IM271 Br. Edmund MarinusAntonius Luijten

271 Br. Edmund MarinusAntonius Luijten

Geboren te Roosendaal : 13-10-1918
Ingetreden : 17-01-1937
Eerste professie : 15-08-1938
Eeuwige professie : 15-08-1941
Overleden te Breda : 25-10-1991

“Nu laat Gij Heer Uw dienaar gaan in vrede naar Uw woord” Luc. 2,29
Hoewel het ons bekend was dat Br. Edmund aan een ernstige ziekte leed, is zijn heengaan in de ochtend van vrijdag 25 oktober voor velen toch nog vrij onverwacht gekomen. In maart 1989 had hij van de geraadpleegde geneesheren vernomen, dat zijn longen aangetast waren en dat genezing een bijna onmogelijke zaak zou zijn. Getwijfeld werd er toen zelfs of hij de gangbare therapieën wel zou kunnen verdragen. Toen evenwel bleek dat hij een medicinale kuur geheel kon voltooien, werd een tweede kuur van bestraling aangevangen en ook deze bracht Br. Edmund in zijn geheel tot een goed einde. Er groeide hoop bij hem. Hij kreeg ook weer wat belangstelling voor zijn fotografie en ging zelfs met een medebroeder een enkele keer op vakantie. Vorig jaar nog bezocht hij Lourdes. De laatste twee maanden echter verzwakte hij zienderogen; hij had weinig eetlust, leed aan hoofdpijn en slapeloosheid en verloor interesse voor de buitenwereld. Dinsdag 22 oktober, ruim een week na zijn laatste verjaardag werd hij in het Baronieziekenhuis opgenomen en hoorde daags voor zijn dood, dat genezing van zijn ziekte definitief uitgesloten was.

Br.Edmund werd in 1918 te Roosendaal geboren. In zijn jeugd verhuisde het gezin Luijten naar Bergen op Zoom, alwaar hij de Congregatie van de Broeders van Huijbergen leerde kennen. Op hun scholen ontving hij zijn vorming en in 1937 deed hij zijn intrede in onze broedergemeenschap. In datzelfde jaar behaalde hij zijn onderwijzersakte en in 1938 – na zijn noviciaat – kreeg hij zijn eerste benoeming als onderwijzer aan de basisschool van de Gasthuisstraat te Oosterhout. Hij verbleef daar gedurende een periode van elf jaar en toonde al spoedig een begaafde leerkracht te zijn, die inhoudelijk zijn leerlingen veel bij wist te brengen. Hij bereidde zijn lessen grondig voor en mede door zijn organisatietalent was hij een geziene onderwijzer, zowel bij de ouders als zijn collegas en zijn leerlingen. Hij bekwaamde zich door gestage studie op vele terreinen. Hoewel studeren hem duidelijk inspanning kostte, behaalde hij meerdere onderwijsaktes. Zo slaagde hij in 1942 voor de volledige bevoegdheid van onderwijzer en behaalde hij in 1947 en 1950 resp. de twee taalaktes Frans en Duits L.O. Het was dan ook niet verwonderlijk, dat hij na nog een jaar aan de Lange Bellingstraat in Hulst gestaan te hebben in 1950 benoemd werd voor het voortgezet onderwijs en wel aan de Lambertus-U.L.O. te Breda. Hij was een toegewijde leerkracht die door zijn ijver en inzet mede een bijdrage heeft geleverd aan de goede naam van de Lambertus-U.L.O. In 1955 behaalde hij de akte Duits M.0.A.

Niet alleen zette Br. Edmund zich in voor de leerlingen binnen het schoolgebeuren. Ook daarbuiten had hun wel en wee zijn belangstelling. Zijn interesse voor de sport kwam tot uiting in de mede door zijn toedoen opgerichte volleybalvereniging L.V.C., welke later opgegaan is in de vereniging Brevok. Duidelijk kwam zijn organisatietalent de volleybalsport ten goede en al weldra verkreeg zijn vereniging in brede kring vermaardheid om de geleverde prestaties. Dat Br. Edmund een grote en brede belangstelling had voor de jonge mens in zijn groei naar volwassenheid, moge ook blijken uit zijn inmiddels aangevangen studie van de pedagogiek, welke hij op middelbaar niveau voltooide in 1960. Tegen die achtergrond verbaasde het niemand dat hij in 1959 benoemd werd tot docent pedagogiek aan de Pedagogische Academie te Breda. Tevens werd hij daar Br.Overste van de communiteit aan het Dr. Jan Ingenhouszplein. Tot 1978 is hij aan deze onderwijzersopleiding verbonden geweest. Met al zijn energie en vakbekwaamheid zette hij zich in voor de kwaliteit van de opleiding tot onderwijzer van zijn studenten. Hij eiste veel van hen en bracht hen vooral een grote verantwoordelijkheid bij voor hun toekomstige taak. Persoonlijk bezocht hij de studenten op de leerscholen en stond hen met raad en daad bij. Tegelijkertijd hield hij hen op de hoogte van de grote veranderingen die zich op het terrein van het onderwijs aan het voltrekken waren. Geen wonder dat zowel studenten als collegas graag met hem te doen hadden.

Als Br.Overste van de broedergemeenschap had hij een grote inbreng in de reorganisatie van de Bredase communiteiten aan het begin van de zeventiger jaren. Door dit alles was met het voortschrijden der jaren zijn persoonlijkheid en zijn functioneren binnen de Congregatie niet onopgemerkt gebleven. Zo verwonderde het niemand dat Br. Edmund – na een ontstane vacature in het Congregatiebestuur – in 1972 gevraagd werd mede leiding te geven aan de Congregatie van de Broeders van Huijbergen. Het hoofdbestuur en het schoolbestuur vielen toen nog samen en het werd juist het onderwijsterrein waarmee hij zich binnen het bestuur het meest mee zou inlaten. In 1978 werd hij directeur van het Onderwijsbureau en bereidde mede met grote zorg en inzicht de verzelfstandiging voor van het schoolbestuur. En zo gingen per 1 januari 1980 alle bevoegdheden van de Opvoeding- en Onderwijsstichting over naar de Scholenstichting St.-Marie. Als secretaris van het schoolbestuur en directeur van het Onderwijsbureau was hij met name om zijn deskundigheid en toewijding een geziene persoonlijkheid bij de hoofden en leerkrachten verbonden aan de vele scholen die bestuurlijk aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Voor hun belangen én voor die van de jeugd die hun vorming kregen op die betreffende scholen was niets hem te veel.

In 1981 werd Br. Edmund herkozen als lid van het Congregatiebestuur. Als zodanig heeft hij ook veel betekend voor de Congregatie, waar de ontwikkelingen die zich binnen de kerk en de samenleving voordeden, niet ongemerkt aan voorbij gingen. Met zijn scherpe geest droeg hij menig steentje bij aan de oplossing dan wel verheldering van niet bepaald altijd even gemakkelijke zaken. Daarbij legde hij enerzijds een ruime wijze van denken aan de dag, anderzijds verzaakte hij niet aan bepaalde principes die hij toegedaan was. Duidelijk was dat bij alles wat hij in deze functie deed, het wel en wee van zowel de individuele broeder, als het geheel van de broedergemeenschap hem ter harte ging.
Na 1987 ging Br. Edmund het kalmer aan doen en ruimde hij bewust wat meer tijd in voor zijn hobby, de fotografie. Te samen met Br. Marcellus heeft hij menig uurtje in de donkere kamer doorgebracht. Ook was hij een gewaardeerd lid van de fotoclub van Breda. Was hij soms kritisch voor anderen, tot in het beoefenen van zijn hobby maakte hij het duidelijk dat hij ook kritisch was naar zichzelf.
In Br. Edmund verliest de Congregatie een waardig lid en de broedergemeenschap een echte medebroeder. Moge hij nu de rust gevonden hebben waar hij de laatste tijd zo naar verlangde: de rust bij zijn Heer en Schepper. Bewaren wij een dierbare herinnering aan hem die voor de jeugd, zijn collegas in het onderwijs, zijn familie en zijn medebroeders zo veel betekend heeft.

Br. Eduard