IM204 Br. Ireneus Marinus Johannes v.d. Avoird

204 Br. Ireneus Marinus Johannes v.d. Avoird

Geboren te Oosterhout : 26-10-1906
Ingetreden : 07-01-1925
Eerste professie : 16-08-1926
Eeuwige professie : 17-08-1929
Overleden te Breda : 22-04-1981

Wanneer ik nadenk over de zo plotseling afgesloten levensloop van mijn vriend Br. Ireneus, komt me haast automatisch de tekst van de vierde zaligspreking bij Mattheus in de geest.
Deze tekst zou als motto kunnen dienen voor dit In Memoriam, want hierdoor wordt het hele leven van de overledene gekarakteriseerd.
Zijn levensloop is vrij eenvoudig samenvattend te omschrijven: na een korte aanloop via Bergen op Zoom en Breda gaat Br. Ireneus 1932 naar onze missie in Indonesia. Het leven verloopt daar vrij rustig tot de oorlog uitbreekt. Br. Ireneus maakt dan met zijn medebroeders de verschrikkelijke kamptijd door. Uit de`mond van zijn medebroeders hebben we vernomen, dat hij, door alles op zich te nemen en de verantwoordelijkheid voor zijn broeders te dragen, zich een mensonwaardige behandeling op de hals haalde, die hem voor heel zijn verder leven zou tekenen. Zelf heeft hij hier nooit iets van verteld, wraakgevoelens waren hem vreemd, in alle zachtmoedigheid heeft hij dit kruis gedragen zonder dat iemand van deze zware last iets kon verlichten.

Dit te overwegen maakt ons stil …….
Na zijn verlofperiode is hij toch nog enige jaren in Banjarmasin werkzaam geweest, maar in 1953 volgde zijn definitieve terugkeer naar Nederland. Daarna heeft hij getracht zich nog in verschillende functies in Karrestraat en Roland Holststraat dienstbaar op te stellen, maar in 1958 moest definitief het ziekteverlof ingaan. Nog 13 jaar heeft hij in ons midden vertoefd: een voorbeeld van rust en kalmte, van eenvoud en dienstbaarheid, een beeld van zachtmoedigheid.

Enkele jaren probeerde hij dienstbaar te zijn voor de sport, tot een noodlottige aanrijding zijn voet verbrijzelde. Hiervan is hij nooit geheel genezen, hij heeft er voortdurend pijn van gehad hoewel hij er niet over klaagde, maar een voortdurende handicap was zijn vaste metgezel en mogelijk heeft hij daarvan nog het meeste last gehad, omdat hij vreesde anderen tot last te zijn. In serene gelijkheid van geest droeg hij de gevolgen van dit ongemak en met angstvallige zorg sloeg hij alle voorstellen af die hem werden gepresenteerd om eens ergens naar toe te gaan of om zijn familie te gaan bezoeken. Kost wat kost wilde hij voorkomen anderen ergens mee te belasten. Hij bleef er gelijkmoedig onder en liet nooit iets blijken van een teleurstelling, die hij toch gevoeld moet hebben. Steeds bleef hij er rustig onder elke opwinding was hem vreemd. Zijn enige ontspanning was de muziek, ook weer voor zover hij er anderen mee van dienst kon zijn.

Hij was altijd bereid om in te springen bij de verzorging van plechtigheden, en hij was een trouw en gewaardeerd. lid van het St. Antoniuskoor. Daarvoor stond hij altijd klaar. Verder vulde hij zijn dagen door in alle eenvoud en gelijkmoedigheid het dienstwerk te verrichten dat een convent vraagt. Zelfs zijn Middagrust werd opgeëist door het portierswerk. We merken dat zijn vriendelijke zachtmoedigheid, waardoor iedereen zich verwelkomd voelde, veel vrienden heeft gemaakt. We missen hem zeer. Hij heeft ons de opdracht nagelaten, zijn zachtmoedigheid na te volgen. Zelf bezit hij nu, als vrucht daarvan, het Land.
Br Marcellus,