256 Br. Joannes Josephus Christianus Bense
Geboren te Amsterdam : 20-09-1904
Ingetreden : 02-09-1922
Eerste professie : 30-03-1924
Eeuwige professie : 17-04-1927
Overleden te Huijbergen : 30-08-1989
Na verscheidene maanden zonder sterfgevallen in onze oude gelederen, is er vandaag toch een medebroeder van de oude garde nog vrij plotseling heengegaan. Gisteren zat hij nog in de kapel, vandaag bleef hij op bed en voelde de dood naderen. Hij was op en leeg. “Het licht gaat uit en de tikker wil niet meer de laatste tijd”, zei hij zelf. Maar Joannes vond dat we daar allemaal voor komen te staan, “Het is de gewoonste zaak van de wereld.” Op het laatst had hij geen kracht meer en geen lucht om nog een veer van zijn lippen te blazen. Het ging niet meer en alleen met veel slapen verzamelde hij weer wat uithoudingsvermogen om verder te kunnen. Tot voor heel kort bleef hij tot voorin de kapel gaan en als het knielen niet meer ging, dan boog hij maar, heel diep en lang. Hij verlangde naar het einde en naar het ziekensacrament. Zijn laatste woorden waren toen: “Alles is voorbij, niets is voorbij.”
Joannes, of in de wereld Josephus Christianus Joannes Bense uit Amsterdam, of liever uit de Jordaan. En dat laatste was duidelijk te horen. Hij was een echte Jordaner, vriendelijk, met een stevige babbel, goedlachs en een beetje strijdlustig nu en dan. Hij vertelde zelf dat hij meerdere soorten bloed in zijn aderen had: een beetje Joods, een beetje Portugees en misschien nog wel meer. Maar of dat klopte weten we niet zo precies. Wel weten we dat het echte roomse bloed in zijn aderen stroomde, want hij was ouderwets degelijk katholiek, een man die veel bad en over het geloof nadacht, en niet te vinden was voor allerlei nieuwigheden. De laatste van de garde ouderlingen noemen we hem, omdat hij een verstokte toogdrager was en bleef. Die zou hij nimmer uitdoen. Misschien speelde daar ook wel iets mee, dat zijn lichaam niet zo fraai zou gestaan hebben in zo een burgerpak van deze tijd. Maar hij deed het uit hogere motieven: oerdegelijk, zonder preuts te zijn of kritisch ten opzichte van wie anders dacht en handelde.
Zoals gezegd kwam hij uit Amsterdam, waar hij geboren werd op 20 september 1904, dus dit jaar zou hij 85 geworden zijn binnen enkele weken. Heel zijn lange leven was bij broeder van Huijbergen, van zijn 18e jaar tot zijn laatste levensdag, Hij werkte in de huishouding en als koster. Hij zorgde voor de kinderen en deed dat als een vader. Dat was in Bergen op Zoom, Breda, Hulst en het langst in Huijbergen zelf. Wie kent hem niet als de broeder van de weesjongens, die als een kloek de kleintje om zich heen verzamelde en soms als een pakezel een of andere vermoeide knaap op zijn arm droeg. Heel Breda kende hem, zoals hij rondtrok door de stad met zijn pupillen van de Dieststraat, of liever met de jongens van het gesticht. Hij was bezorgd, hartelijk, vriendelijk lachend, en op die manier wist hij de gunst van de stadbewoners te winnen.
Er worden allerlei grappen over hem verteld, niet direct allemaal geschikt om in een In Memoriam opgetekend te worden. Maar het waren allemaal tekenen van zijn goedaardigheid.
De laatste periode van zijn leven was hij in Huijbergen en naast de behulpzaamheid in huis en keuken, de zorg voor de kippen en ander vee het park, was zijn bezigheid bidden. Veel boeken had hij ter beschikking, zodat hij op de duur de tel kwijtraakte en in het getijdenboek aangewezen moest worden waar het koor gebleven was. Hij kon het ten slotte niet meer volgen, vergat het een met het ander en dwaalde raak zoekend rond. Waar was hij naar op weg, wat zocht hij? Zijn stok, zijn sigaar voor de zoveelste keer? Het waren kleinigheden, want waar hij eigenlijk naar zocht was de Heer. De stok was weg, de sigaar had hij ergens weggelegd. De weg naar de kapel en naar God kende hij des te beter. Een man om nooit te vergeten is Joannes. Nu is hij hoog in de hemel bij zijn schepper, die hem zeker niet de laatste plaats zal toebedeeld hebben, waar hij blij mee geweest zou zijn, zoals hij beweerde.
Maria en Franciscus zijn zijn voorsprekers en wij mogen niet vergeten dat hij op zaterdag 2 september op ons kloosterkerkhof werd neergelegd om er te rusten. We moeten daar zijn graf in ere houden en bezoeken.
Br. Karel