IM268 Br. Arnoldus Gerardus Majella van Raaij

268 Br. Arnoldus Gerardus Majella van Raaij

Geboren te Gouda : 11-06-1910
Ingetreden : 15-01-1928
Eerste professie : 19-08-1929
Eeuwige professie : 19-08-1932
Overleden te bergen op Zoom : 30-05-1991

“Alleluja, looft de Heer.” Bovenstaande spreuk staat vreemd in een In Memoriam. Maar “Allelula” was een woord, dat dagelijks uit de mond van Br. Arnoldus klonk, als hij vrolijk en opgewekt was en om boven de tegenvallers van het leven uit te komen. “Alleluja”, een kernachtige uitroep, die zijn leven en karakter tekende. Hij hield immers van leven in vreugde en blijdschap, niet alleen voor wat hemzelf betrof, maar vooral ook ten opzichte van zijn medebroeders en alle mensen met wie hij in aanraking kwam, en dat waren er zeer velen. Door zijn aangenaam karakter maakte hij zich vele vrienden en deze levenshouding kwam hem goed van pas in zijn lange kloosterleven.

Als een van de jongsten uit een groot gezin werd Br. Arnoldus in 1910 in Gouda geboren. Hoewel zijn wieg stond in het Hollandse is hij een Brabander geworden met de Brabanders. In 1928 trad hij toe tot de Congregatie van de Broeders van Huijbergen. Van zijn tachtig levensjaren heeft hij een halve eeuw functies bekleed in de huiselijke kring als portier en koster, maar staat hij ook te boek als een ervaren groepsleider die met allerlei leeftijdsklassen van jongelui op een uitstekende wijze wist om te gaan. Als surveillant zette hij zich in voor de juvenisten en studenten van de Kweekschool en was hij jarenlang verbonden aan het internaat voor voortgezet onderwijs in Huijbergen. Zo heeft zijn leven zich vooral afgespeeld in Breda, Nijmegen en Huijbergen. Contacten met leerlingen betekenden voor hem vanzelf mensen ontmoeten die op bezoek kwamen, ouders van internen, maar evenzeer vreemden en toevallige voorbijgangers, En allen trad hij tegemoet met een onbevangenheid en blijdschap die hem zo eigen waren. Hij kon praten met wie dan ook en uit eenmalige ontmoetingen konden contacten opbloeien, die mensen tot zijn vrienden maakten. Toen zijn familiekring steeds kleiner werd, bleef hij neven en nichten ontvangen, want de band met hen was heel sterk. Verbonden voelde hij zich ook met de natuur. Hij kwam graag in de tuin van het Theresiabos en kon genieten van bomen, bloemen en planten. Hij was ook een vogelliefhebber. Jaren heeft hij ze gekweekt en verzorgd en menigeen kon er zowel binnen- als buitenshuis van genieten. Hij deelde zijn hobby met anderen en zijn vogels brachten hem ook weer in contact met andere liefhebbers. Toen hem gevraagd werd ook in de parochiekerk van Huijbergen te assisteren bij rouwtjes en trouwtjes, deed men niet tevergeefs een beroep op hem. Zo lang zijn gezondheid het maar toeliet wilde hij aan anderen dienstbaar zijn.

Op zijn oude dag in Huijbergen fietste hij graag door het dorp en in de omgeving. En toen zijn hart steeds zwakker werd, leed hij eronder dat hij niet naar buiten kon. Hij moest bij de mensen zijn en met hen praten over de wederwaardigheden van de dag. Op de dag van zijn sterven had hij s morgens nog een uitgebreid gesprek gehad met een pas teruggekeerde medebroedermissionaris. Hij maakte het verlangen kenbaar dat hij toch weer maar snel aan de betere hand zou zijn en weer naar buiten zou kunnen. Tegenover zijn neef die hem diezelfde dag s middags nog een bezoek bracht uitte hij een soortgelijke wens. Diezelfde avond riep de Heer hem tot zich en nu kan deze opgewekte religieus voor eeuwig het “Alleluia” zingen voor Gods troon en vreugde vinden in zijn glorie. Br. Arnoldus, dank voor je voorbeeld Rust in vrede.

Br. Karel van Hooij