IM285 Br. Raymund Rudolf Arnold Eijkhoudt

285 Br. Raymund Rudolf Arnold Eijkhoudt

Geboren te Amsterdam : 31-10-1942
Ingetreden : 25-02-1961
Eerste professie : 15-08-1962
Eeuwige professie : 15-08-1967
Overleden te Huijbergen : 26-01-1995

Op 6 januari begon de dag als alle dagen. Niemand kon die morgen vermoeden dat de feestdag van de Openbaring van de Heer voor Raymund zich op deze manier aan hem zou voltrekken. Tijdens het ontbijt vertelde hij vol geestdrift over zijn bezoek de vorige dag aan zijn familie in Zaandam. Samen hadden ze daar met de hele familie nog Nieuw Jaar en tegelijkertijd de verjaardag van zijn nichtje Maartje gevierd. Iedereen was er en het was mede daardoor een heel feestelijke dag en avond geweest. Wel was het wat laat geworden, want Raymund had diezelfde avond eerst nog zijn broer Br. André naar Breda thuis gebracht. Na zijn ontbijt en zijn krantje, zoals dat elke morgen ging, maakte Raymund zich klaar om de toegang tot ons huis sneeuwvrij te maken en zwaaiden we Br. Eduard uit, die naar Schiphol vertrok om Br. Victorinus uit Brazilië op te gaan halen. Terwijl we samen aan het werk waren, zagen we tot onze verbazing een reiger neerstrijken op het plantsoen voor ons huis. Het beest bleef een hele tijd doodstil zitten en vloog toen weer weg. Toen het meeste werk gedaan was, zei Raymund dat hij even ging pauzeren. Een half uurtje later kwam hij weer om samen met onze huishoudster een kopje koffie te drinken. Toen viel het ons pas op hoe bleek Raymund was en op onze vraag, of hij niet lekker was, antwoordde hij dat hij zich niet goed voelde en dat hij last van zijn borst had door de koude sneeuwlucht tijdens het werk buiten. Bovendien voelde hij zich erg moe, maar dat zou wel eens kunnen komen door de wat korte nachtrust. Hij ging daarom naar zijn kamer om wat te rusten en bleef niet bij de koffie. We wensten hem een goede rust en beterschap. Om 12 uur kwam hij niet aan tafel en wij veronderstelden, dat Raymund lekker lag te slapen om de te korte nachtrust ongedaan te maken en lieten hem daarom ongemoeid. Hij kon immers naderhand nog wel wat eten als hij daar behoefte aan had.
Toch ging ik na het eten even op zijn kamer kijken, om te informeren of hij misschien iets nodig had. Tot mijn grote verbijstering trof ik hem dood in zijn stoel aan. Groot was de ontsteltenis bij ons allen. Wie had dat nu kunnen verwachten? Br. Raymund die altijd zo actief en energiek was, bleek totaal onverwacht en niet te voorzien overleden te zijn. Juist omdat we er absoluut niet op voorbereid waren, kwam de klap des te harder aan.
Langzamerhand begon het tot ons door te dringen welk een leegte er met zijn heengaan onder ons is ontstaan. Nooit meer zijn geestige en leuke woordspelingen en opmerkingen aan tafel of tijdens andere gesprekken. Nooit meer de verhalen over zijn school, zijn leerlingen, zijn koren en muziekgroepjes. Niet meer zouden ons prachtige fotoseries getoond worden met verhalen over wat er aan vogels en dieren en planten te zien waren geweest tijdens zijn wandelingen. Niet meer zijn gitaar, zijn klarinet horen. Raymund was immers een man met vele talenten waarvan hij ons allen volop liet meegenieten.

Vanaf 1965 was Raymund met een jaar onderbreking tot 1973 onderwijzer aan onze school in Amsterdam, de stad waar hij 31 oktober 1942 ook geboren was. Daar kon hij zijn talenten in dienst van het onderwijs en tot welzijn van zijn geliefde jeugd ontwikkelen. Hoe geliefd hij bij de jeugd was, blijkt wel uit het feit, dat hij nu, na 22 jaar nog steeds contact had met de kinderen van toen. Hij had een muziekgroepje en ook was hij een geestdriftig begeleider van de voetballertjes. Ook zijn liefde voor de natuur bracht hij aan de kinderen over. Hiervan getuigen de vele fotos die hij van die wandelingen in het Amsterdamse Bos maakte. Maar zijn foto s maakten ook duidelijk met hoeveel liefde en attentie Raymund naar de natuur en de mensen keek. Nog steeds kon hij de kinderen met name noemen al waren het intussen volwassen mensen met eigen kinderen.

In 1973 werd Raymund gevraagd om leraar te worden aan de Mavo van het internaat in Huijbergen. Ook hier toonde hij zoveel toewijding en inzet dat hem in 1980 gevraagd werd om directeur te worden in een voor de school moeilijke tijd vanwege allerlei ontwikkelingen op het internaat en in het onderwijsveld. Heel veel werd er toen gevraagd van zijn invoelingsvermogen. Maar ondanks alle drukte en spanningen bleef Raymund tijd vinden om naast de schoolse taken zijn talenten ten dienste van de jeugd in te zetten. Weer nam hij de zorg voor jongerenkoren op zich en weer werden er muzieklessen gegeven en werd er gemusiceerd bij allerlei gelegenheden. Ook in de omgeving van Huijbergen werden er met de leerlingen ontdekkingstochten in de natuur gehouden. Ook nu werden er weer prachtige foto s gemaakt die ervan getuigden hoezeer Raymund met zijn leerlingen verbonden was. Vooral de leerlingen die met moeilijkheden kampten, hadden zijn bijzondere aandacht en zo besteedde hij vele uren aan extra bijlessen voor deze kinderen.

Via zijn jongerenkoor raakte Raymund ook betrokken bij het jongerenpastoraat en was hij een stuwende kracht bij de liturgie voor deze jongeren. Het was voor hem dan ook heel vanzelfsprekend dat hij dit pastorale werk tot zijn hoofdtaak maakte toen de Mavo van Ste Marie in 1988 opgeheven werd. Het leek wel of hij het toen steeds drukker kreeg, want van alle kanten werd er een beroep op hem gedaan en eigenlijk kon hij een verzoek om hulp nooit weigeren. Zo werd er toch wel een sluipende roofbouw op hem gepleegd. Uren besteedde hij aan bijlessen en toen hij bovendien nog de zorg voor twee kinderkoren kreeg, breidden de werkzaamheden zich nog meer uit. Dagen lang zat hij met zijn nauwgezette accuratesse muziek uit te schrijven en maakte, waar nodig, bewerkingen voor het orkestje dat de koren begeleidde. Ook ging hij nog Engelse lessen geven aan volwassenen en ook hier weer ontstonden hechte relaties en genoot men van zijn geestige manier van lesgeven en zijn sympathieke omgang.

In 1993 kreeg hij weer het verzoek om in het onderwijs te gaan. En zo gebeurde het dat hij een jaar lang tussen twee scholen op en neer pendelde om lessen te geven. Geen enkele moeite was hem hierbij teveel, terwijl het toch een niet geringe opgave is, om in steeds wisselende klassen les te moeten geven. Zo gaf hij in een jaar tijd lessen in Nederlands, Engels, Frans en biologie en was zelfs nog een tijd bibliothecaris. Hij werd een gewaardeerde collega en met zijn creatieve en musische kwaliteiten had hij een grote inbreng bij allerlei buitenschoolse en feestelijke activiteiten. In augustus kreeg hij een taak als adjunct-directeur op de Mavo in Hoogerheide met als hoofdopdracht het begeleiden van de kinderen met problemen, waar hij als geen ander geschikt voor was op grond van zijn diepe verbondenheid met de jeugd. Hierbij speelde zeker zijn diep godsdienstig karakter een grote rol. Met een werkelijk Franciscaanse spirituele instelling wist hij zich de mindere broeder van de meest verlatenen. Maar ook beleefde hij in deze zin zijn verbondenheid met de schepping en de Schepper. Hij voelde zich daar lijfelijk mee verbonden en wist zich belangeloos en zonder pretenties te geven om met zijn grote kwaliteiten dienstbaar en anderen tot vreugde te zijn.

Aan dat rijke leven kwam geheel onverwachts en veel te vroeg een abrupt einde. Wij waren daar in het geheel niet op voorbereid. Voor Br. Raymund zelf zal dat heel anders gelegen hebben, omdat hij zo verbonden leefde met de Grond en de God van zijn bestaan, was hij klaar om oog in oog te komen staan met zijn Schepper.
Br. Nico Boere