176 Br. Bosco Brekelmans
Geboren te Hilvarenbeek : 03-11-1916
Ingetreden : 20-01-1935
Eerste professie : 18-08-1936
Eeuwige professie : 15-08-1939
Overleden te : 25-04-1975
Toen Br. Bosco op 9 april 11. met. spoed in het ziekenhuis werd opgenomen, konden wij niet vermoeden dat dit zijn laatste gang zou zijn.
We waren er van op de hoogte dat Br. Bosco zich de laatste weken niet zo goed voelde, maar dat het zo ernstig zou: zijn, hadden we toch niet verwacht. Wel kon je het hem aanzien dat er iets niet in orde was, want de altijd zo goedmoedige Bosco werd stiller en liep wat vereenzaamd door het huis.
De dokter had hem rust voorgeschreven, omdat hij klaagde over vermoeidheid. Bos, werkzaam als hij was, voelde zich lusteloos en iedere inspanning was hem eigenlijk te veel.
Veel woorden had hij niet nodig om anderen duidelijk te maken dat hij iets mankeerde. Op de vraag “Hoe gaat het?” kwam een typisch -aan Bos eigen- antwoord: “Ik ben ziek, dat zie je toch.” Tegenover de doktoren was hij even spaarzaam met zijn woorden. Kort en bondig formuleerde hij zijn klachten en liet het verder aan de specialist over uit te zoeken, wat precies zijn ziekte was. Toen deze echter zijn diagnose had gesteld, waren de vooruitzichten zonder meer somber. Hij constateerde een te groot hart als gevolg van aderverkalking en andere factoren. De kransslagader bv. was ernstig aangetast door de verkalking en medisch gezien was er weinig kans op herstel. Er was dus reden tot ernstige bezorgdheid. Bosco zelf was zich zijn toestand niet bewust en hij was er de man niet naar de dokter uitvoerig uitleg te vragen.
Na een week van grote benauwdheid en hoge koorts herstelde hij zich. Hij werd wat spraakzamer en voelde zich al veel beter. Met zijn medepatiënt had hij de avond voor zijn sterven nog een heel gezellig gesprek gevoerd en nadat ze elkaar een goede nacht hadden gewenst, is Bosco diezelfde nacht heel zacht en kalm ontslapen. Zijn toch nog onverwacht sterven bracht grote verslagenheid teweeg. Verslagenheid bij zijn dierbare Familie, medebroeders, collegas op het kantoor en allen met wie hij tijdens zijn leven verbonden was geweest. De laatste categorie vormt een indrukwekkende rij. Onder hen was het vooral “het zorgenkind” dat een speciale plaats innam.
Een overzicht van de werkzaamheden van Br. Bosco is wel te geven; wat hij echter als mens, als religieus voor anderen heeft betekend, laat zich slechts vermoeden.
Na zijn noviciaat is Br. Bosco werkzaam geweest in Huijbergen Breda – Haaren – Bergen op Zoom – Princenhage om dan tenslotte definitief terug te keren naar Bergen op Zoom waar hij van 1939 tot 1962 verbonden is geweest aan de B.L.O. In 1963 is hij Br. Cyrillus opgevolgd als econoom van de congregatie. Hij behaalde verscheidene akten en diplomas die verband hielden met het onderwijs en de financiën. Zijn muzikale begaafdheid vond een bekroning met het behalen van het Staatsdiploma piano.
Br.Bosco heeft zesendertig jaar in Bergen op Zoom gewoond en het ligt voor de hand dat zijn activiteiten daar het meest tot zijn recht zijn gekomen. Binnen die activiteiten valt de voorkeur o~ die Bosco had voor “het zorgenkind”. Zijn “B.L.O. tijd” bracht hem met deze kinderen in aanraking en nadat ze de school hadden verlaten, voelde Bosco intuïtief aan dat er een stuk nazorg moest plaatsvinden.
Vanuit die nazorg groeiden zijn kontakten met de Sociaal Pedagogische Dienst, de V.T.B. (Verenigde Toeleverings Bedrijven) die een arbeidsplaats bieden aan geestelijk en/of lichamelijk gehandicapten, de kinderdagverblijven, de gezinsvervangende tehuizen en de vereniging “Het zorgenkind”.
Bij deze sociaal-maatschappelijke instellingen verrichtte Bosco secretariswerkzaamheden, verzorgde hij de financiën of was hij opgenomen als bestuurslid.
Degenen die met Bosco hebben mogen samenwerken, zijn eensluidend in hun oordeel over hem. Een bescheiden, wijze man die zich op niets liet voorstaan en bijzonder goed de noden Van het zorgenkind aanvoelde. Zijn levensvisie kwam daarbij om de hoek kijken en als het over sociaal zwakkere mensen ging, liet Bosco zich het beste kennen. Hij stond midden tussen de mensen en trachtte zijn tijd te verstaan. Zijn helder verstand en zijn grote oprechtheid wisten feilloos aan te geven wat van blijvende waarde was en wat tot de franje gerekend kon worden.
Nooit drong hij anderen zijn mening op en wanneer hem om zijn mening werd gevraagd, gaf hij die in schaarse bewoordingen. In heel zijn optreden lag iets overrompelends, iets van pure goedheid en rechtvaardigheid. Het is mede daarom, dat hij zoveel ingang vond zowel bij kinderen als bij volwassenen. Zo is hij velen tot steun geweest, bijzonder op het terrein van blijvende en diepere levenswaarden.
Zijn muzikale talent heeft hij ten dienste gesteld van de gemeenschap. Zelden deed men een tevergeefs beroep op hem en menige liturgische plechtigheid heeft hij met zijn orgelspel luister bijgezet. Dit alles deed hij met een vanzelfsprekendheid om er jaloers op te worden. Het was hem zelden te veel.
De redactie van “de Vreugdebloem” (een regionaal kerkblad) riep zijn hulp in om de voorpagina van het blad wat te verlevendigen. Iedere week zorgde Br.Bosco voor een treffende foto.
Hij had bemoeienis met het Stedelijk Pastoraal Beraad en de Vastenaktie. Verder was hij een zeer gewaardeerd lid van de “Krabberijders”.
Als econoom werkte Bosco efficiënt en met grote accuratesse. Het accountantskantoor was altijd vol lof over de overzichten die Bosco verstrekte. Zijn voorkeur voor beleggingen ging uit naar instellingen met een maatschappelijk en/of sociaal doel. Het kwam voort uit zijn levensvisie die duidelijk een uitdrukking wilde zijn van zijn-dienend-in-de-wereld-staan. Op het kantoor wist hij een sfeer te scheppen die weldadig aandeed.
Voor zijn Familie was Fons een steun en toeverlaat. Zijn evenwichtig en wijs oordeel boezemde vertrouwen in. Je kon van Fans op aan. Fons zag men ook graag komen en hij van zijn kant had behoefte aan die kontakten.
Als huisgenoot was Bosco een zeer gewaardeerde medebroeder. Ieder was voor hem gelijk en nooit zou hij zijn voorkeur laten blijken voor de een of ander. Als Bosco om zijn mening werd gevraagd, kon je rekenen op een eerlijk antwoord dat hij zonder veel omhaal van woorden naar voren bracht.
Door zijn eerlijke stelling name en zijn eerbied vooral voor een ander zijn mening had Bosco iets ontwapenends in zijn optreden. Al die kwaliteiten zou je kunnen samenvatten in één zin: Bosco was een man om van te houden.
Hij laat een grote leegte achter. Zijn te groot hart is medisch gezien oorzaak geweest van zijn vroegtijdig sterven. Als religieus heeft hij een groot hart gehad, waarin plaats was voor velen. Aan Br. Bosco bewaren wij dierbare herinneringen. Moge hij rust vinden bij de Vader die hij tijdens zijn leven op zulk een voorbeeldige wijze heeft gediend.
Bergen op Zoom, 2-5-1975
Br. Reginald.
KAMER 906
———
Van 9 tot 23 april was deze kamer 6 op de 9de verdieping van het ziekenhuis Lievensberg te Bergen op Zoom de leefruimte van br. Bosco. Hij kwam op de plaats van de heer Daane, die dezelfde 9de april verhuisd was naar de hartbewakingskamer en de dag voor br. Bosco, s avonds, slechts 7 uur eerder overleed. Eerst had hij een paar dagen het bed aan de muurkant, later aan de lichte raamkant, waar hij een hemelwijd uitzicht had over de Schelde en de bossen rondom Bergen op Zoom.
Stapels kussens steunden hem in de rug en hoofd; een plank achter in het bed aangebracht verkleinde de ruimte zodat hij niet al te ver kon wegglijden. Een zittend-liggende houding om de druk van hart en longen te verlichten. Twee lange weken deze houding volhouden is een opgave op zich!
Geen stap heeft hij meer gedaan. Volledige bedrust, afhankelijk van anderen. Vanaf de eerste dag op het witte bed begon de koorts te komen, nam toe tot tegen de 40 graden maar nam gelukkig af na een paar dagen. “Longontsteking” verklaarde dr. Bekkers later.
Na deze crisis van een dag of vier ging het, ogenschijnlijk, dagelijks beter. Bevredigend in de ogen van dr. Bekkers. Hijzelf werd ook steeds levendiger, praatte en lachte en had belangstelling voor alles. Meer dan ooit te voren leefde hij met de hoop op herstel. Op de vooravond van zijn overgang naar het andere leven zei hij nog: “Het zal wel lang duren voor ik genezen ben, maar hiervan ga ik niet dood.” Op 23 januari ging hij voor het eerst naar dr. Bekkers, internist van Lievensberg. Vijf dagen later werd hij als “spoedgeval” opgenomen.
“Je hart is in ernstige mate ontregeld”, had de dokter verklaard. Rust en een zoutloos dieet zouden hem moeten genezen. Drie en een halve week van onderzoek en rust in het ziekenhuis; twee weken rust thuis. Daarna werd die rustperiode verlengd met 5 weken. Vooruitgang was er niet te bespeuren. Integendeel.
Acht dagen voor de lopende afspraak met dr. Bekkers op 17 april, kwam hij terug. Op 9 april kon hij niet meer. Met een ambulance werd hij naar het ziekenhuis vervoerd. De opgetreden longontsteking heeft hem extra verzwakt, zodat hij de hartinfarct, die optrad om ongeveer half drie in de nanacht van 23 april niet meer kon verwerken.
Heeft hij toch voorvoeld dat hij die nacht zou overgaan naar het andere leven? “Gezegende nacht” zou hij zijn kamergenoot hebben toegewenst.
Hij moet weggeslapen zijn in alle kalmte en rust, zoals zijn leven was. De nachtzuster had hem goed half drie nog geholpen.
Even later ging zij nog eens terug kijken. Hij was niet meer
Twee lange weken van gehele afhankelijkheid en overgave aan een ander; niets doen; alles laten doen. Velen hebben hem nog bezocht: medebroeders, familie, vrienden, kennissen, medewerkers. Hij ontmoette de mensen graag. Allen hebben hem zeker geholpen om de grote overgave aan de Ander, het aanschijn van de Heer, voor te bereiden.
“Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.” (Rom. 6,8)
Bergen op Zoom, 26-4-1975.
Br. Koenraad Brekelmans