IM298 Br. Cecilius Hubertus van der Westen

298 Br. Cecilius Hubertus van der Westen

Geboren te Princenhage : 17-03-1918
Ingetreden : 16-01-1938
Eerste Professie : 15-08-1939
Eeuwige Professie : 15-08-1942
Overleden te Huijbergen : 22-07-1998

Geboren als Hubertus van der Westen te Princenhage 17 maart 1918 uit het huwelijk van Petrus van der Westen en Johanna van Aart groeide hij op omgeven door 6 zusjes. De invloed van dat gezin en zijn omgeving was zo dat Gods roepstem gehoord kon worden: we zien hem intreden op 19 jarige leeftijd hier in dit toen nog veel kleinere dorpje om het ideaal van de Huijbergse Broeders -het werk van opvoeding en onderwijs- een warm kloppend en gevoelig hart te geven.

Na een rijk gevuld en mooi leven, dat getypeerd werd door bescheidenheid en nederigheid, door blijheid en een positieve instelling, door diep gelovig de goede, minder goede en slechte dagen te aanvaarden begon enkele jaren geleden de neergang, meer en meer inleveren aan zelfstandigheid, lichamelijk en geestelijk. Maar dankbaar bleef hij voor de kundige en liefdevolle verzorging die hem hier op de verzorgingsafdeling van Sainte Marie werd geboden. Rustig is hij ingeslapen in de heel vroege morgen van woensdag 22 juli, tijdig voorzien van het ziekensacrament op zaterdag 13 september 1997. En nu zijn we hier samen om hem uit handen te geven om hem neer te leggen in de zorgzame en veilige handen van de Heer, onze en zijn God.

Onderwijzer was hij in hart en nieren, en dan vooral voor de aller kleinsten in wie hij dat wonderlijke proces mocht mee helpen ontwikkelen en voltrekken van kunnen gaan lezen, van kunnen gaan schrijven, van kunnen gaan rekenen … 37 jaar lang … Dat was vanaf 1939 hier in Huijbergen vanaf 1940 in Haaren, vanaf 1944 in Hulst, vanaf 1947 in Breda, vanaf 1960 tot 1 augustus 1977 in wat hem dierbaar werd, zijn geliefd Bergen op Zoom.

Bij het aanbreken van zijn V.U.T. periode in 1977 zat het hoofdbestuur verlegen om een goede opvolger voor Br. Clemens als conservator voor hun Wilhelmietenmuseum: natuurlijk en terecht (en niet tevergeefs) werd er een beroep gedaan op Br.Cecilius. Bijna 14 jaar zwaaide hij er bescheiden maar kundig de scepter, door zijn vaardige en vriendelijke verteltrant wist hij jong en oud te boeien, bracht hij menig geportretteerde uit een ver en grijs verleden tot leven.

Op 72 jarige leeftijd in 1990 ging hij wat het museum betreft met emeritaat, de zorg daarover vertrouwde hij toe aan zijn Bergen op Zoomse medebroeder en huisgenoot Adrie Franken, en vanaf 1 december 1995 werd een nodig qua verzorging en verpleging dat Br.Cecilius hier naar Ste Marie kwam. Wat bleef hij genieten van de wekelijkse kaartavond met z’n medebroeders van de Ossendrechtse Volksabdij. De laatste jaren moest hij veel inleveren aan zelfstandig functioneren: lichamelijk en geestelijk. Maar hij bleef zoals hij was in zijn goede jaren: dankbaar, gevoelig, nederig van hart, gelovig, een kind van Maria. Het tere, kleine, kwetsbare kind heeft heel zijn leven een belangrijke plaats ingenomen: in zijn doen en laten, in zijn hart bij opvoeding en onderwijs. Zelf stond hij met de verwondering van een kind in het leven, dankbaar, bescheiden ook ondanks zijn vele talenten. Want: naast grote onderwijzerskwaliteiten beschikte hij ook over andere talenten. Kunstzinnige kwaliteiten. Wat zijn verstand, wat zijn hart hem ingaf kon hij tekenend aan het gevoelige papier toevertrouwen, kon hij (met klei boetserend) bijzonder mooi tot vorm brengen. Deze talenten stelde hij eerst en vooral in dienst van opvoeding en onderwijs, maar ook daar buiten plaatste hij die niet onder de korenmaat.
Buitenschoolse activiteiten werden ontplooid zoals daar waren de opleiding tot de Acte R,
handvaardigheidclubs en kleimiddagen had hij in verschillende plaatsen. Zijn kennis en manier van overbrengen werd bewonderd door velen.

Vele kunstzinnige producten vervaardigde hij én hielp ze ook vervaardigen. Dieptepunt in zijn leven was ongetwijfeld de inbraak in zijn museum, gepaard gaande met het stelen van kostbaar antiek, met het stelen ook van vele Ikonen. Op zoeen wijze zich aan de heilige Ikonen vergrijpen
was voor hem heel wat meer dan alleen maar moeten leven met een verlies ná ’n diefstal. We schrijven 1990. Br.Cecilius koesterde die Ikonen, hij had er velen van laten meegenieten,
velen hoorden hem er graag over spreken, hemels deed hij dat, de Ikonen waardig.
Vooral de Ikonen van moeder Maria hadden een bijzondere plaats in zijn opstelling, in het vertellen erover … mogen we misschien bij dit alles een link leggen naar zijn biologische moeder waarover hij met respect en liefde bleef spreken, en bij haar foto had hij die veelzeggende tekst staan: moeder is de allerbeste.

Eigenlijk spreekt de Evangelielezing van deze morgen bij zijn afscheid voor zich: Van de ene kant wist Br.Cecilius zich een kind van God. Van de andere kant liet hij in het voetspoor van zijn grote Meester Jezus van Nazareth de kinderen tot zich komen, een en al zorg was hij voor hen, hij kwam voor hen op vanuit een groot respect, hij gaf Gods veel-zeggende-naam-Jahweh “IK-BEN-ER-VOOR-JOU” handen en voeten. Moge hij die een zegen was voor velen
nu Gods zegen krijgen en er voor altijd deel aan hebben. Cecilius, oom Bart: bedankt voor wie je was, voor hoe je was.
Tot ziens, a Dieu!

Leo Testers