269 Br. Damiaan Johannes Adrianus van der Velden
Geboren te Breda : 15-10-1925
Ingetreden : 14-02-1945
Eerste professie : 15-08-1946
Eeuwige professie : 15-08-1949
Overleden te Huijbergen : 07-08-1991
“Heer, Gij hebt mij getoetst en gelouterd.” (Ps. 66)
Na de lagere school wilde hij Broeder- onderwijzer worden en ging hij naar het juvenaat in Huijbergen. Na 3 jaar Ulo-opleiding ging hij naar de kweekschool in Breda en werd onderwijzer in 1945. Jan van der Velden nam de naam Damiaan aan en deed zijn intrede bij de Broeders van Huijbergen om zich in die Congregatie te wijden aan het werk van de broeders: opvoeding en onderwijs van de jeugd. Na zijn noviciaat deed hij zijn tijdelijke professie op 15 augustus 1946 en na 3 jaar zijn eeuwige geloften op 15 augustus 1949. Intussen ging hij de school in voor het praktische schoolwerk en studeerde hij om zich verder te bekwamen in enkele vakken. Zo behaalde hij in de loop van een aantal jaren de hoofdakte, de Ward-diplomas I en II voor muziek en de akte Engels L.O.
Hij begon als onderwijzer in Bergen op Zoom, waar hij de jongste leerlingen leerde lezen, schrijven, rekenen, Nederlandse Taal en nog enkele andere vakken. Hij was een kundige en vindingrijke leerkracht, die het met de kinderen goed kon vinden. In 1956 verhuisde hij naar Oosterhout, waar hij aan de H. Hartschool verbonden was. Enkele jaren later werd Amstelveen zijn werkplaats, waar hij aan de St. Antoniusschool de vierde klas kreeg toegewezen. Vanaf dit moment begint het mooiste gedeelte van zijn werkzaam leven: hij werd de spil waar het hele schoolgebeuren om draaide, zowel onderwijskundig als op sportgebied. De tennissport kreeg zijn aandacht en hij wist tot oprichting te komen van een vermaard geworden afdeling Tennis van de Sportclub St. Martinus. Geen wonder dat hij reeds in 1963 uitverkoren werd om in de nieuwbouwwijk Buitenveldert van Amsterdam een nieuwe school te stichten: de St. Michaëlschool, uiteindelijk zijn levenswerk.
Zeer zeker dank zij zijn inzet groeide deze school in korte tijd uit tot een twaalfklassige school. In 1975 werd het convent Amsterdam opgeheven en kwam Damiaan weer naar Amstelveen. Toen reeds waren er echter al symptomen aanwezig van zijn ziekte: naast de reuma-aandoeningen bleken er ook tekenen van een vroegtijdig ingezette dementie. Tot zijn groot verdriet moest hij zich in 1901 voor het onderwijs af laten keuren. Het afscheid van de school viel hem zwaar. De cadeaureis naar Frankrijk werd zijn laatste trip waar hij van mocht genieten. Met broer en schoonzus genoot hij van de warmte in de Provence. Hij werd verplegingsbehoeftig en weer moest hij een geweldige stap doen: vanuit zijn geliefde Amsterdam – Amstelveen naar de verzorgingsafdeling van Ste.-Marie te Huijbergen.
Toen vroegen we ons nog af, hoe het mogelijk was, dat zo een sportieve figuur blijvend ziek werd. Hij was bekend als een goed sportman, die veel voor de school en voor zichzelf deed op het gebied van atletiek, voetbal en tennis. Dat hij goed was op dit terrein bleek bijvoorbeeld bij vakantieweken onder de broeders. Hij blonk dan uit in allerlei behendigheidssporten, zoals lopen, springen en voetbal. Overal was hij praktisch nummer een in. Had hij te veel van zichzelf gevraagd?
Geleidelijk aan kon hij zijn prestaties niet meer leveren en kwamen allerlei kwalen, die hem begonnen uit te putten. Steeds vaker was hij ziek en werd in allerlei lichamelijke functies aangetast, zo zelfs, dat men op de duur praktisch geen contact meer met hem kon leggen. Zo is een leven van actie en arbeid geworden tot jaren van lijden en pijn. Hij was een voorbeeld voor ons allen door zijn leven en lijden, zoals ook de verpleegafdeling, die hem op zeer bijzondere en liefdevolle wijze met geduld heeft verzorgd.
Als religieus en onderwijsman was hij ijverig en godvruchtig en hield van de Congregatie, de school, de leerlingen en hun ouders. Sterk was de band ook met zijn familie en tijdens zijn ziekte werd hij door hen vaak bezocht en bijgestaan. Zij kwamen dikwijls bij zijn ziekbed en het was een pijnlijke ervaring weinig met hem te kunnen communiceren. Wij zijn als broeders dankbaar voor hun opofferingen, dankbaar voor zijn leven en voorbeeld, zijn geduld in het lijden. Hij verdient rijkelijk beloond te worden en een hoge plaats te krijgen in de hemel. Onze beschermheiligen, Maria en Franciscus, mogen voor hem een voorspraak zijn. Dat hij de eeuwige rust mag krijgen bij God, zonder verdriet en zonder pijn, voor altijd gelukkig.
Broeder Karel
Br. Damiaan
Ook deze zomer waren wij weer in het Brabantse land en (uiteraard in ons geliefde Etten-Leur. Niet in het huis van ons erelid Aart Hendriks en zijn vrouw Marja, maar bij een ander bevriend bridgepaar van bridgeclub “De Gong”. Bij een deel van onze leden wel bekend! Iedere dag halen wij ons lijfblad AD bij een sigarenboer, annex snoepzaak, tijdschriftentoko en kapper. Iedere dag glijdt ook De Stem” in de bus, een Brabants dagblad net veel nieuws uit de omgeving. In deze krant lazen wij op een gegeven moment een overlijdensbericht van Jan van der Velden. Dat zegt waarschijnlijk niemand iets, maar als we daar de naam aan verbinden van Broeder Damiaan dan weten verschillende van onze leden wie bedoeld wordt.
Deze broeder kwam vanuit het Brabantse via Amstelveen naar Buitenveldert en stichtte daar de Sint Michaëlschool, gevestigd achter het Gelderlandplein. Maar tevens was hij een aantal jaren lid van onze club. In die beginjaren van ons bestaan, toen wij bij een potkacheltje in een houten noodkerk aan de A.J. Ernststraat ruimtegebrek kregen – in 1967 – verleende Broeder Damiaan gastvrijheid in zijn nieuwe schoolgebouw. Het was daar, dat wij, gezeten op stoeltjes uit de klaslokalen, met zo een 30 leden het bridgespel beoefenden.
Op 7 augustus is Broeder Damiaan overleden, 65 jaar oud en na een lange lijdensweg. Hij is begraven op het kloosterkerkhof in Huijbergen en wij hebben hem daar, ook namens BBC, de laatste eer bewezen, o zie je hoe vreemd het in het leven kan gaan. Na zo een kleine 25 jaar ben je toevallig in de gelegenheid om een oud-clublid te begeleiden op zijn laatste gang.
Thom Nieuwboer