Broeder Edward (Johannes Franciscus) Jansen 
1923-10-14 Geboren te Teteringen
1943-01-17 Intrede (Noviciaat op de Volksabdij te Ossendrecht)
1944-08-15 Kleine professie
1947-08-15 Grote professie
1944-1945 Basisschool Lunetstraat
1945-1946 Basisschool Leuvenaarstr.
1946-1953 Basisschool Hoogstraat
1953-1959 ULO Juvenaat Huijbergen
1959-1965 ULO Middellaan
1965-1972 ULO Directeur Acacialaan
1972-1986 Directeur Markenhage
1980 Lid Schoolbestuur Congr.
1988 Voorz. Schoolbestuur Congr.
1995 Assistent en medewerker Past. School
2010 Emeritaat in Huijbergen
Het leven van broeder Edward stond helemaal in het teken van opvoeding en onderwijs in allerlei vormen. Zijn loopbaan begint te Breda in de toenmalige Theresiaschool aan de Lunetstraat, en zal ook eindigen in Breda. Meer dan vijftig jaar heeft hij zich ingezet voor de vorming van de Bredase jeugd. Slechts enkele jaren was hij werkzaam in het basisonderwijs, maar al snel ontwikkelde hij zijn talenten en behaalde meerdere akten voor muziek, wis- en natuurkunde.
Op het juvenaat in Huijbergen kan hij zijn muzikale en creatieve talenten o.a. inzetten voor de operettes die gespeeld werden door de leerlingen tijdens de bezoekdagen van de ouders. Gebrek aan financiën loste hij op met verzamelen en verkopen van oud ijzer. Met genoegen dacht hij terug aan zijn Huijbergse jaren maar het was in Breda waar zijn daadkracht en organisatorisch vermogen het best tot zijn recht zijn gekomen. In de turbulente zestiger jaren wist hij in de fusierage die toen heerste de Sylvester ULO, waar hij toen directeur was, te verrijken met een Havo- en later een Atheneum-afdeling. De naam “Markenhage” mocht er zijn en groeide uit tot een grote school, waar hij met onverbloemde trots op terug keek.
Na zijn pensionering bleef hij in de onderwijssector actief als voorzitter van de Scholenstichting Ste. Marie en het onderwijsbureau in Bergen op Zoom. Hij heeft heel wat kilometers in het Brabantse landschap en daarbuiten afgelegd om scholen met raad en daad bij te staan in een tijd dat het onderwijs steeds meer veranderde. Ook toen hij niet meer direct bij het onderwijs betrokken was bleef hij de ontwikkelingen op de voet volgen en gaf ongevraagd zijn commentaar, waarbij je weinig kans van hem kreeg om een andere mening staande te houden. Meerdere jaren heeft hij zich ook ingezet voor de organisatie van de Pastorale school in Breda, in de lijn die Mgr. Ernst graag zag, en waar velen gebruik van gemaakt hebben.
Toch nam hij ook de tijd om te genieten van muziek, van een vakantie naar Frankrijk met medebroeders en van een goed glas wijn of whisky. Hij genoot van een ritje met de bus naar het centrum van de stad om een boek of een DVD te kopen, of gewoon om andere mensen te zien en soms een oud-leerling te ontmoeten. Maar zijn mobiliteit werd minder en minder en in 2010 was zijn lichamelijke toestand zodanig dat hij Breda moest verlaten om opgenomen te worden in de verzorgingsafdeling van de broedergemeenschap Ste. Marie in Huijbergen.
Dit was voor hem een traumatisch gebeuren. Hij die altijd zelfstandig allerlei zaken en problemen voor anderen had geregeld, werd nu afhankelijk van anderen, en dat zou in de loop der jaren alleen maar toenemen. Dat was echt teveel gevraagd! Het lukte hem niet zijn beperkingen en zijn indrukwekkende prestaties met elkaar te integreren, nee er was bij hem geen plaats voor zijn hulpbehoevendheid. Onze aangeboden hulp maakte hem er pijnlijk van bewust dat hij hulpbehoevend was. Hij verweerde zich tegen zijn situatie, en uitte dat in zijn verzet tegen al degenen die hem behulpzaam wilden zijn, verzorgenden en medebroeders. Ik wil hierbij mijn bewondering uitspreken voor onze medewerksters op de verpleegafdeling die, ondanks zijn verzet, hem hebben bijgestaan met meer geduld en begrip dan wij als medebroeders soms konden opbrengen”.
Zijn laatste jaren zouden, ondanks alles, waarschijnlijk prettiger geweest zijn voor hem als hij het afnemen van zijn krachten had kunnen accepteren als behorende tot de realiteit van ons menselijk bestaan waar kwetsbaarheid en kracht zo nauw met elkaar verweven kunnen zijn.
In dankbaarheid willen we terugdenken aan broeder Edward als een getalenteerde medebroeder die zijn gaven en talenten effectief wist in te zetten om mede richting te geven aan de ontplooiing van duizenden leerlingen. Dankbaar zijn we ook zijn familie en vrienden die met hun aandacht en waardering hem de energie
gegeven hebben die hij zeker de laatste jaren zo hard nodig had.
Dat hij, die zoveel moeite had met het accepteren van zijn beperkingen, met zijn vele verdiensten en met zijn falen, opgenomen mag worden in de onvoorwaardelijke liefde van onze Schepper en Heer van alle leven.
Broeder Edward.
Zingen kon ik niet
‘Teveel geschreeuwd in de bus.’
?
Maar als troost zei hij ‘witje’.
Hij begreep het wel,
die steile man.
Kikkerdril
en mijn pantoffelplantje
mocht ernaast.
Jo Blommaert
(oud leerling 1956-1959)