IM178 Broeder Koenraad Brekelmans

178 Broeder Koenraad Brekelmans

Geboren te Hilvarenbeek : 22-12-1921
Eeuwige Professie : 15-08-1947
Naar Indonesië : 05-12-1948
Priester gewijd : 10-12-1972
Overleden te Rotterdam : 12-07-1975

Hij was geen prater, die Koen.
Ik leerde hem kennen op de kweekschool in 1938 als klas- en bankgenoot; pas ruim dertig jaar later bleek hoe diep teleurgesteld hij toen was, dat hij niet verder mocht studeren om priester te worden. Hij was eerlijk, kwam voor zijn mening uit. In 1949 werd hij naar de missie uitgezonden. Banjarmasin was zijn eerste standplaats en ook daar ontmoetten we elkaar weer.

In 1966 werd hij benoemd tot missieoverste. De golf van vernieuwingen als gevolg van Vaticanum II, deed zich ook in Indonesia gevoelen. Al gauw werd het hem duidelijk dat de missieoverste niet gebonden moest zijn aan functies die hem in de uitvoering van zijn taak belemmerden. Hij ging daarbij met voortvarendheid te werk.
Koen had zo zijn principes en ideeën, die hij slechts met moeite prijsgaf.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat hij bij zijn beleid niet overal instemming vond. Velen ging het te snel. Terwijl ik dit neerschrijf, besef ik dat hij er onder geleden heeft. Koen was een gevoelig man en hij liet het niet zo gemakkelijk blijken, zeker niet als het om persoonlijk verdriet ging.
De geschiedenis heeft echter al herhaaldelijk bewezen dat uit de botsingen der meningen de waarheid naar voren komt. Ongetwijfeld heeft Koen door zijn beleid bijgedragen aan de vernieuwingen hervorming. Persoonlijk heeft het hem veel gekost. Toen in 1969 een nieuw bestuur werd gekozen, heeft Koen zijn functie ter beschikking gesteld aan het nieuwe hoofdbestuur. Koen gaf er toen de voorkeur aan om naar zijn eerste liefde terug te keren nl. Banjarmasin. Een oude fase in zijn leven werd hierdoor afgesloten en manmoedig begon hij aan de nieuwe.
De liefde voor zijn Congregatie en haar missiebelangen was echter zo groot, dat hij het niet laten kon meer dan eens hardop te denken. Soms was hij dan dubbel kwetsbaar als hij emotioneel geladen de juiste woorden niet kon vinden. Toch hield hij vol, omdat hij moedig was en een groot hart had.

Ik heb zijn moed vooral bewonderd, toen hij op ongeveer 50-jarige leeftijd zijn jeugdideaal weer opnemend gezet ging studeren om priester gewijd te kunnen worden in Samarinda. Weer later toen hij soms zware dienstreizen ging maken om als priester dienstbaar te zijn in het Bisdom Banjarmasin en daarna lijdende aan een dodelijke ziekte zich verzettend en blijvend willen geloven dat hij beter worden zou. Zijn grote en ruime hart heeft hem de kracht gegeven om alles, maar dan ook alles te wagen om zijn talenten en kracht in dienst te stellen van de Ander en anderen. Hij kon ook zo dankbaar zijn en die dankbaarheid op zijn eigen manier kenbaar maken. Zulke momenten zijn kostbaar en blijven je bij. Hoe verrassend blij was hij, toen hij in 1971 wachtend op een nieroperatie in het ziekenhuis te Surabaya, ver van zijn Familie en medebroeders, onverwacht bezoek kreeg van Br. Andreas en ondergetekende. Enkele maanden nadien ben ik hem in Samarinda op gaan zoeken, maar had het van tevoren niet laten weten. Opnieuw was ik getroffen door zijn dankbaarheid.

Het lijkt nog maar zo kort geleden dat Br. Reginald, op visitatie in Pontianak, en ik hals over kop naar Surabaya zijn gevlogen op het eerste alarmerende briefje van Koen zelf, waarin stond, dat men een operatie nodig achtte om een gezwel weg te nemen. De onzekerheid over de aard van de tumor heeft voor ons maar kort geduurd. Wij wisten praktisch al tijdens het eerste bezoek aan het ziekenhuis dat het ernstig mis was. De zeer kundige chirurg, die de operatie uitvoerde en die ons heel spoedig kwam opzoeken bij de Broeders van Oudenbosch, waar we logeerden, nam op stellige manier alle twijfels weg.
Koen heeft ons zwijgen over de feitelijke toestand vertaald met een onverwoestbaar vertrouwen op een volledig herstel. De manier waarop verplegend personeel hem uitgeleide heeft gedaan toen hij naar Nederland ging vertrekken; het feit dat de rector en twee zusters van het ziekenhuis ons naar het vliegveld hebben gebracht; de deputatie van Pati die aanwezig was tot op het vliegveld, heeft hem blijkbaar niet op het idee gebracht dat het gezien moest worden als een afscheid voor het leven.
In Jakarta stond Mgr. Demarteau msf, zijn Bisschop, die voor de Bisschoppenconferentie in de hoofdstad was, hem op het internationale vliegveld op te wachten voor een laatste mondelinge groet. Koens reisgezel op de vlucht Jakarta – Amsterdam had het doodvonnis, de rÖntgenfotos en een verklaring van de dokter in Surabaya, in zijn bagage en Koen zelf wist en vermoedde nog niets.
Toen eindelijk de dokter op Aswoensdag in Rotterdam op uitdrukkelijk verzoek van Koen openhartig de harde waarheid vertelde, was het voor hem verpletterend te weten, dat wij het hem niet hadden verteld. Br. Reginald heeft alle registers van zijn niet geringe overredingskracht moeten opentrekken om Koen te overtuigen dat wij niet anders hebben kunnen en mogen handelen. Zijn broer Paulus uit de zwaar beproefde Familie Brekelmans heeft tenslotte de laatste resten van weerstand kunnen wegpraten.

Koen is tijdens zijn laatste verlof ondanks zijn ziekte toch nog actief gebleven zolang het kon voor zijn geliefde missie. Hij was blij met het vertalen van de algemene rondschrijf- en nieuwsbrieven van Br. Reginald.
Hij heeft ook de nieuwe juridische bepalingen die op het laatst gehouden kapittel zijn goedgekeurd, in het Indonesisch omgezet.
De eerste niet vertaalde brief van het Hoofdbestuur (Br. HUbertus) ging over het afsterven van Br. Koenraad. Hij zal ons nabij blijven.
Dat hij, nu verlost van alle pijnen, moge rusten in vrede.
Pontianak, 23 juli 1975.
Br. Domitius de Moor.

Car. Broeder Domitius,
Wie had gedacht, dat ik zo gauw deze brief schrijven moest. Ik behoef niet te zeggen, hoe intens wij allen meeleven met dit heengaan van Br. Koenraad. Hij was wachtend op een wonder, zo schreef hij mij; het Wonder is nu aan hem geopenbaard, al is het een ander, dan hij verwachtte. 21 juli is er een plechtige H. Mis voor zijn eeuwige rust op JI. Veteran. De opkomst zal heel zeker groot zijn. Hij was bij de mensen echt gezien; niet alleen hier in Banjarmasin, maar ook bij de umats, die hij de laatste jaren als priester verzorgde. Hij had zorg voor de mensen; dit erkent iedereen.
Broeder Domitius, nogmaals onze heel oprecht gemeende deelneming.

Ik schrijf ook naar zijn familie.

In Xo., W. Demarteau, msf, uskup.