IM171 Br. Joachim ( H. ) Mulders

171 Br. Joachim ( H. ) Mulders

Geboren te Breda : 15-04-1901
Ingetreden : 09-05-1921
Eerste Professie : 26-11-1922
Eeuwige Professie : 29-11-1925
Overleden te Breda : 26-12-1974

Br. Joachim is altijd een man geweest die tot de verbeelding heeft gesproken. Ontelbaar’ zijn de feiten die van hem bekend zijn, even ontelbaar de anekdotes die over hem de ronde deden en soms nog doen. Hij had er het formaat en de allure voor. Hij was een man met een groot gevoelvoor humor. Tevens was hij bescheiden, eerlijk en begaafd met een grote mate van zelfkritiek en bewust van het betrekkelijke van alles, zeker wanneer het hemzelf betrof. Wars als hij was van alle lof en complimenten, is hij de laatste weken een ongewild “slachtoffer” van veel prijzende en bewonderende opmerkingen geweest. Het is maar goed dat hij niet meer hoort wat men allemaal over hem weet te vertellen, want hij zou allang zijn kamer opgezocht hebben een dutje zijn gaan doen. Complimenten beschouwde hij als flauwe kul.
Misschien wel iets heel erg evangelisch. Zelfs als we alles hebben gedaan, wat we konden doen, dan nog zijn we slechts onnutte dienstknechten. Dat geloven we wel braaf. Maar hoe gauw niet vinden we onszelf toch al niet een beetje een “goeie” als we eens iets gepresteerd hebben? Maar bij Br. Joachim was er geen schijntje van zelfgenoegzaamheid te bespeuren, en hij heeft toch werkelijk wel iets gepresteerd en iets betekend.
Eigenlijk is het uilen naar Athene dragen om voor de Congregatieleden de verdiensten van Br. Joachim te gaan etaleren. Wie weet er niet wat hij allemaal gedaan heeft? Die moet wel een vreemde in Jeruzalem zijn Trouwens ook buiten de congregatie was Br. Joachim een begrip. En toch kun je het niet laten om het een na het ander van hem op te halen en elkaar te vertellen. Op die manier “is” Joachim er nog een beetje. En eerlijk gezegd, hebben we er wel eens behoefte aan om dat te doen, hem terug te halen in onze herinnering, want we kunnen hem moeilijk missen om vele redenen. Niet alleen omdat hij nog zo nuttig en praktisch onmisbaar was op zijn school. Hij was de man die voor de meest vreemde en bizarre problemen een oplossing wist, die problemen tot de juiste proporties terugbracht. Hij hielp in de administratie, een sisyfusarbeid voor elk hoofd van een school.
Maar meer nog dan zijn aandeel in het werk was Joachim geliefd door zijn bijdrage in het alledaagse leven in het convent van het Sint Jansklooster. “Mor ge Here!!!” en daar was Joachim met de koffie in de van tevoren onder de warmwaterkraan ver warmde kan. Want hij wist de waarde van een goede kop koffie juist te schatten. Onveranderlijk opgewekt, nooit om een praatje verlegen, altijd bij de tijd en vol belangstelling voor iedereen was Joachim een prettige medebroeder die alleen in staat was om een alledaagse sleursfeer ineens op te fleuren. Deze houding was geen uiterlijk vertoon, het was de manifestering van een warm en goed-menselijk hart. Ik herinner me dat Joachim nooit deelnam aan verhitte discussies of bekvechterijtjes Niet omdat hij het door zijn hoorgebrek niet kon volgen, maar omdat het hem tegen de borst stuitte als men zijn gelijk boven het respect van voor de medemens meende te,moeten stellen. Dat wil niet zeggen, dat hij het overal mee eens was. Hij had uitgesproken meningen en overtuigingen waar hij niet mee schipperde. Maar al9 hij het met iemand niet eens kon zijn, dan betekende dat niet dat dit ook maar de geringste invloed had op de hartelijke verhouding die hij met iedereen onderhield.

Br. Joachim was gek op kinderen. Altijd geweest, altijd gebleven.
Ook in de jaren dat hij al niet meer als hoofd van zijn Sint Janschool werkzaam was, kende hij nog veel leerlingen, en veel leerlingen kenden hem. Als hij ‘s,morgens met zijn auto van “ons Anneke”afkwam en de speelplaats opreed, rende er altijd een groepje jongens naar de loods waar hij zijn wagen parkeerde, gewoon om hem te zien. En je kon het na de Kerstvakantie aan verschillende jongens horen, toen ze zeiden “Br. Joachim is dood hé!” dat het niet zo maar een broeder was, waar ze toevallig van gehoord hadden dat hij gestorven was. Na die opmerking waren de meeste jongens dan even stil. Ze keken dan zo een beetje van: waarom nou toch, hé? Je voelde je er gewoon een beetje verlegen mee. Als Joachim wist hoe die jongens over hem dachten, dan zou hem, dat meer goedgedaan hebben, dan het lintje dat hij eens gekregen heeft’. ]3r. Joachim was voor,hen een begrip dat was nou wat je noemt: een goeie broeder. Daar moeten we zuinig op zijn. Ook als ze al dood en begraven zijn. Je moet er een soort monumentje voor oprichten in je doen en laten en in je werken. Zo iemand vermag te inspireren, zelfs als hij niet lijfelijk meer aanwezig is.

Je zou ook kunnen wijzen op wat meer spectaculaire zaken, zoals het imposante schoolcomplex aan de Verbeetenstraat. Ook dat is een monument je voor het doorzettingsvermogen, het organisatietalent van Joachim.. In een tijd dat het bouwen van scholen uiterst moeilijk was, vanwege een soort bouwstop voor dergelijke projecten, ten gunste van het bouwen van woonhuizen, wist hij het gedaan te krijgen om een dergelijk gebouw weg te zetten. Binnen de kortste keren zat het gebouw vol tot aan het dak. Uitbreidingen volgden met de regelmaat van de klok. Het een stond er nog niet, of het andere werd al weer berekend, losgepeuterd en ontworpen. Maar het onderwijs wat erin dat gebouwencomplex werd gegeven was ook niet het eerste het beste. Br. Joachim reisde stad en land af en stelde zich overal op de hoogte van de, nieuwste gegevens en ontwikkelingen op het gebied van het onderwijs aan verstandelijk minder vermogenden.
Zijn betekenis, voor het Buitengewoon Onderwijs in West-Brabant en misschien wel voor heel wat meer scholen in Nederland, die zijn voorbeeld navolgden, beschrijven zou buiten het bestek van deze herdenking vallen. Maar iedereen die een beetje bekend is met het wel en wee van het Buitengewoon Onderwijs van na de oorlog in deze streken, zal bemerken dat de inbreng van Br. Joachim onmiskenbaar is.

Maar Br. Joachim was niet het type van het weledelgestrenge schoolhoofd dat troonde boven leerling en leerkracht. Hij was joviaal voor zijn leerkrachten, hij kende ze van binnen en van buiten en wist precies hoe hij iedereen zichzelf kon laten blijven en toch zijn inzichten op hen over te brengen. Voor de jongens was hij even joviaal. Iedere jongen kende hij bij naam. Hij bezocht alle gezinnen en met zijn buitengewone mensenkennis wist hij meteen met wie hij het te doen had. Mensen die Br. Joachim eenmaal hadden leren kennen, spraken altijd vol bewondering en waardering over hem. En leerlingen die ooit bij hem op school hadden gezeten, kwamen heel vaak nog eens langs om eens met hem te buurten en vaak ook om raad te vragen, als ze ergens mee zaten. En ze kwamen er altijd beter van terug.
Br. Joachim zette ook een soort “nazorg” op voor de jongens die de school weer hadden verlaten. Elke avond zaten Joachim dan met zijn trouwe rechterhand, Br. Mattheo, in het zaaltje van Joachim en een hele groep jongens te kaarten of T.V. te kijken. Niet alleen met onderwijsvoorzieningen was Joachim vaak zijn tijd vooruit, ook was hij een van de eerste, zo niet de eerste, die een t.v. had. Voor “zijn” jongens. Met die jongens en een paar leerkrachten van zijn school ging Joachim in de zomer een veertiendaagse reis maken naar Oostenrijk of Zwitserland.
Dat waren hoogtepunten van het jaar voor de uitverkorenen. Ook hier kon men het organisatietalent van hem bewonderen. Alles was in de puntjes verzorgd. Op zijn vakantie-adressen leerde hij, dan weer veel mensen kennen, hetgeen leidde tot b1ijvende vriendschap en wederzijdse hoogachting. Van de vele buitenlandse vrienden noemen ,we alleen maar Herr Heinen uit Bonn; de hoofdonderwijzer, die ons daar ontving en gidste. Of mijnheer Pastoor uit Tarrenz, de eerw. Heer Riedl Gott Josef, van wie U in dit nummer een brief afgedrukt vindt.
Ook met het personeel van de school ging hij nogal eens op reis: naar België, Duitsland, Luxemburg. De bedoeling was om ons licht een op te gaan steken in scholen, waar wij nog weleens iets van konden leren. Maar daarnaast droegen de reisjes, die soms wel drie dagen duurden, onmiskenbaar het stempel van een Jochemse vrolijke en ontspannen sfeer. Op deze wijze wilde hij een band smeden tussen zijn Personeelsleden – en hun eventuele echtgenotes, die ook trouw van de partij waren, -om vanuit deze basis van hechte gemeenschappelijkheid ,ook een hecht samenwerkend team te vormen. En dat lukte goed. De school van Br. Joachim was dan ook een begrip voor heel West Brabant en Zeeland. En omdat er jongens waren, die soms van zo ver kwamen dat ze niet elke dag op en neer kond~n reizen, werd er’ in de Sint Janschool ook, nog ,eens internaat, ingericht waar de jongens van maandagochtend tot vrijdagmiddag hun thuis hadden Eerst onder leiding van Br. Augustinus, later onder Br. Simon en Br. Eric Br. Joachim vond een semi-internaat nodig, hij ging dus naar de gemeente en het semi-internaat kwam er.

De mensen op het gemeentehuis zullen de verschijning van Br. Joachim als een zeer vertrouwde zijn, gaan kennen. Hij was er kind aan huis. En wat hij daar allemaal niet gedaan kreeg soms door een doos sigaren, soms door net te doen of hij doof was, iets wat hem helaas niet moeilijk viel, is verbazingwekkend.

Van dove mensen wordt vaak gezegd, dat ze vereenzelvigen en wantrouwend worden. In hoeverre dit waar is kan ik niet beoordelen. Wat ik wel kan beweren, is dat de vrij ernstige doofheid voor Br. Joachim geen belemmering is geweest om met de mensen te blijven communiceren. Hij was een man met intense contacten.
Niet alleen mondeling. Als je eens zag hoeveel post die man kreeg en zelf schreef!
Br. Joachim stond ook altijd klaar om iedereen te helpen. Hoeveel jonge gezinnen hij niet wat goedkoper aan artikelen als wasmachines, koelkasten, platenspelers en andere heeft geholpen, weet ik niet. Maar regelmatig stond er in de hal een grote doos met een of ander “huishoudelijk apparaat”, dan had Joachim weer iets gearrangeerd. Zelfs bemiddelde hij wel eens een keer, bij het vinden van een huis!

In de oorlog heeft hij ook ontzettend veel gedaan om anderen te helpen waar dit maar mogelijk was. En -getuige de verhalen die hierover de ronde doen – was het niet altijd even risicoloos wat hij deed. Zo eerlijk als Joachim tegenover iedereen was, zo goed ging het hem af om de Duitsers een rad voor de ogen te draaien. Over de deze vast wel spannende en waarschijnlijk ook wel eens komische voorvallen ben ik niet voldoende ingelicht. Daar zou iemand anders beter eens iets over kunnen schrijven. Stilzitten is er bij Br. Joachim nooit bij geweest. Vanaf 1921, toen hij als onderwijzer aan de lagere school in Huijbergen begon, tot aan het jaar dat hij – enkele jaren na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd – het werk als hoofd van de Sint Janschool neerlegde heeft hij onafgebroken en rusteloos gewerkt voor de aan zijn zorgen toevertrouwde kinderen. Hoezeer dezen dit hebben gewaardeerd valt af te leiden uit de vele bezoekjes die hij van hen ontving, lang nadat ze van school af waren, uit de vele post die hij van ze kreeg, en tenslotte aan de aanwezigheid van velen hunner, op de begrafenis 30 december 1974. De hoogachting en de waardering die collega’s en andere onderwijsmensen voor hem koesterden bleek uit hun voltallige aanwezigheid en uit de vele brieven die naar aanleiding van zijn overlijden werden geschreven, en waarvan we er enkele in Leer en Leven opnemen.

Naast één goed onderwijzer-opvoeder was Br. Joachim ook een voorbeeldig religieus. Hij nam het altijd zeer nauw met zijn verplichtingen op het religieuze vlak. Hij was niet alleen een man van de daad, maar evenzeer een man van gebed. Niet alle modernere liturgische verworvenheden hadden zijn onverdeelde enthousiaste bijval, maar hij verloor nooit de essentie uit het oog.
En hij kon een uitgesproken en goed gefundeerde mening meedelen wanneer eigentijdse geloofsproblemen de kop opstaken.

Het sterven van deze man was zoals zijn leven was geweest.
Zonder omhaal, zonder veel onnodige plichtplegingen, direct en recht door zee.
Was zijn tijd gekomen, welnu: hij ging. Hij die nooit iemand tot last wilde zijn, probeerde, en slaagde erin, om in bescheidenheid en geruisloos te sterven. Dat hij bij iedereen die van zijn overlijden een diepe verslagenheid en een grote leegte achterliet is niet iets wat we hem kunnen verwijten. Het tekent veeleer de grootheid en de goedheid van deze mens.
Iedereen die hem gekend heeft en voor wie de Verrijzenis van Christus een fundamenteel gegeven van zijn geloof is, zal er niet aan twijfelen dat het sterven van Br. Joachim geen verlies is geweest, maar enkel een winst: het bereiken van de grote voleinding. Hij ruste in vrede. Dat is geen vrome wens, maar een heilige zekerheid.

Br. Theo Eijkhoudt