IM235 Br. Clemens Josephus Eugenius van de Walle

235 Br. Clemens Josephus Eugenius van de Walle

Geboren te Sas van Gent : 19-12-1898
Ingetreden : 26-05-1917
Eerste professie : 25-08-1918
Eeuwige professie : 25-08-1921
Overleden te Huijbergen : 29-08-1985

Nog maar enkele weken na de laatste begrafenis in onze Congregatie moet ik U tot mijn spijt opnieuw bericht sturen van het overlijden van een medebroeder, en wel van Broeder Clemens.
Op hoge leeftijd is hij vanmorgen vroeg gestorven. In zijn lange leven heeft hij nauwelijks met doktoren te maken gehad; zijn gezondheid was prima. De laatste paar jaar ging hij echter een echte oude man worden die vooral moeite kreeg met het lopen. Kon hij enige tijd geleden nog dagelijks een flinke boswandeling maken, geleidelijk aan werd zijn rondje kleiner en moest hij zich beperken tot de tuin bij het huis van het moederhuis Ste. -Marie. Enkele weken geleden moest hij voor onderzoek naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom en wat al gevreesd werd, moest gebeuren, zijn linkervoet moest worden geamputeerd. Verstandelijk kon hij zijn verblijf in Lievensberg wel accepteren, en zich met zijn lot verzoenen, maar gevoelsmatig kon hij het maar moeilijk verwerken. Even leek het, dat hij door het dal heen zou komen, maar uiteindelijk ging zijn toestand vooral geestelijk snel achteruit. En toch is hij nog eerder overleden dan ieder verwacht had, omdat zijn hart nog zo sterk was. Op de vroege ochtend van donderdag 29 augustus is hij zonder al te veel lijden rustig opgegaan naar zijn Schepper. Een paar weken tevoren al was hij voorzien van het Sacrament van de zieken tijdens de zondagse Hoogmis te midden van broeders en enkele familieleden.

Broeder Clemens werd geboren als Josephus Eugenius van de Walle op 19 december 1898 in Sas van Gent. Als kind woonde hij in Hulst en na de lagere school ging hij naar de Kweekschool voor onderwijzer studeren. Tijdens die opleiding nam hij het besluit om broeder te worden in de Congregatie van de Broeders van Huijbergen, waar hij intrad in 1917 en tijdelijk en eeuwig geprofest werd in
respectievelijk 1918 en 1921. Naast de onderwijzersakte haalde hij ook de hoofdakte, de akte Frans L.O. en de M.O.A. -akte Duits.

Hij begon zijn loopbaan aan lagere scholen in Huijbergen, Bergen op Zoom en Breda, maar al na enige jaren werd hij leraar aan de Sint Franciscus-kweekschool te Breda en in 1929 directeur van dat Instituut. Hier leidde hij samen met zijn collega’s lekenonderwijzers op en kandidaatbroeders. Deze laatsten werden op zijn initiatief ingeleid in de Franciscaanse spiritualiteit als Tochtgenoten van Sint Frans. Voor het Franciscaanse element in de Congregatie heeft hij verder altijd op de bres gestaan.
Van zijn persoon ging een zeker overwicht uit en het was dan ook niet verwonderlijk, dat hij in 1939 tot Algemeen Overste gekozen werd. Tijdens zijn Algemeen-Oversteschap richtte hij zich talrijke keren tot de broeders in toespraken en rondzendbrieven, die, behalve van een benijdenswaardig taalgevoel, van een grote religieuze diepgang getuigden. Hij wist ook op zeer bekwame manier de Congregatie heen te loodsen door een van de moeilijkste perioden van haar bestaan, de Tweede Wereldoorlog, die zulke diepe sporen in de Congregatie heeft nagelaten.

Ongeveer 18 jaar heeft hij zo met grote wijsheid en takt de Congregatie bestuurd. Na zijn Algemeen-Oversteschap kreeg Br. Clemens wat meer tijd om voedsel te geven aan zijn belangstelling voor de geschiedenis. Als archivaris van de Congregatie had hij de zorg voor het Wilhelmieten- en het Congregatiearchief, wat uitmondde in een reeks publicaties, met als kroon op het werk een boek over een der priors van het Huijbergse Wilhelmietenmonasterium, Siardus Bogaerts. Verder heeft Br, Clemens mede de stoot gegeven tot de restauratie van .het oude Huijbergse Poortgebouw en tot het oprichten van het Wilhelmietenmuseum. Met Broeder Clemens hebben de broeders een markante persoonlijkheid verloren, een man van wetenschap en godsvrucht, die wijs was en voorzichtig, een vriend van velen en speciaal van zijn familieleden. Als Congregatie hebben wij veel aan deze ijverige en diepgelovige religieus te danken, een man van beschaving en stijl. Moge onze medebroeder na dit mooie, lange leven de rust vinden die hij, verdiend heeft bij zijn Schepper en Heer. H. Maria, patrones van de Congregatie, H. Franciscus, zijn voorbeeld ter navolging, bidt voor hem. 29 augustus 1985
Broeder Karel

Bericht van deelneming van Prof. Elm Berlin, 03-09-85
Sehr verehrter, ehrwürdiger Bruder Oberst, zum Tode von Bruder Clemens möchte ich Ihnen und Ihren Mitbrüdern mein tiefstes Mitgefühl aussprechen. Ich habe Bruder Clemens seit vielen Jahren gekannt und immer wieder mit ihm korrespondiert, Was uns zunächst miteinander verband, war unser gemeinsames Interesse an der Geschichte der Wilhelmieten, da er zu den Wenigen gehört, die sich mit dem langst untergegangenen Orden auf eine serie5se Weise beschäftigen. Wie Sie wissen, hat er und seine Mitbrüder mehr fax. diese Eremiten getan, als andere. Sein Buch, das wohlgeordnete Archiv und das mit großer Liebe und materiellem Einsatz eingerichtete Wilhelmietenmuseum sind einmalig. Es war freilich nicht allein das historische Interesse, was mich Br. Clemens besonders schatzen liess. Er war ein liebenswürdiger Mensch und ein vorbildlicher Ordensmann mit deiner wahren anima Franciscana. Die Nachricht von seinem Tod konnte – bei seinem hohem Alter – nicht überraschen. Dennoch empfinde ich ein Gefühl der Trauer darüber, daß ein guter Mensch von uns gegangen ist. So wie er als Mensch und Bruder gelebt hat, wird er freilich jetzt bei dem sein, dem er in seinem langen Leben gedient hat.
In der Hoffnung, auch nach dem Tode von Bruder Clemens mit Ihnen und Ihren Mitbrüdern in Verbindung bleiben zu können, bin ich Ihr Ihnen ergebener
w.g. Kaspar elm

Bericht van deelneming van het Generalaat van de Broeders C.F.P.
Aachen, den 3. Sept. 1985
Sehr geehrter Bruder Karel, verehrte Brudergemeinschaft Bruder Clemens war uns als ein Mensch bekannt, der das Bruder-sein regelrecht verkörpert hat. So trauern wir mit Ihnen um den verlorenen Wert eines solchen Mitbruders, obschon er menschlich gesehen ein gesegnetes Alter erreicht hat.
Zugleich hoffen wir mit Ihnen, dasz er nun den Lohn Gottes für all sein Tun und Geben empfangen kann. Leider erhielten wir die Todesnachricht erst am Tage seines Begräbnisses, da wir ihm sonst selbstverständlich gerne die letzte Ehre erwiesen hatten. Im Gebete und beim heiligen Meszopfer haben wir seiner bereits gedacht. Möge er ruhen in Gottes ewigem Frieden!
In herzlicher und. Brüderlicher Verbundenheit grüszt Sie alle im Namen unserer Gemeinschaft,
w.g. Br. Benedikt Krentz C.F.P.

Bericht van deelneming van Prof. Van den Eerenbeemt 2 september 1985
Zeer geachte Broeder Van Hooij,
Teruggekeerd van vakantie trof ik bij de post het droeve bericht aan van het overlijden van Broeder Clemens. Oprecht wil ik U en de familie condoleren met het heengaan van deze bijzonder innemen de man. In de jaren 1979 en 1980 heb ik met hem nauw kontakt gehad in verband met de uitgave van zijn boek over Siardus Bogaerts. Hieraan bewaar ik zeer goede herinneringen. Dit betreft niet alleen het werk als zodanig maar vooral ook het kontakt met deze bijzondere mens. Zijn lang leven heeft geheel in het teken van dienstbaarheid gestaan, zodat hier met recht teruggezien kan worden op een schone voleinding.
Aangezien maandag 2 september de opening van het academisch jaar plaats vindt, ben ik tot mijn grote spijt niet in de gelegenheid de begrafenis bij te wonen. U kunt ervan verzekerd zijn, dat zijn nagedachtenis bij mij lang in ere zal blijven en dat ik hem dankbaar in mijn gebed zal gedenken. Met de meeste hoogachting.
w.g. Prof. Dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt

Bericht van deelneming van P. Armand-Joseph Rey T.O.R.
(vertaling uit het Frans) notre Dame de La Dréche, 1O.09.85

Zeer geachte Algemene Overste,
Van P. André Grange, kortelings teruggekeerd, uit Brazilië, heb ik het overlijden van de zeer geachte Br. Clemens vernomen. Dat overlijden treft ons heel erg, zowel de Franse Provincie als de missie en het diocees van Cáceres. De beminnelijke bescheiden en energieke persoonlijkheid van Br. Clemens zullen we niet licht vergeten. Hij vormde de stimulerende kracht in de samenwerking tussen Uw Congregatie en onze missie in Cáceres, -zo’n 30 jaar geleden. Aan hem danken we grotendeels het positieve antwoord op en de steun aan het verzoek van Mgr. Maxime Biennès. We herinneren ons vooral het jaar dat we het 75-jarig bestaan van onze missie te Cáceres vierden en de 30 jaar van pastorale werkzaamheid van Mgr. Biennès.

Een krachtig aangepakt opvoedingswerk was in dat diocees nodig. En de eerste werkers, de Franciscaanse broeders uit Nederland, zijn er toen mee begonnen, vol moed en onder moeilijke materiële omstandigheden. Een groot werk is tot stand gekomen. Niet alleen kan men een uiterlijke ontwikkeling constateren, de bouwwerken, de structuur, de organisatie, de statistieken. Maar ook wat het innerlijke aspect betreft, vormt een grote humane en geestelijke rijkdom, door het werken onder de jeugd aan het volk van Cáceres gebracht, het resultaat van het gedegen en het volhardende werk dat de broeders hebben gerealiseerd en nog realiseren.

We zijn ervan overtuigd, dat – direct of indirect – het getuigenis van de broeders de oorzaak is van de roepingen die in de missie ontstaan. Denkend aan dat resultaat, laten we onze dank uitgaan naar de Heer en ook naar zijn. dienaar Br. Clemens, die dat werk gewenst en met zoveel welwillendheid begeleid heeft. Het is een missionaire dimensie van Uw Instituut, die het – daarvan zijn we overtuigd – ongetwijfeld verrijkt heeft.

Onze erkentelijkheid blijft duren voor het uitstekende opvoedkundige en pastorale werk dat de broeders tegenwoordig in Cáceres voortzetten. Maar onze dank en ons gebed stijgen nu op tot God voor de goede Br. Clemens, opdat hij voor dat alles – en in het bijzonder voor zijn onafgebroken vriendschap met onze Franse Provincie – de uiteindelijke beloning zal ontvangen. Met eerbiedige en broederlijke groet in Onze Heer en St. Franciscus.
w. g. P. Armand-Joseph Rey T.O.R.
ministre provincial