IM249 Br. Liberius Willem Cornelis de Wit

249 Br. Liberius Willem Cornelis de Wit

Geboren te Geertruidenberg : 20-11-1913
Ingetreden : 24-01-1932
Eerste Professie : 15-08-1933
Eeuwige Professie : 15-08-1936
Overleden te Huijbergen : 01-02-1988

Op zondagavond 31 januari 1988 was er een interessant programma op de televisie, waar o.a. de uitvinding van een nieuw en beter soort pacemaker aan de orde kwam. Als er iemand met belangstelling dit bericht volgde, was dat wel Br. Liberius, die er waarschijnlijk grotere toekomstmogelijkheden in zag voor hemzelf. Hij had een pacemaker, en die was al eens bijgesteld, maar hier werd wel de uitkomst gebracht in zijn minder rooskleurige toestand. Het ging hem de laatste tijd niet zo goed. Er was een constant tekort aan energie en lucht, waardoor hij maar moeizaam vooruit kon. Heeft hij zich daar zo druk over gemaakt, zo uitgezien naar nieuwe mogelijkheden, dat het hem te veel werd? We kunnen er slechts naar gissen. Feit is, dat hij op maandagochtend 1 februari levenloos op zijn kamer, gezeten in zijn stoel, aangetroffen werd. Opgestaan op de normale tijd, heeft de dood hem verrast, voor hij de dag kon beginnen. Broeder Liberius, Willem Cornelis de Wit, heeft afscheid genomen van dit aardse leven na bijna driekwart eeuw van intensief leven en zijn vele talenten gebruiken voor kerk en maatschappij, voor school en Congregatie.

Hij werd geboren in Geertruidenberg op 20 november 1913. In 1932 deed hij zijn intrede in de Congregatie van de Broeders van Huijbergen, waar hij het kloosterkleed ontving op 13 augustus 19329 de eerste professie aflegde op 15 augustus 1933 en zich voor altijd verbond als religieus op 15 augustus 1936. Hij werd opgeleid bij de broeders en behaalde na de onderwijzersakte in 1932 ook de akten voor Handenarbeid in 1937, Engels L.O. in 1942 en Gymnastiek S in 1944.

Met deze intellectuele uitrusting en zijn vele talenten ging hij aan het werk in het onderwijs.
Dat begon voor korte tijd in Bergen op Zoom in 1933 en daarna in Amsterdam van 1933 tot 1939. Toen voor drie jaar in Huijbergen (1939-1942) en weer Bergen op Zoom (1942- 1944), nogmaals Amsterdam (1944-1946), waarmee de periode lager onderwijs werd afgesloten. In 1946 werd hij leraar aan de Ulo (Mulo, Mavo) en daar is hij gebleven tot zijn pensioen in 1977. Ruim 30 jaar lesgeven in Huijbergen.

Zo heeft hij alles bij elkaar 44 jaar voor de klas gestaan en les gegeven, o.a. in de vakken gymnastiek, Engels en Aardrijkskunde. Maar daar bleef het niet bij; buiten school en na het lesgeven was hij evenzeer actief. Hij was muzikaal, kon mooi tekenen, schreef vele verzen en ook enkele toneelwerken. Deze talenten heeft hij jarenlang tot het laatst toe in dienst gesteld van school, internaat, broeder- en dorpsgemeenschap, vrienden en kennissen.

Een paar van zijn pennevruchten wil ik hier noemen. Bij gelegenheid van het 700-jarig bestaan van het dorp Huijbergen schreef Br. Liberius een historisch stuk, “De Heerlijkheid Huijbergen”, waarvan hij tevens de regisseur was. Bij de namenlijst in de feestgids komt zijn naam nog tweemaal voor en wel als ontwerper van het decor en in de rol van de oude hofkapelaan, Vader Werneus. We kunnen er voldoende bewijs voor zijn kunnen uit concluderen. Nog maar een jaar geleden werd met veel succes een operette van zijn hand in de aula van Sint Marie opgevoerd, getiteld “Roberto de Garde d Honneur”. Het gemengd koor van Huijbergen en het streekorkest Fravino werkten hier enthousiast aan mee. Opmerkelijk was ook, dat Liberius veel teksten van gedichten, liederen, toneelstukken zo diep in zijn geheugen had geprent, dat hij ze vele jaren later nog kon voordragen. Hij deed dat soms met grote acteerkunst, want ook dat was hem op het lijf geschreven.

Nu is zijn rol op het aardse schouwtoneel abrupt tot een einde gekomen; het doek is voorgoed gevallen. Moge hij van God een welverdiend “applaus” gekregen hebben. De Congregatie, en vooral de medebroeders van Sint Marie, verliezen in Broeder Liberius een zeer godsdienstige en stipte medebroeder. Altijd prettig in de omgang, leefde hij mee met het wel en wee van broeders, familie, vele vrienden en oud-leerlingen. Gevoelig was hij, niet altijd gerust over zijn gezondheid, maar hij had dan ook al een waarschuwing gehad enkele jaren geleden.

Alle ziekten en kwalen, in welke gradatie dan ook, zijn nu voorbij en de eeuwige rust bij God is voor hem begonnen. We hebben her begraven op het kloosterkerkhof op 4 februari 1988.
Maria en Franciscus, onze beschermheiligen, mogen hem naar de Heer begeleiden, de Heer, die hem getoetst en gelouterd heeft.
Broeder Karel