IM301 Br. Alberik Petrus van Rijckevorsel

301 Br. Alberik Petrus van Rijckevorsel

Geboren te Heer (L.) : 11-10-1919
Ingetreden : 16-01-1938
Eerste professie : 15-08-1939
Eeuwige professie : 19-03-1945
Overleden te Huijbergen : 12-07-1999

Wilhelmus van Rijckevorsel en Joanna Adams: uit hun huwelijk werd hij geboren 11 oktober 1919 in het Limburgse Heer, als eerste van de 10 kinderen die aan hun zorgen zouden worden toevertrouwd Petrus werd zijn doopnaam. De godsdienstige sfeer waarin hij opgroeide
deed de roeping ontluiken om broeder van Huijbergen te worden zodoende zijn intrede hier op 16 januari 1935. Akten, diplomas, aantekeningen werden behaald, met die bagage werd hij een gekwalificeerde onderwijsbroeder: in Breda aan de Poststraat 1939, in Bergen op Zoom aan de hoogstraat 1940, opnieuw in Breda aan de Havermansstraat en de Kweekschool 1946,
terug in Bergen op Zoom aan de Jozefschool als hoofd van 1957 tot 1 november 1981. Als vutter begon hij aan de Katholieke Universiteit Brabant van Tilburg een Theologie Studie: maar de lichamelijke handicaps die zich onbarmhartig de een na de ander bleven aankondigen stonden niet toe dat die studie afgerond kon worden, een herseninfarct had zelfs tot gevolg dat Br. Alberik op 1 oktober 1987 voor verzorging in het voormalige Sainte Marie moest worden opgenomen. Vanaf toen bleef het proces van steeds meer inleveren aan zelfstandig functioneren zich voortzetten.
+++++
Van nature artistiek begaafd, ontwikkelde Broeder Alberik zich als een kunstzinnig tekenaar, bracht daarin zijn geloof in God en Moeder Maria tot uitdrukking. Het Poortgebouw, het Wilhelmietenmuseum zou zonder hem niet geworden zijn tot was het is, wat stroopte hij er samen met Br.Cecilius van der Westen kunstveilingen, antiek beurzen voor af: in die hoedanigheid werden ze door medebroeders heel speels “de heren van siegem” genoemd. Gewaardeerd adviseur was Br. Alberik voor het architecten bureau “Sadee en de Bruin”.

Als man van het onderwijs gaf hij aan de naam Jahweh handen en voeten richting opgroeiende kinderen, richting collegas. Een oud-collega die hier nu niet aanwezig kan zijn schreef aan Br. Marcus en de medebroeders: “Onder leiding van Br.Alberik ben ik aan mijn onderwijsloopbaan begonnen, en bewaar prettige herinneringen aan die enkele jaren dat ik onder zijn leiding mocht werken op de Sint Jozefschool aan het Lourdesplein in Bergen op Zoom. Tevens was hij een prettige huisgenoot in het convent aan de Hoogstraat in Bergen op Zoom.
Leo.Testers,

Broeder Alberik van Rijckevorsel
Op 12 juli jl. overleed in het klooster Ste. Marie te Huijbergen op 79-jarige leeftijd Petrus van Rijckevorsel (Br. Alberik), sinds 1983 erelid van onze Geschiedkundige Kring. Om zijn vele verdiensten voor onze vereniging past het even stil te staan bij dit afscheid.
Hij werd geboren te Heer in Limburg op 11 oktober 1919, maar verhuisde al gauw naar Noord-Brabant om het nooit meer te verlaten. Hij wilde broeder-onderwijzer worden en koos voor de Broeders van Huijbergen, in welke congregatie hij op 15 augustus 1939 zijn professie deed. Als onderwijzer was hij werkzaam aan lagere scholen in Bergen op Zoom en Breda. Hij bleek een begaafd tekenaar te zijn, een kenner van kunst en antiek en een liefhebber van de geschiedenis. Als docent tekenen bracht hij de leerlingen van de St.-Franciscuskweekschool (thans Faculteit Pedagogisch Onderwijs van de Hogeschool West-Brabant) de grondbeginselen en eerste vaardigheden bij van dit expressievak.

Zijn liefde voor de relicten van het verleden maakte hem tot de grote voorvechter voor het behoud van het historische poortgebouw van Ste. Marie. Nadat Duitse strijdkrachten het internaat van Huijbergen op Dolle Dinsdag hadden verwoest, restte er van het oude Wilhelmietenklooster alleen nog maar het poortgebouw en ook dat droeg sporen van het oorlogsgeweld. Bij de wederopbouw van het klooster- en scholencomplex kwam de congregatie voor de vraag te staan: Wat te doen met het poortgebouw? Slopen of restaureren? De meningen waren verdeeld, ook onder de broeders. Daarbij moet in overweging worden genomen dat een restauratie volledig voor eigen rekening van de congregatie zou moeten gebeuren. Br. Alberik zette zich in voor behoud van de historische panden en hij had er ook een goede bestemming voor. een Wilhelmietenmuseum. Waar zou een dergelijk museum beter op zijn plaats zijn dan in Huijbergen, de laatste priorij van de Wilhelmieten, eens een orde met vele kloosters over heel West-Europa verspreid? En beschikte Ste. Marie niet over een waardevol archief van het Huijbergse klooster?

Het moet een grote vreugde voor hem zijn geweest, toen het hoofdbestuur besloot tot restauratie. Het ligt voor de hand dat Br. Alberik al zijn talenten in dienst stelde van dit werk en dat hij de eerste conservator werd van dit museum. Een enkele keer hield de Geschiedkundige Kring haar jaarvergadering in het museum; een mooiere outillage was niet denkbaar en in Bergen op Zoom was destijds gebrek aan vergaderruimte. Enkele leden tekenden evenwel op statutaire gronden bezwaar aan tegen deze plaats. Menig Bergenaar zal zich Br. Alberik herinneren als medewerker van de St. Jozefschool, de jongensschool van de wijk het Fort, eerst als onderwijzer en later als hoofd. Het was in deze periode dat hij zich met Fons Gieles en anderen inzette voor de wedergeboorte van de Bergse Geschiedkundige Kring. Hij was de eerste secretaris van deze in 1969 opgerichte vereniging en bleef dat tot 1983. Ook van de redactie van de reeks “Studies uit Bergen op Zoom” nam hij het secretariaat op zich. De wijze waarop Broeder Alberik zich heeft ingezet voor onze Kring menen we niet beter te kunnen weergeven dan niet de woorden die voorzitter dr. E.G.H. Härtel op de jaarvergadering van 1983 tot de scheidende secretaris richtte: Thans ga ik over tot de zwaarste opgave van deze avond. Beste Alberik, als men nadenkt over het feit dat je de afgelopen 15 jaar, 4 maanden en 12 dagen deel uitmaakte van het dagelijks bestuur van onze kring, dan schieten woorden tekort om je verdiensten te schetsen. Niettemin wil ik toch een poging wagen, alhoewel ik bij voorbaat weet dat die onvoldoende zal zijn. Beste Alberik. Omdat jij van het begin af secretaris en de eerste tijd secretaris/penningmeester bent geweest, namelijk van 16 november af, is er geen bestuurder die zoveel heeft bijgedragen tot de opkomst en bloei van onze Kring. In alle bescheidenheid die maar mogelijk is, heb je jarenlang alle in- en uitgaande post verzorgd. In het bijzonder denken we dan aan de verzorging van de vele (Mini) Waterschansen, de fraaie uitnodigingen voor de lezingen en het unieke uitgevoerde documentatiemateriaal voor grote en mini-excursies. Jij deed dit alles met een enorme vaardige pen; stuk voor stuk leverde jij fijnzinnige en artistiek goed verzorgde werkstukken. Die fijnzinnigheid uitte zich ook in een niet te evenaren, unieke schrijfstijl die steeds ieders bewondering afdwong. Tot zover de heer Härtel op zijn laatste jaarvergadering als voorzitter (Waterschans 1983 nr. 2, p.12).
Na zijn actieve leven als leider van een lagere school begon Br. Alberik -vol enthousiasme aan een nieuwe. studie, de theologie. Tentamens Latijn, Grieks, ethiek, kerkgeschiedenis, fundamentele theologie enz., hij sloeg er zich met succes doorheen.
Een hersenbloeding maakte echter een abrupt einde aan de studie. Een lange periode van gedeeltelijk herstel volgde, maar hij zou nimmer meer tot gezette studie komen en ook het genot van kunst scheppen en bewonderen werd hem geleidelijk ontnomen door het slechter functioneren van handen en ogen. Moge thans het eeuwig geluk waarop hij zijn hoop bleef vestigen, vergoeden wat hij hier de laatste jaren zo node miste.

Op 12 juli hebben we Br. Alberik na een stijlvolle uitvaartdienst in de kapel van Ste. Marie begeleid naar zijn rustplaats op het broederskerkhof. Het deed goed om onder degenen die hem de laatste eer bewezen ook onze erevoorzitter dr. E.G.H. Härtel, ons erelid J. van Gastel en de medewerker van het eerste uur A Laane te mogen ontmoeten.
Bestuur en redactie De Waterschans
Een tekening van Br. Alberik van Rijckevorsel, voorstellende de H. Gertrudis van Nijvel, naar een Duitse houtsnede uit de 15de eeuw Overgenomen uit De Waterschans van april 1980. Het origineel berust in de Universiteitsbibliotheek van “Winchen.