Breda. Gepaard, met gepaste humor wist hij zijn lessen met toewijding, en nodige ernst, aan zijn leerlingen te geven en een groot vertrouwen te winnen van allen die stonden en zich, stelden onder zijn leiding. als leraar voor het leven met Goden medemens en de, zuivere beleving van het Evangelie.
Het Hoofdbestuur dat er alles voor over had om onze missiescholen op Borneo tot hoge bloei te, brengen en de congregatie aldus een groot aandeel te bezorgen in de uitbreiding van Christus Kerk in Indië, nodigde in het voorjaar van 1924 deze verdienstvolle en nog veel belovende man uit, zich te willen bereid verklaren, zijn volgend leven te besteden aan ons werk in Borneo. Br. Edmundus stemde ten volle toe, was zeer verheugd met die uitnodiging en zag hoopvol uit naar de zending. Van toen af bereidde hij zich met alle zorg daarop voor en vertrok met nog drie andere broeders, ik meen, kort na Pinksteren, naar Borneo.
Na een bootreis van ongeveer veertig dagen werden ze door vijf, daar reeds werkzame broeders met grote vreugde ontvangen, want zij waren hoog nodig om aan de steeds grotere uitbreiding der scholen tegemoet te komen.
Ook daar weer: toonde Br. Edmundus dezelfde ijver en toewijding. Grote en moedige inspanning was nodig om zich aan te passen aan klimaat, omstandigheden, toestanden en volk. Hij begon het helemaal nieuwe werk onder een totaal vreemde, heel andere, hoewel goedwillende, prille jeugd. Geleidelijk aan kwam hij in hogere klassen met natuurlijk oudere leerlingen die niet meer zo kinderlijk open waren als die kleinen. Door zijn hartelijk meeleven met hen, door zijn fijne innemende humor, zijn eigen open zijn en open staan voor hen door zijn echt eerlijk menen wat hij zei bij het onderwijs, meer nog bij opvoeden tot mannen van nieuw leven, van nieuwe opvattingen, nieuw inzicht en alles wat daarmee gepaard ging, en nodig was te zeggen en te leraren; overrompelde hij als het ware hun vertrouwen, hun genegenheid en aanhankelijkheid en gaven zij zich, met vriendschapsliefde en ontzag voor “zijn liefde voor hen” aan zijn leiding over.
Reeds bij het einde van het schooljaar kwamen zij die de school zouden verlaten in groepje bij hem om te vragen, ook dan nog hun leidsman te blijven. Met vreugde aanvaardde hij dat verzoek en richtte met hen een vereniging op. Dat bezorgde hem ontzettend veel werk, want toen hij dat eenmaal opgericht had en de zorg voor komfoor en andere benodigdheden op zich had genomen, breidde die vereniging zich sterk uit. En hij besteedde daaraan al zijn zorgen. En bij dat al behield hij zijn hogere klas, die ook op peil moest blijven en steeds weer opnieuw de geesten tot openheid en vertrouwen moesten worden gewonnen.
Dag in dag uit, in de school, thuis en in die vereniging was deze man vol van zijn werk. Nooit maakte hij enig verschil tussen heiden, mohammedaan of kristen, noch tussen katholiek of andersdenkende. Allen, jonge en oudere jeugd had een liefde, ontzag en toegenegen hoogachting voor hem. Voor velen bleef hij in verschillende tijdelijke zaken en in godsdienstige aangelegenheden en problemen de vraagbaak en raadgever in hun later leven.
Met deze werker voor een welzijnsstaat voor allen in Borneo (het droeg toen de naam “ze allen omhoog helpen”) en tevens zielenveroveraar voor God en het Evangelie heb ik tien jaar in Borneo geleefd. In jaloerse heimwee soms, te kunnen doen wat hij deed; voor God en de mensen te kunnen presteren wat hij presteerde. Hij was een uitverkorene en heeft inderdaad tenvolle aan die uitverkiezing beantwoord.
Samen zijn we met vakantie naar Holland gekomen. Na negen maanden ongeveer was Br. Edmundus weer in Borneo. In die periode heeft hij de oorlog met Japan beleefd, wat voor hem en voor allen die dat hebben meegemaakt diepe ellende en groot verlies betekende. Na de oorlog met verlof in ons midden, zag hij er uit als een Ethiopiër, bruin, mager en werkelijk als door lijden gebroken. De geest echter, fris en vol moed en verlangen om nog terug te kunnen gaan. Die sterke geest was mede oorzaak dat hij na zes maanden weer hersteld en opgewekt terug kon gaan. Eigenlijk te vlug, maar nog anderen stonden te wachten op verlof naar Holland.
In Borneo weer dezelfde hogere klas en na enige tijd bloeide weer het vooroorlogse verenigingsleven. Wel wat meer in nieuwere, andere, vrijere geest, wier uitwassen Br. Edmundus al gauw ontdekte en op handige en zeer tactische opvoedkundige manier in goede banen wist te houden. Meer nog dan voor de oorlog was hij in die moeilijke en gevaarlijke jaren van overgangstijd, de gezochte vraagbaak en raadgever voor vele oudbekenden en nieuwe niet-chinezen vermeerderden die toeloop.
Nadien is hij nog twee maal met verlof geweest en na een kortere periode daarna, kwam hij op zeventigjarige leeftijd in 1962 voorgoed naar Holland; na bijna veertig jaren met gezegende vruchtbaarheid te hebben gezwoegd en gewerkt met alle geestelijke en lichamelijke talenten die hem gegeven waren.
Op zeventigjarige leeftijd terug in ons midden. Een man die alles gegeven had, die menselijkerwijze geheel op was. God echter had er behagen in, hem nog langer tot heil der mensheid te laten meewerken. Zijn liefde voor de missie taande in niets. Integendeel. Brieven aan medebroeders, brieven aan leerlingen en aan oude intieme vrienden uit de Verenigingen die hij leidde waren aan de orde van de dag.
Hij was oud , strompelde reeds en de pas was voetje voor voetje maar zijn jeugd en de fleur van zijn leven in de Missie herleefden iedere dag. In die geesteskracht begon hij als met jeugdige moed en levensfrisheid aan een boek, ik meen, als titel “Herinneringen uit het missieleven in Borneo”, Helaas, de stoere, edele, de aan de mensheid zich wegschenkende sterke man. heeft dat niet kunnen
beëindigen.
In een der laatste dagen van Augustus kwam hij als elke dag van een korte wandeling in de tuin, strompelend thuis. Hij wilde op de torenklok zied hoe laat het was, zwikte daarbij wat ver achterover en viel zwenkend neer op het tegelpad. Zijn bovenbeen was, zo niet gebroken, toch ernstig geschonden aanvankelijk meende men dat. het zou genezen maar na een paar weken op 6 september maakte een zachte en niet onverwachte dood. een einde aan dit grootse vruchtbare en zeer verdienstvolle leven.
Wat heeft deze verdienstvolle, onverwoestbare zielssterke mens bezield om in de soberheid van het, oude kloosterleven zo een ziele-sterkte te behouden, zo te kunnen blijven werken, zo een toewijding te kunnen. blijven doorzetten. Met steeds mooier en praktischer ideeën te blijven woekeren met zijn altijd. nieuwe, altijd juist aangepaste talenten . Voor zover ik hem heb leren kennen in Borneo en de laatste jaren hier in Huijbergen, zou ik het in een woord durven zeggen: “Zijn ‘geloof:” Altijd bracht hij zijn levende toestanden en omstandigheden waarin hij verkeerde, ook de jeugd en de ouderen voor wie hij zich opofferde en zich bij God verantwoord voelde, in verband met de geheimen die Christus ons van Godswege geopenbaard heeft en met de leer die Hij ons heeft. Gegeven. Beide , Openbaringen en leer lagen voor hem open in het evangelie en waren de stuwkracht van al zijn werken aan het aardse welzijn en het eeuwige gelukzalig zijn van heel de mensheid. Hij uitte dat in de werkkringen die, in zijn diep geloof, God hem door middel van de overheid, had aangewezen. Maar hij deed, hoewel in de geest van de overheid veel meer als deze hem had opgedragen. Alleen door God liet hij zijn werkkring afbakenen.
God heeft hem tot zich geroepen, onze Br. Edmundus is gestorven, ruim 81jaren oud. Zullen zij die anderen hebben onderwezen schitteren als sterren aan het firmament, onze medebroeder als ster van de eerste grootte aan het firmament van Gods heerlijkheid. Moge hij in Hem die hij verkondigd heeft, eeuwige zalige aanschouwing genieten.
Br. Hieronymus
Kroniek
In een periode van één maand hebben we twee van onze medebroeders naar het kerkhof gedragen, nl. Br. Edmundus van Mechelen en Br. Francesco Hemelaar.
Br. Edmundus, die zo’ n veertig jaar in de Missie van Borneo is werkzaam geweest en die na zijn verblijf in Indonesië altijd. bezield bleef met een grote belangstelling voor het missiegebeuren in Indonesia.
Tijdens zijn ziekbed in het ziekenhuis “Lievensberg” te Bergen op Zoom zijn we hem dagelijks gaan opzoeken. Soms maar enkele minuten, omdat hij te moe was en liever wilde gaan slapen, andere keren kwam het tot een gesprek dat wat langer duurde. Een groot verschil was er met de beginperiode van zijn ziek-zijn en enkele weken later. In het begin was hij nog vol humor en kon het er druk naar toe gaan tijdens de bezoekuren. Later nam dit heel sterk af.
Zeer blij is hij geweest met het bezoek van Mgr. Valenberg, die na een bespreking met het bestuur er prijs op stelde Br. Edmundus nog eens te bezoeken. Regelmatig kwam aalmoezenier Tonino hem opzoeken en daar was hij blij mee.
Om half vijf was dokter van Hootegem, op de dag van zijn sterven nog bij hem geweest en een kwartier voor zijn, dood ook, aalmoezenier Tonino. Beiden hadden nog een praatje met hem gemaakt. Om 18.10 kwam het bericht dat de toestand snel achteruit ging. Om half zeven ‘s avonds is Br. Edmundus in alle rust en kalmte overleden op 6 oktober. Moge, O.L.Heer hem rijkelijk belonen.
Een sterfgeval wat nog dieper bij ons, allen insloeg, was de dood van Br. Francesco. Ofschoon Br. Francesco de laatste jaren al meer klaagde over zijn hoofd en er ook iets gaande was met zijn gehoororgaan, had toch niemand ooit kunnen denken dat dit ziektebeeld in zo’n snel tempo zou aflopen.
Zijn laatste werk is geweest een nieuwe verlichting aanbrengen bij de grote kapel, de dreef naar het kerkhof, en een verlichting bij het poortgebouw. Een lamp was nog niet aangebracht. Soms klaagde hij over evenwichtstoringen en het was dan voor ieder van ons ook des te meer onbegrijpelijk dat hij bij deze laatste werkzaamheden boven op de ladder durfde gaan staan.
Op 26 september ging hij naar bed en de dokter gaf de raad een dieper onderzoek te doen plaats hebben in het ziekenhuis. Z~n linkerhand vertoonde bovendien sporen van verlamming. Oorspronkelijk zou hij pas over een dag of tien in hpt ziekenhuis terecht komen, maar gelukkig werd dit veranderd en is h~ ’s middags op 1 oktober opgenomen. Daar voelde h~ zich veel rustiger.
Toen we diezelfde avond op bezoek kwamen praatte h~ honderd uit.
Ook hadden ze al een hersenfoto gemaakt en zoals Frans was, h~ wist dit in geuren en kleuren te vertellen.
De dokter hield hem in het ziekenhuis. Observatie!
Toen is het verder heel snel afgelopen. Doktoren en verplegend personeel stonden er zelf versteld van. Bij een behandeling waarbij hij onder narcose werd gebracht en die uren duurde is hij niet meer tot bewustzijn gekomen. De verlammingsverschijnselen werden sterker.
In het bijzijn van de familie werd afgesproken dat wij ‘s nachts bij hem zouden blijven. De familie zou zo lang blijven. Om half tien werd er opgebeld dat Br. Francesco was gestorven. Het laatste half uur was het ontzettend snel gegaan. .
Grote verslagenheid bij de broeders en bij de familie!
Bij de begrafenis was ook van buiten zeer veel belangstelling. De architecten, waaronder ook dhr. Hurks van de firma Felix, Intergas en van de Waterleidingmaatschappij. Verder nog vele bekenden en zeker niet te vergeten onze Zusters Karmelietessen, die in Francesco ook een groot verlies ondergaan. Dankbaar gedenken wij hem voor het vele goeds dat hij gedaan heeft en vooral dat wij hem als medebroeder in ons midden mochten hebben.