187 Broeder Antonius Johannes Verhees
Geboren te Soerendonk : 04-10-1910
Ingetreden : 16-09-1933
Eerste professie : 19-03-1935
Eeuwige professie : 19-03-1938
Overleden te Huijbergen : 20-10-1977
Zoals men op menig bidprentje leest: “In alle, eenvoud heeft hij geleefd”, is dit wel in het leven van onze overleden Broeder Antonius bewaarheid. Ondanks fouten en gebreken, die iedere mens heeft, was hij het laatste jaar in Haaren iemand, waar men – als men hem ontmoette op zijn dagelijkse wandelingen – graag een praatje mee maakte. Bejaarden bij de bejaardenhuisjes bepraatten met hem graag het oen en ander en in zijn laatste ziekte waren het deze mensen, die belangstellend naar hem informeerden. Kaarsen werden door hen opgestoken bij O.L. Vrouw en na de dood van onze Broeder kwam een goede bekende van hem een Mis bestellen voor zijn zielenrust.
Kleine dingen zijn het soms, die de mensen aantrekken. Een kind dat sigarenbandjes krijgt, een belangstellend stilstaan bij een man, die in zijn tuintje aan het werk is en klaagt dat de mollen zo vervelend doen; een bezoekje bij een oude vriend van vroeger, toen hij de keuken verzorgde; dit zijn enkele feiten uit zijn dagelijkse leven.
Dan zon hij op een middel om de mollen tegen te houden en leverde z.g. mollenplaten aan verschillende adressen.
Het wel en wee van zijn familie ging hem bijzonder ter harte en gaarne bezocht hij hen.
Ofschoon niet zo goed gezond – zijn astma en een lastige knie waren een handicap voor hem – was hij iedere morgen al vroeg present. Hij dronk een kopje koffie en toog dan “een straatje makend” naar de kerk. In het begin werd er gevraagd: “Wie toch da menneke was, die daar achter in de bank altij zit”.
Op de duur verloor hij zijn kracht en zijn eetlust werd minder en als we hem aan tafel aanspoorden om te eten, zei hij: “Eet jullie dat maar op”.
Hij probeerde evenwel verder te leven en zijn sigaartje rokend, stapte hij op, om zijn dagelijkse wandeling te maken.
Ook dit werd steeds minder en moeilijker, totdat de geneesheren hem, na onderzoek, opgaven. Die onderzoeken waren zwaar en na een onderzoek van een paar uur werd hij uit het ziekenhuis in een rolstoel naar de auto gebracht; meer dood dan levend. Al pratend met hem en met de wetenschap, dat hij wel niet meer beter zou worden, aanvaardde hij moedig zijn lijden in het volle vertrouwen op God.
Broeder Antonius, we kunnen eigenlijk niet ten volle beseffen wat je geleden hebt, maar het zien van je bij onze bezoeken zei genoeg. Moge een blije hemel voor je opengaan en moogt ge leven in de vrede en vreugde van onze verrezen Heer.
Broeder Adelbertus.