287 Br. Vianney Hermanus Antonius Poelstra
Geboren te Amsterdam : 13-03-1925
Ingetreden : 17-01-1948
Eerste professie : 15-08-1949
Eeuwige professie : 15-08-1952
Overleden te Huijbergen : 01-06-1995
Na 17 jaar werkzaam geweest te zijn als onderwijzer in Breda en 1 jaar in Hellevoetsluis kwam Br. Vianney, Herman Poelstra, in 1966 naar Nijmegen en werd aldaar benoemd aan de Michaëlschool in Brakkenstein. Hij is hier dus bijna 30 jaar werkzaam geweest eerst als onderwijzer tot 1982 en daarna als assistent van de Michaëlschool. Voor velen in Brakkenstein is broeder Vianney een geliefde en gewaardeerde persoon geworden. Bij ex-leerkrachten en leerkrachten, bij het dienstdoend personeel van de school, bij de oud-leerlingen en de huidige leerlingen, bij allen die in kontakt kwamen met hem in samenwerkingsverband. Het kontakt leggen ging hem gemakkelijk af en zelden bleef het bij een oppervlakkig kontakt. Hij kon spontaan reageren op het wel en wee van de ander en dit maakte hem bemind bij allen die hem ontmoetten. In sommige gevallen kon dit uitlopen op een echte vriendschap. Hij was een open boek en het was fijn om deze man te ontmoeten. Als klassenonderwijzer bewaren zijn oud-leerlingen, waarvan sommige weer de ouders zijn van de tegenwoordige leerlingen, de prettigste herinneringen aan hem en kunnen alleen maar lovend over hem spreken.
Als schoolassistent stelde hij zich dienstbaar op in alle groepen, maar zijn voorkeur ging toch uit naar de jongste leerlingetjes. Hij kon zowel een vader als een moeder voor hen zijn, zonder dit te spelen. Hij had de eigenschap om af te kunnen dalen tot het niveau van het kind en hen zo onbevangen benaderen. De kinderen voelden feilloos aan dat het echt was. In het schoolgebeuren had hij daarom een aparte plaats als pedagoog en soms wel als psycholoog en had, ook naar de andere leerkrachten toe, een gezaghebbende stem. Hij was er niet op uit om op de voorgrond te treden, maar hij kon wel ieder die daar om vroeg met goede raad terzijde staan en daaruit bleek zijn goede kijk op bepaalde situaties.
Het dienstbaar willen zijn werd zijn roeping tot het kloosterleven. Heel zijn leven heeft in dienst gestaan van de jeugd en daarmee verband houdende organisaties. Zijn organisatietalenten stelde hij beschikbaar als medewerker van de sportvereniging Brakkenstein, het toen nog bestaande kerkkoor Emmaus, de Vastenaktie en het Sinterklaascomité. Als kloosterling vond hij hierin het juiste evenwicht tussen God en de mensen dienen, waarbij de balans wel eens doorsloeg naar die van de mensen, maar dat was dan voor hem een logische zaak.
De ziekte diende zich aan na een bloedproef en nog niets wees op een fatale afloop. Een thuisbehandeling met medicijnen zou hem genezing brengen en hij geloofde daarin. Het was een teleurstelling voor hem toen bleek dat dit niet het gewenste resultaat had. Toen volgde een poliklinische behandeling die evenmin succesvol was, waarna een kuur met ziekenhuisopname volgde. Steeds moest hij inleveren, hij vermagerde zichtbaar en zijn krachten werden minder. Op het eind van de kuur moest de dokter hem mededelen dat hij ongeneeslijk ziek was. Deze mededeling kwam voor hem niet meer onverwacht, hij had er zich al op voorbereid. De manier waarop hij dit verwerkte is voor iedereen bewonderenswaardig. Hij wist dat hij niet lang meer te leven had en kon daar over praten. Elke nieuwe dag was voor hem een gift waar hij dankbaar voor was. Gelukkig had hij geen pijn, maar hij voelde zich wel doodmoe. Zelf nam hij het besluit om van hier te vertrekken naar Huijbergen, waar hij zich verzekerd voelde van een optimale verzorging. Met een tevreden gevoel en dankbaar voor alles wat hij aan aandacht en attenties had ontvangen van de kinderen, zijn vrienden en vele relaties en van zijn medebroeders, nam hij afscheid van Brakkenstein. Sterk was ook de band met zijn familie en tijdens zijn ziekte werd hij veel door hen bezocht en toonden zij schriftelijk en met attenties hun medeleven, waarvoor hij zich dankbaar toonde.
Enkele dagen heeft hij nog in Huijbergen mogen doorbrengen, afwisselend wakend en slapend. In een houding van overgave overleed hij in zijn slaap in de middag van donderdag 1 juni in het bijzijn van broers en zussen. Hij bereikte de leeftijd van 70 jaar, wat hem de psalmspreuk deed nazeggen: “Zeventig jaar duurt hoogstens ons leven, of tachtig als we krachtig zijn.” We mogen er op vertrouwen dat hem, na dit voor anderen vruchtbare leven, het loon van de arbeider in Gods wijngaard gegeven zal worden. Moge hij rusten in vrede.
Br. Lucas