177 Br. Masseus Nicolaas Bunnik
Geboren te Ouderkerk : 12-10-1923
Ingetreden : 15-03-1941
Eerste Professie : 21-09-1942
Eeuwige professie : 21-09-1945
Overleden te Oosterhout : 28-04-1975
(Media vita in morte sumus)
s Maandagsvoormiddags was hij tijdens de pauze nog in de docentenkamer; had nog met ons gepraat en gelachen. Hij zag er weliswaar wat bleekjes uit, maar het ging hem beter, naar hij zei. En enkele uren later de tijding: Br. Masseus is gestorven. Zelden zal een bericht zo ongeloofwaardig en tegelijkertijd zo verpletterend geweest zijn als dit. Dat was ook merkbaar dinsdagmorgen in de Sint-Annakerk, waar onze schoolgemeenschap de Eucharistie vierde.
Afgezien van de stem van de voorganger, was er geen geluid in die volle kerk; eigenlijk was er ook geen stilte. Er was alleen die onwezenlijke sfeer van een dof terneer gezeten zijn, van een niet begrijpen, van een zich niet realiseren. Het verdriet kwam later pas, toen het tot ons doordrong, dat we onze directeur voorgoed zouden moeten missen.
Br. Masseus was vanaf 1 augustus 1956 aan onze school verbonden. Op 1 januari 1970 volgde hij Br. Hubertus op als directeur, en dat bleef hij ook na de fusie van de beide Bredase kweekscholen. Wat hij allemaal voor de P.A. gedaan heeft, zal wel nooit volledig bekend worden: Br. Masseus was een stille, stugge werker. Ondanks zijn betrekkelijk zwakke gezondheid heeft hij gewerkt, heel zijn leven lang. Dat blijkt al, als we de respectabele lijst van aktes doorlopen, die hij behaalde met de regelmaat van een klok. En dat naast zijn gewone schooltaak. Wat een uren moet hij niet achter zijn studieboeken gezeten hebben!
Als directeur van de P.A. was hij befaamd om zijn organisatievermogen, om het feilloos samenstellen van les- en examenroosters. Hij bezat een uitstekende kijk op de inrichting en de verbetering van het schoolgebouw; het economische aspect verloor hij daarbij niet uit het oog. Onder zijn leiding is de P.A.
“Sint-Frans” geworden tot een goed geoutilleerd instituut, waarover buitenstaanders lovend spreken. Oud-studenten en oud-leden van het Kweekschoolsuccursaal zullen moeite hebben, school en klooster van vroeger te herkennen.
Ook als mens was Br. Masseus gezien, bij docenten, studenten, ouders en bij zijn vele kennissen. Wat allereerst opviel, was het stille, het bescheidene, het eenvoudige wat hij over zich had. Zich op de voorgrond plaatsen, zich opdringen, dat was hem vreemd. Op een rustig doordachte, maar beslist niet gevoelloze, manier gaf hij leiding. Je accepteerde hem en zijn uitspraken; je wist dat je tegenover een man stond met vele en grote capaciteiten, waarmee hij echter nooit pronkte. Verder was vriendelijke dienstbaarheid een opvallende trek van zijn karakter. Hij stond voor je klaar; hij kon rustig luisteren; hij doorzag snel waarin iemands moeilijkheden bestonden; hij vermocht op een verstandige manier raad te geven. De studenten wisten, dat hij hen beschouwde als mens, en niet als nr. zoveel van de leerlingenlijst.
Gelovig moet hij ook geweest zijn, al liep hij daarmee niet te koop. Van tijd tot tijd echter kon je merken, dat eenvoudige, degelijke godsdienstigheid de drijfveer van zijn denken en doen was. Zijn aanleg voor logica deed hem op religieus gebied een plaats kiezen tussen de “behoudenden” en de “rekkelijken” in.
Hij was een goed directeur; hij was een goed mens. Het moge een cliché lijken, toch moet gezegd, dat zijn sterven in onze harten en in onze school een leegte laat, die de herinnering aan hem moeilijk vermag te vullen.
We kunnen nog niet goed begrijpen, dat dit gebeuren moest. Hij was zo jong nog en het ging zo plots. Het is misschien maar beter, stil te zijn tegenover dit mysterie, “Want de Opperste beleit zijn zaecken wonderbaer.” Eén ding is nog eens onontkoombaar duidelijk geworden: niemand weet, wanneer God hem roepen zal; niemand weet, of zijn levensweg lang zal zijn, of dat voor hem – zoals voor Br. Masseus zal gelden: midden in het leven staan we in de dood.
Br. Masseus heeft nu weet van wat nog geen oog zag, geen oor hoorde.
Dat hij daar de rust moge vinden, die hij zich hier nooit gunde.
Herdenkingswoord, uitgesproken door Adjunct-directeur dhr. C. de Waal tijdens de rouwdienst die gehouden werd voor de schoolgemeenschap in de kerk van St. Petrus en Paulus te Breda.
In memoriam Broeder Masseus
We nemen afscheid van Broeder Masseus. Een goede onderwijzer, een goede leraar, een goede directeur, maar bovenal een goed mens. Hij was een man die weinig aan de weg timmerde. Het viel hem moeilijk zijn gevoelens onder woorden te brengen, ze te uiten. Maar zij die hem goed kenden weten dat hij door de kleinste dingen ontroerd kon worden. Hij viel niet op door zijn welsprekendheid; hij betekende iets door zijn “zijn”. Misschien hebben we dit tijdens zijn leven niet zo direct ervaren. Maar vanaf het moment dat we hoorden dat hij nooit meer bij ons zou zijn, kwam dit gevoel snel en onweerstaanbaar naar boven.
Hij was als de goede herder die zorgt voor zijn schapen. Hij kende zijn mensen en zijn mensen kenden hem. Het was hem niet voldoende als alles goed ging op school. Hij probeerde een klimaat te scheppen waarin iedereen ruimte kon vinden zichzelf te zijn, ruimte om meer mens te worden, ruimte om meer te leven. Hierin heeft hij Christus gevolgd, Christus die door zijn belangstelling voor en dienstbaarheid aan de medemens – en bij voorkeur de zwakke medemens – een nieuw leven openbaarde. Een nieuw leven, waarin mensen tot die hoogte van menszijn komen, dat ze worden zoals God bedoelde dat ze moesten worden.
Hierin herkennen we de heilsboodschap van Christus: dat de dood niet het einde betekent. Door dit alles overleeft Broeder Masseus zichzelf. Het leven dat hem gegeven was eindigt niet hier, eindigt nooit. De mens die zorg heeft voor de ander doet de gedachte aan God levend worden.
Ik heb het voorrecht gehad lange tijd met hem te mogen samenwerken. Eerst als collega-docent aan de voormalige Mariakweekschool waar hij door zijn eenvoud en rust, maar vooral door zijn “logische” eerlijkheid de vriend werd van velen.
In de jaren voorafgaande aan de fusie van de beide Academies heb ik hem in de gesprekken op de late vrijdagavond, wanneer hij nog zat te werken aan rooster of planning van de Franciscuskweekschool, leren kennen als een onderwijsmens met visie op de toekomst. Een toekomst waarin hij het samengaan van de beide Pedagogische Academies zo duidelijk voor zich zag en als noodzakelijk beschouwde.
Met de directies van beide scholen hebben we een vol jaar wekelijks samen vergaderd en plannen uitgewerkt. Hij was de motor in het team. Nooit heeft hij zich aangeboden als de directeur van de nieuwe Pedagogische Academie. Maar hij heeft zich ook niet onttrokken aan de verantwoordelijkheid toen hem gevraagd werd deze functie, waarvan hij wist dat ze enorm veel werk met zich mee zou brengen, te aanvaarden.
We hebben hem bewonderd om zijn inzet en zijn plichtsbetrachting in de achter ons liggende jaren. Nooit deden we tevergeefs een beroep op hem. Hoe dikwijls heeft hij in de wekelijkse stafbesprekingen geen blijk gegeven van zijn tomeloze werkkracht.
Zijn oordeel was altijd gebaseerd op rechtvaardigheid, een rechtvaardigheid die steunde op zijn logisch denken. En steeds hield hij vast aan het principe, dat het altijd de mens is die handelt, de mens met zijn eigen moeilijkheden en mogelijkheden. Want hij hield van mensen, vooral van jonge mensen. Hij kende alle studenten en velen hebben in moeilijkheden steun bij hem gezocht en gevonden.
In de maanden na de kerstvakantie hebben we ons veel zorgen om hem gemaakt. Hij kon niet meer doen wat hij al die jaren als zijn vanzelfsprekende taak had beschouwd. En we wisten maar al te goed hoe erg hij het vond niet meer metterdaad van dienst te kunnen zijn. Maar zijn belangstelling bleef, zijn gedachten bleven bij zijn werk. Maandagmorgen hebben we hem nog gezegd hoe fijn we het vonden dat hij s morgens nog op school kwam. Want hij bleef de vraagbaak en de raadgever.
We hebben verstomd gestaan over al datgene wat hij nog op papier had gezet voor het komende studiejaar, duidelijk, overzichtelijk, gebruiksklaar.
Hij heeft aan de opbouwen uitbloei van zijn ideaal gewerkt tot enkele uren voordat zijn Schepper, in wie hij een rotsvast vertrouwen had, hem opriep. Op de ochtend van de dag waarop hij gestorven is, een dag waarop hij zich, naar hij zelf zei, beter voelde dan tevoren, heeft hij nog met velen van ons gesproken en zijn belangstelling getoond voor hun persoon en hun werk. Masseus, we danken je voor wat je voor ons was. We danken je voor je trouwen je goede zorgen. We zullen je erg missen.
Maar je zwoegen is niet voor niets geweest. Datgene wat je ons nalaat, je werk en je voorbeeld, zullen voor ons een opdracht blijven inhouden. God geve je de rust die je jezelf hier bij ons zo spaarzaam gunde.
En als we bij Guido Gezelle lezen:
Gij weet niet, gij die leeft gij kunt het ook niet weten voordat ge sterven zult hoe waarlijk ongemeten de goedheid is van God en zijn barmhartigheid dan geeft ons dat troost. Want we weten dat jij God hebt gevonden.
Uit “De stem” van woensdag 30 april 1975
Broeder Masseus Overleden
BREDA – Afgelopen maandagmiddag is broeder Masseus (Nicolaas Maria Bunnik) directeur van de pedagogische academie St.Frans plotseling overleden. Vrijdag 2 mei zal om 9.30 uur een eucharistieviering voor de scholieren in de Petrus en Pauluskerk worden gehouden. s Middags om 14.30 uur zal de teraardebestelling in het broederklooster in Huijbergen plaatsvinden.
Broeder Masseus werd in 1923 in Ouder-Amstel geboren. Na zijn toetreding tot de congregatie van de broeders van Huijbergen werd hij onderwijzer op verschillende lagere scholen in Breda. In 1955 werd hij benoemd tot leraar aan de Lambertus-ulo.
In 1956 volgde zijn benoeming tot leraar aan de kweekschool St. Franciscus en later ook aan de Mariakweekschool. Hij speelde een belangrijke rol bij de fusie tussen de beide Bredase kweekscholen en werd de eerste directeur van de pedagogische academie St.-Frans. Broeder Masseus had eveneens een werkzaam aandeel in het plaatselijke HBO-overleg.
De gemeenschap van de r.k. pedagogische academie St.-Frans is geschokt door zijn plotseling overlijden. Met broeder Masseus is een man heengegaan, die het onderwijs en allen die er werkzaam in waren eert warm hart toedroeg. Zijn theoretische en vooral praktische kennis werd door iedereen gewaardeerd, terwijl hij een groot respect bij zijn leerlingen genoot.