199. Br. Pacificus J.P.F. van Loenhout
Geboren te Kruisland : 10-01-1912
Ingetreden : 06-09-1930
Eerste Professie : 19-03-1932
Eeuwige Professie : 19-03-1935
Overleden te Bergen op Zoom : 13-01-1980
Tijdens het waken bij Br. Pacificus in het ziekenhuis “Lievensberg” te Bergen op Zoom schreef ik het volgende: Na zijn pensionering hebben wij in Ossendrecht het voorrecht gehad Br. Pacificus in ons midden te mogen hebben. Passief kwam voor de tweede maal naar “O.L. Vrouw ter Duinen” te Ossendrecht op 17 augustus 1977. In Ossendrecht zou hij bejaardenwerk gaan verrichten. En dat heeft hij gedaan. Maar nog veel meer dan dat.
Passief was eigenlijk al voordat hij binnenkwam ingeburgerd! Hij kende al heel veel mensen, en de mensen die hij niet kende, kende hij heel snel. Passief had snel contact met iedereen en kon dit contact zeer goed onderhouden op een ongedwongen manier: spontaan, open, met grote belangstelling, hartelijk. Geen poespas, geen flauwe kul, geen mooie overdreven woorden, neen: gewoon echt warm menselijk.
Elke morgen begon hij zijn ronde op de Volksabdij met iedereen een goede morgen te wensen en een kort praatje te maken. Na deze begroeting begon hij te karweien. ‘sAvonds tevoren had hij zijn lijstje gemaakt wat er moest gebeuren. Alle klassen werden systematisch geklaard. Heel veel kleine en ook grotere mankementen werden vakkundig gerepareerd. “In de gauwigheid” liep hij dikwijls de school (L.T.S.) in, ontmoette bijna alle personeelsleden, dronk een kop koffie en rookte een sigaretje. Heel vaak kwam hij de school uit met iets wat hij nodig had voor zijn werk, of iets wat hij op school had laten maken. Bij iedereen op school was hij altijd welkom.
Na het middageten even praten, even de krant inkijken en dan trok hij er met zijn fiets (bij goed weer op zijn brommer) op uit om bij bejaarden, vrienden en kennissen een praatje te gaan maken en om een boodschapje te doen. Tegen etenstijd was hij altijd prompt thuis. Na het avondeten deed hij “bureau-knutselwerk”: allerlei kleine klusjes werden gezeten aan zijn bureau gedaan. Ook werden dan de klussen voor de volgende dag bekeken en genoteerd.
Menig avonduur besteedde hij ook aan het oplossen van kruiswoordpuzzels. Rond negen uur kwam hij naar beneden en ging zitten op zijn stoel. Het liefst zat hij te praten en te praten! Contact met mensen was zijn grootste behoefte.
In december 1979 begon hij te zeggen (klagen deed hij niet) dat hij moe was, heel de dag moe, nergens geen zin meer in had, Eetlust had hij ook niet meer. Op Nieuwjaarsdag vond dokter Edixhoven het nodig dat Broeder Passief opgenomen werd in het ziekenhuis “Lievensberg” te Bergen op Zoom. Helaas konden de doktoren weinig of niets meer aan hem doen. Een afmattende ziekte deed snel zijn krachten afnemen. Op maandag, 7 januari om 11 uur werd Broeder Passief bediend. Op zondagmorgen, 13 januari 1980 om tien voor zeven overleed onze Broeder Passief. Passief bijzonder veel dank voor je hartelijkheid, je menselijkheid tijdens je laatste levensjaren bij ons op “O.L. Vrouw ter Duinen”. We zullen je echt missen.
Adrie.
BROEDER PACIFICUS.
Twee jaren heb ik op Onze Lieve Vrouw ter Duinen in Ossendrecht een kamer gehad, juist in do tijd dat Br, Passief, zoals hij daar werd genoemd, vanuit Amsterdam kwam om van zijn pensioen te gaan genieten, alhoewel je eigenlijk niet mag spreken van genieten als je zag hoe hij, dag in dag uit, zijn best deed om zich nuttig te maken ten dienste van de Volksabdij en de bewoners.
Als een nijvere bij was hij de hele dag door bezig met allerhande klusjes en daarnaast stond hij met opgewekt humeur nog iedereen met raad en daad ter zijde, ofwel ging hij hier of daar eens buurten.
‘sAvonds zat ik bij de broeders in de huiskamer en daar heb ik hem het beste leren kennen. Onze gezamenlijke kruiswoordpuzzel woede dreef ons in elkaars armen. Meestal was het zo dat Br. Paschalis met de dagelijkse puzzel begon, en als het hem verder niet lukte gingen Passief en ik met vereende, krachten aan het werk en kwamen er ook altijd uit, hoelang het ook duurde of hoeveel puzzelboeken er ook moesten, worden geraadpleegd.
Later hield Br. Paschalis de eer aan zichzelf en begon niet eens meer aan de puzzel, maar liet het werk geheel aan ons over. Dan weer liet Passief het afweten, dan weer moest ik in hem de
meerdere erkennen.
Was de puzzelveldslag gewonnen, dan werd er onder het genot van een borrel, alhoewel hij naderhand gelukkig de wijn ging waarderen, gepraat. Gepraat over vroeger, over zijn leven en zijn werk. Samen met zijn tweeën om de huiskamertafel, waar later op de avond Br. Franken, mijnheer Heeren of de andere broeders bij kwamen zitten. Onwillekeurig schiep zo een huiskamertafel, met die ene lamp erboven een band; je zat rondom die tafel en je hoorde bij elkaar en niet zoals bij de moderne woninginrichting waar iedereen zich onder een eigen schemerlamp in een eigen hoekje terugtrekt. Het praten ging hem goed af, en hij deed het ook graag maar altijd in positieve zin, nooit heb ik hem ook maar iets negatiefs over iemand horen zeggen.
In juli van het vorig jaar kwam de verbouwing van ons huis in de hoogstraat klaar en vertrok ik uit de Volksabdij. Van de ene kant uiteraard weer blij om iedere avond in de schoot van de familie to zijn, van de andere kant met enorme weemoed, omdat ik Passief miste. Het was een gewoonte geworden dat we iedere avond bij elkaar zaten. Gelukkig zag ik hem regelmatig op de Technische School Waar hij tegen koffietijd kwam en leerde hij spoedig ook weer de weg naar ons huis in Bergen op Zoom.
Nu is hij er niet meer.
Naar menselijke maatstaven gemeten is hij te vroeg van ons heen gegaan. Juist door zijn eenvoud, zijn opgewektheid en vriendelijkheid, zijn werklust en zijn behoefte om anderen een plezier te doen, kon hij nog zoveel vreugde en warmte brengen in de harten van allen met wie hij in aanraking kwam. Zijn dienstbaarheid voor andere mensen was voor hem een tweede natuur geworden. Als hij iemand een plezier kon doen, hoe klein dan ook, of hoeveel, moeite het hem ook kostte, dan deed hij het gewoon, zonder veel omhaal, zonder veel plichtplegingen.
Iedere dag opnieuw leefde hij voor anderen. Hij was de verpersoonlijking van het gebod: naastenliefde. Mede daarom zal ik hem nooit vergeten, maar ook mijn echtgenote en onze kinderen Roderik en Falco zullen aan hem de moest dierbare herinneringen bewaren. Onze droefheid over zijn heengaan wordt getemperd door de wetenschap dat hij, gezien zijn leven hier op aarde, beslist daar aangekomen is, waarvan wij allen hopen er eens te mogen komen.
Moge dit dan tevens de troost zijn voor zijn familie, speciaal zijn zus, waar hij zo vaak kwam, voor Br. Franken, die nachten lang aan zijn ziekbed heeft gewaakt, voor de overige confraters en zijn vele vrienden.
Mooren.