291 Broeder Georgius Petrus Martinus Bakx
Geboren te Oosterhout : 06-04-1918
Ingetreden : 01-01-1936
Eerste professie : 15-08-1937
Eeuwige professie : 15-08-1940
Overleden te Huijbergen : 01-09-1996
Toen op 6 april 1918 er een mensenkindje geboren was dat ging luisteren naar de naam Piet Bakx, had het de handjes gebald. Alsof het zeggen wilde: “Opzij . . . ik ga de wereld veroveren, ik ga de wereld winnen !” Zondagavond 1 september 1996 werden die handen na ruim 78 jaren in een biddende houding gelegd, de vingers in elkaar gevouwen, omwonden met een rozenkrans. Alsof Broeder Georgius zeggen wilde: “God, ik geef alles wat ik gewonnen heb, terug !” Winnen en loslaten, de twee polen – de uitersten – waartussen het mensenleven zich afspeelt. Winnen en loslaten .
Zoals de meeste van onze broeders begon Piet Bakx zijn voorbereidende jaren op het kloosterleven op het juvenaat als springplank op de kweekschool, en in die jaren al viel Piet op door zijn aanleg voor rekenkunde en mathematica. Zijn geaardheid tot rechtlijnigheid en resolute besluitvaardigheid was onder meer zichtbaar toen hij op de kweekschool al en voor zijn intrede in het noviciaat, zich een kippekuifje liet knippen. Op 14 augustus 1936 werd hij ingekleed en een dik jaar later stond hij voor de klas op de Lunetstraat in Breda waar hij nog geen twee maanden mocht zijn. Daarna volgde een vrij korte periode als leerkracht op Sint Marie in Huijbergen. Nieuwjaar 1940 betekende voor de kortelings eeuwig geprofeste broeder Georgius het begin van een zesjaar durende taak aan de Boxhornstraat in Bergen op Zoom. Tussendoor was hij in de gelegenheid enige akten te behalen. Onder de talenten waar hij mee begaafd was hoorde ook de zin voor orde en regelmaat in zijn dagindeling; hij woekerde als het ware met de tijd zodat hij ook kon toegeven aan zijn honger naar lectuur.
Toen kwam als een donderslag bij heldere hemel het bericht dat een vijftal broeders waaronder Br. Georgius waren benoemd om als missionaris in Indië te gaan werken. Jarenlang was door de oorlog het versterken van ons missiefront onderbroken geweest. De juist voor het uitbreken van de bloedige strijd in west Europa waren er nog benoemingen gedaan, maar de aangewezen broeders konden niet meer vertrekken, en onze scholen in Indië waren tijdens de Japanse overheersing gesloten. De heropbouw van het schoolwezen vereiste nieuw elan en antwoorden op een veranderde situatie. Waren voor de oorlog onze broeders bijna allen verbonden aan het lagere onderwijs, na de oorlog kwamen naast de jonge handelsschool in Pontianak de middelbare scholen in Pontianak, Banjarmasin, Pati en Singkawang tot leven en bloei. In Nyarumkop werkten broeders op het seminari en de kweekschool. Br Georgius was zeer welkom en op zijn plaats; hij verwierf naam als bekwaam, rechtvaardig maar ook streng leraar achtereenvolgens in Pontianak, Pati, Juana, Nyarumkop en weer Pontianak. Vermeldenswaardig hierbij is dat tijdens zijn verblijf in Pad, hij gevraagd werd om hulp in Juana waar de toen pas opgerichte SMP met behoorlijke kinderziektes te maken had. De man van orde en rust werd een zegen voor de vrijgevochten schoolgaande tieners. Als een soort leeuwentemmer met een strak gevoerd regiem wist hij de school van Juana tot een oord van rustige studie te hervormen. Ook hijzelf bleef studeren en zich bekwamen. Toen kwam er een grote verandering voor de broeders die niet hadden gekozen of hadden kunnen kiezen voor het Indonesisch staatsburgerschap. Zij mochten toen namelijk geen les meer geven in profane vakken. George was een van de slachtoffers al kon hij toen nog meer dan anders met een boek in een hoekje wegvluchten. Hij werd naar het seminarie in Nyarumkop gehaald en nog later kon worden geregeld dat hij de grote, bloeiende maar tevens alleseisende SMP van Br Bruno kon overnemen. Dag en nacht klaarstaan voor de jongens, maar ook voor de inspectie en een leven ongeregeld gaan leiden, was voor hem teveel en kort nadien koos hij voor een terugkeer naar Nederland. Zonder veel ophef, zonder enige rancune gaf hij zich weer geheel aan het werk van opvoeding en onderwijs en heeft hij zich snel weer aan kunnen passen. Eerst in Breda en nog geen half jaar later was het de ULO in Amstelveen waar hij rustig zijn werk kon doen. Tien jaar later zien we op zijn staat van dienst dat hij in Amstelveen ook nog Br. Overste en leraar J. Rooth. MAVO is geweest voordat de Congregatie hem nodig had als algemeen econoom. Ruim zes jaar heeft hij die taak met zorg vervuld. Als gepensioneerde is hij nog even huiseconoom geweest voordat hij zich verdienstelijk heeft weten te maken als bibliothecaris van Sint Marie.
Als broer, medebroeder, als collega, als leerkracht, als missionaris, als directeur, als algemeen econoom stond en staat hij goed aangeschreven als kundig en gewaardeerd persoon van een grote nauwkeurigheid. Meer een man van daden dan van woorden. De weinige woorden die hij sprak, kwamen wel eens hard aan, zijn manier van doen en laten konden wel eens storen, maar die hem kenden wisten dat het niet kwaad was bedoeld en dat hij het goed meende. Hij onderhield veelvuldig kontakt met zijn naaste familieleden en stond erop op de hoogte gehouden te worden van zowel goede als minder prettige gebeurtenissen binnen de familiekring.
Als religieus nam hij zijn godsdienstige verplichtingen hoogst ernstig. Langer dan wij beseften, was hij zich zeer wel bewust dat hij leed aan een ernstige dodelijke kwaal en dat een pijnlijk en langdurig ziekbed tot de mogelijkheden behoorde. Toen het onaantastbaar duidelijk was geworden dat wat hij gevreesd had werkelijkheid voor hem was geworden en dat dat ook voor zijn medebroeders niet meer verborgen bleef, was hij er dankbaar voor dat iedereen nu wist dat hij zich niet had aangesteld, zich niet had voorgedaan alsof. In zijn ogen kon je in de laatste dagen van zijn leven, de dankbaarheid lezen, de excuses waarnemen voor mogelijke misverstanden door misschien zijn woorden ontstaan, trouwens toen heeft hij dat ook tegen enkelen verwoord. Gelukkig is hem een langzaam, pijnlijk afsterven gespaard gebleven want midden in een schijnbaar en aanvankelijk genezingsproces is hij ons toch nog plotseling ontvallen. Dankbaar was hij voor alle zorg van het verplegend personeel van Sint Marie en het medeleven van de broeders. Ten dienste van mensen heeft hij veel veroverd, gewonnen en zich eigen gemaakt, maar dat alles heeft hij langzaam maar zeker weer los moeten laten. Het lijden heeft hem gebogen, maar nooit geknakt omdat hij een gelovig mens was en bleef. Zo is hij de weg gegaan van Jezus zelf, die als graankorrel in de aarde gestorven is om honderdvoudig leven voort te brengen.
Dat U, goede God, Broeder Georgius, Petrus Marinus Bakx mag laten opstijgen naar Uw troon, om opnieuw verenigd te zijn met de gestorven dierbaren uit zijn familie, de medebroeders, vrienden en kennissen van weleer in eeuwig geluk van nooit aflatend elkaar begrijpen en beminnen.
Huijbergen,
september 1996.