IM317 BROEDER ALBERTUS Petrus Kroes

317 BROEDER ALBERTUS Petrus Kroes

Geboren te Amsterdam : 06-07-1924
Ingetreden : 23-01-1944
Eerste professie : 15-08-1945
Eeuwige professie : 15-08-1949
Overleden te Huijbergen : 03-04-2004

STAAT VAN DIENST
Ossendrecht noviciaat 15-06-1944
Bergen op Zoom onderwijzer Lourdesplein 01-09-1945
Breda Karrestraat ULO Karrestraat 01-09-1949
Huijbergen ULO Ste.-Marie 01-02-1951
Breda Kweekschool leraar 01-09-1953
Oosterhout leraar Mgr. Frenckencollege 01-09-1954
Oosterhout VUT 01-08-1984
Oosterhout gepensioneerd 01-08-1989
Ste.-Marie Huijbergen voor verzorging 08-06-2000

Hoewel Br. Albertus er sterk uitzag, bleek zijn lichaam toch kwetsbaar, al tijdens zijn briljante schoolcarriere, moest hij helaas meer en meer het ene mankement na het andere `n plaats weten te geven in zijn leven. Dat begon eigenlijk al in 1947, en sindsdien hield het maar niet op …

Toen ik het wel en wee van Broeder Albertus op me liet inwerken heel bewust, vanaf het moment dat hij mij deelgenoot maakte van zijn levensvragen, en daar graag wat verder en dieper over wilde praten, moest ik evenwichtige mens denken aan een ouderwetse weegschaal, aan de ene kant een plat koperen schoteltje
aan de andere kant een koperen schaaltje. Spelenderwijs vond ik het als kleine jongen altijd interessant om evenwicht te vinden tussen wat ik op het schoteltje plaatste en in het schaaltje.

Evenwicht in zijn leven vond Br. Albertus, evenwicht ondanks alles, dank zij alles … Ondanks alles … dank zij alles. En dan zie ik aan de ene kant in zijn levens weegschaal hoe hij een van de beste studenten werd op de kweekschool van Breda, zijn intellectuele capaciteiten op het gebied van nog al wat talen waren bijzonder groot, waaronder ook Russisch, Grieks en Latijn, hij beschikte over een rijke aardrijkskundige bagage.
Maar zijn voorkeur ging vooral uit naar de natuurwetenschappelijke vakken en naar wiskunde.
In het diepst van zijn hart was hij een wetenschapsman. Die in staat was ingewikkelde leerstof zó aan zijn leerlingen uit te leggen dat zij het begrepen. Zij hadden dan ook het grootste respect voor hem.
Vanaf het allereerste uur heeft Meneer Kroes zich ingezet voor het Mgr. Frencken College als een erudiete man, maar bovenal als een uiterst begaafd leraar. Op zijn geheel eigen wijze heeft hij vele generaties leerlingen natuur- en wiskunde bijgebracht met ongelooflijk goede resultaten. Deze grote geest huisde echter in een zwak lichaam. En dan kom ik aan de andere kant van zijn levensweegschaal.

Toen de jonge Piet Kroes zich in 1940 op de kweekschool aanmeldde zal wel niemand vermoed hebben hoe het leven van deze stevig ogende jonge man zou gaan verlopen en eindigen wat zijn gezondheid betreft. Het begon al vroeg met allerlei zware diëten, kleine en grote operaties volgden elkaar op. Het meest ingrijpend is voor hem echter wel zeven jaar geleden toen hij, tot drie maal in de week, naar Den Bosch moest om gedialyseerd te worden. Daarnaast de problemen die de shunts opleverden, twee heup operaties kort op elkaar een steeds meer pijnlijke rug … het hield maar niet op! Wat zijn levensweegschaal in de balans hield was zijn gelovig in het leven staan. Zo gebeurde het na een diepgaand gesprek met een Oosterhoutse medebroeder over de fysieke ellende van Br. Albertus dat B. Albertus zelf de opmerking maakte: “Jij bidt toch ook iedere morgen na de Mis het Te Deum. In de laatste strofe staat: Op U Heer is onze hoop gevestigd, beschaam ons niet in eeuwigheid” …. Daar houd ik me maar aan vast . ”

Br. Albertus was en bleef een hartelijke belangstellende medebroeder, die zich bescheiden opstelde. Hij had gevoel voor humor, voor velen bleef hij een bijzonder speciaal persoon. Hij was uiterst breed ontwikkeld, oppervlakkigheid kende hij niet. Bezocht anderen in het ziekenhuis, bleef alles zoveel mogelijk meedoen, ontbrak nooit in de kapel, zijn boeken, zijn tijdschriften en kranten bleven zijn grootste passie.

Zijn familie nam een grote plaats in,bij feestjes en herdenkingen werd hij zoveel mogelijk betrokken. Wat was hij de 26ste maart nog graag aanwezig geweest bij de promotie tot hoogleraar virologie aan de Universiteit van Leiden van zijn neef Louis. Maar juist toen begon het heel slecht te gaan met Br. Albertus die er op stond dit niet aan zijn familie te laten weten … het zou de feeststemming kunnen bederven. Klagen was en bleef hem vreemd.

Zijn steeds verder teruglopende gezondheidstoestand werd met een bewonderenswaardige moed gedragen. Hij wilde daar bewust zijn medebroeders niet mee belasten. Veel heeft hij in stilte verwerkt. Als hij alleen was kwam de Rozenkrans te voorschijn, daar vond hij steun en kracht in.
Aan het twijfelen om te verhuizen van Oosterhout naar hier(Huijbergen) kwam een abrupt einde toen hij een heup operatie moest ondergaan gevolgd door een revalidatie periode die in het klooster van Oosterhout niet kon plaats vinden. Liefdevol en vakkundig is hij hier op de verzorgingsafdeling ontvangen. In de jaren die er volgden bleef hij zeggen dat er heel goed voor hem gezorgd werd. Van en namens die verzorgingsafdeling zal Broeder Huub deze overdenking afronden.
Rector Leo Testers.

ZIJN LAATSTE LANGE AFSCHEIDSDAG
Vrijdag 2 april …. zijn laatste afscheidsdag. Doodmoe… die ontzettende rugpijn… ik kan niet meer… Een eminente persoon, die veel pijn leed en niemand pijn wilde doen, die een aangrijpend leven gehad heef, en vooral die laatste zeven zware jaren, is gestorven. Het is heel vroeg in de morgen van 2 april, ongeveer 2.00 uur, onrustig…. dan weer wat wakker, dan weer in diepe slaap… dan onrustig en dan moe van elke handeling die hij deed…. het was een “ja” en een …. “het is genoeg geweest”.

Was dankbaar en had groot vertrouwen in de zusters, wanneer zij hem verzorgden. Br. Albertus was gehecht aan mensen…. aan zijn geliefde familie, hij wilde ze zo graag aan de zusters en de doktoren van de dialyseafdeling van het Groot Ziekengasthuis in `s-Hertogenbosch. Maandag 29 maart waren we er: Br. Albertus liet merken, dat hij afscheid wilde nemen. Het viel hem zwaar. Was gehecht aan mensen… zijn voortreffelijke chauffeuses van de taxi, die hem iedere keer heel nabij waren. Niets was teveel. En was gehecht aan zijn medebroeders… Eigenlijk kon hij ze niet loslaten. Dit kwam ook op deze afscheidsdag tot uiting en gaf heel duidelijk aan, met ogen die hij nog nauwelijks open kon doen, zeggend: ” niet weggaan ” toen we elkaar afloste, hij wilde beslist niet meer alleen gelaten worden. Gehecht aan de vele, vele vrienden en vriendinnen, die hem zeer dierbaar waren. Was er mee bezig tot aan zijn sterven, in de vroege morgen van 3 april. Nooit klagend, maar probeerde van zijn veel bewogen leven, een eigen verhaal te maken. Steeds opnieuw. Deze laatste dag zocht en vond hij de weg naar die rust van: “vanuit Gods hand tot in Gods hand”. . Hij voelde, dat zijn einde naderde. Zijn onregelmatige ademhaling en zijn steeds zwakker wordende pols en met steeds meer inleveren, getuigden hiervan.
Kort ná 2 april, zaterdagnacht 3 april om kwart over twaalf, in het bijzijn van zijn medebroeders, is hij rustig gestorven. In groot geloof, en hij steunde helemaal op Maria in wie hij een bijzondere verering had.
Goddank, hij heeft nu de rust. Met dankbaarheid kunnen we terugkijken op deze zo bijzondere, eminente mens.
Bedankt Albertus, en tot ziens bij God.
Br. Huub