Broeder Bertrand Hereijgers

 

 

 

Geboren te Wernhout        15-10-1925

Ingetreden                           20-11-1944

Eeuwige professie             15-08-1949

Vertrokken naar Brazilië  19-10-1957

Overleden te Cáceres        16-05-2019

Begraven te Cáceres         16-05-2019

Op 15 oktober 1925 werd hij geboren in het gezin van vader Adrianus Hereijgers en moeder Johanna Siemons te Wernhout-Zundert, en gedoopt in de parochiekerk van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Voor de kost moet er hard gewerkt worden en zodra hij met de basisschool klaar is kan hij terecht bij een boer waar hij in de kost is en per week 15 gulden ontvangt. Heel zijn leven zal getekend zijn door aanpakken en de moeilijkheden niet uit de weg gaan. Naast zijn werk bij de boer volgt hij een Algemene Landbouwcursus en behaalt zijn diploma op 21 februari 1944.

Na een korte verkering besluiten beiden te kiezen voor het kloosterleven, naar hij zegt is het de oorlogsellende geweest die hen aanzette voor deze keuze. Zij zal vertrekken als missionaris naar Indonesië en hij kiest voor de broeders van Huijbergen en wordt op 20 november 1944 als negentien jarige postulant ingeschreven op de Volksabdij van O. L. Vrouw ter Duinen. Op weg naar het pas bevrijde Ossendrecht fietst hij langs de puinhopen van het op 5 september totaal uitgebrande klooster in Huijbergen. Met de novicemeester broeder Ignatius verhuist hij naar het evacuatiehuis Lievensberg te Bergen op Zoom waar hij op 14 augustus 1945 zijn noviciaat begint. Een jaar later legt hij voor het eerst zijn geloften af en krijgt als eerste standplaats de Franciscuskweekschool toegewezen waar hij vijf jaar de tuin gaat verzorgen.
Op 7 april 1948 behaalt hij daar ook zijn diploma voor Algemene Tuinbouw. In 1951 staat zijn naam weer op de lijst van verplaatsingen, en vanaf 1 september is hij socius van de novicen en verantwoordelijk voor de tuin van Alverno in Huijbergen.

Een volgende verplaatsing wordt bekend gemaakt in een speciale brief aan de “oversten en broeders” op 25 april 1957 door de algemene overste broeder Clemens: “Als pioniers voor onze stichting in Brazilië hebben we in onze bestuursvergadering van maandag j.l. benoemd: Br. Pamphilius (Overste), Br. Bertrand (Assistent) en Br. Giuseppe.” Op zondag 28 juli zullen zij samen met 350 andere missionarissen uit de handen van Mgr. Alfrink het missiekruis ontvangen in de Catharina Kerk van Utrecht. De voorbereiding was kort. I n het archief is een brief  bewaard gebleven met aanbevelingen betreffende hygiëne en omgangsvormen, en broeder Pamphilius gaat enkele woensdagmiddagen naar pater J. van Rooyen MSC in Arnhem voor een spoedcursus Braziliaans uit diens boek “De taal van Brazilië”.

Dan op zaterdag 19 oktober vertrekt de Charles Tellier van de Scheldekade in Antwerpen naar Rio de Janeiro waar ze op 5 november aankomen. Voor broeder Bertrand komen er een paar moeilijke maanden in Sao Paulo, naast de aanpassing met klimaat en leefwijze valt de taalstudie hem zwaar, hij krijgt er hoofdpijn van en kiest ervoor te helpen in de jongensstad van de M.S.C. paters en zo al doende in de omgang met de jongens de taal te leren. Maar 8 januari 1958 is het zover, in vijf etappes wordt er een afstand van 1.615 km afgelegd en ’s avonds om zeven minuten over acht staan ze in het donker op de zanderige startbaan van Cáceres. Meer dan 60 jaar, met een korte onderbreking in Formosa in 1968, zal br. Bertrand hier zijn leven delen met en naast de zwakkeren in de samenleving. Een commentaar op zijn overlijdensbericht in het regionale dagblad “Jornal Oeste” noemt hem een Robin Hood van een stoet arbeiders en bedienden. Een ander commentaar noemt hem een mens die met zijn leven bewees dat God er is voor iedereen.

Maar ook daar zijn het niet alleen de moeilijkheden van anderen waar hij mee te maken krijgt, de kachel vliegt gemakkelijk in de fik, het gist doet het deeg niet rijzen, rijst en bonen worden niet gaar, er is gesukkel met de pomp en de post uit Bergen op Zoom blijft maar weg, broeder Guiseppe wordt ziek, radio Nederland laat het dikwijls afweten, de vulpen van Pamphilius valt kapot, de gemaakte foto’s vallen tegen omdat het water te warm is voor het ontwikkelen, enz. . . . enz. Maar op 3 maart gaat de school van start met 129 leerlingen, en broeder Bertrand heeft een stukje tuin ontgonnen voor het verbouwen van groenten.

Ook in de relationele sfeer zijn er moeilijkheden, maar de trouwe Bertrand met zijn eenvoud, dienstbaarheid en opgeruimd gemoed blijkt stabiliserende gaven te hebben. Van 1960 tot 1966 is hij dan ook de overste van de communiteit, en in 1999 zal hij lid worden van het provinciaal bestuur.

Door nieuwe uitdagingen aan te gaan ontdekt hij zijn talenten. Over zijn bouwtechnische kwaliteiten is hij kort:  “Er kwamen veranderingen toen bisschop Dom Maximo me zei: Morgen begin je met de bouw van de school van de Broeders (nu Instituto Santa Maria). Daar heb ik leren werken en vanaf toen ben ik bouwer geworden van 110 werken.” Onder andere voorzag hij de kathedraal van een nieuwe houten constructie die sterk genoeg was om het dak te dragen.

In die tijd brengt Dr. Fontes hem in contact met een man die hij in een interview als volgt beschrijft: “zijn lichaam vol blazen, blaren en wonden, hij zat op een mierennest. Zijn lichaam zat onder de mieren. Ik heb de man naar een andere plek gebracht en ben naar een plaats gaan zoeken om hem te herbergen. Het was “wild vuur” (Pênfigo). Deze ontmoeting is het begin van de geschiedenis van het hospitaal “O Bom Samaritano”, waar dankzij de administratieve hulp van broeder Gumarus, gedurende vijftig jaar patiënten met huidziekten, waaronder ook lepra, werden verzorgd en verpleegd.

Zijn kracht om steeds in te gaan op wat er van hem gevraagd wordt mogen we plaatsen in relatie met zijn gelovige liefde voor Maria. Hij werd gedoopt in de parochiekerk van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Op het gedachtenisprentje van zijn eeuwige professie in 1949 staat: “O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, onder Uw machtige bescherming stel ik mijn kloosterleven”.

In de gebedsruimte van het hospitaal “O Bom Samaritano” stond een gehavend Mariabeeldje, zuster Johanna had het gevonden tussen de afval op een vuilnisbelt. Een Maria die wist wat het betekende tot de afval te behoren zou zeker zorgen dragen voor de patiënten met huidziektes die ook aan de rand van de samenleving terecht gekomen waren. Ik herinner me dat hij het tijdens een rondleiding vertelde met een voor mij ongebruikelijke vanzelfsprekendheid. Het zou best eens kunnen zijn dat zijn zekerheid gebaseerd was op zijn eigen ervaringen, hij was immers zo dikwijls begonnen zonder te weten hoe het allemaal zou lopen, en steeds was gebleken dat het goed kwam omdat hij er niet alleen voor stond.

Tijdens ons bezoek begin 2019 aan het intussen lege, grotendeels ontruimde hospitaal, zag ik haar staan naast een opengeslagen bijbel op de balie waar vroeger de patiënten ingeschreven werden, nu opnieuw geschilderd maar niemand meer om bij te staan.

Br. Bertrand, zijn persoon en zijn leven kregen vorm door zijn geloof, een mooie mens en een dienstbaar leven. Ondanks de Nederlandse taal-invloed op zijn Braziliaans, begrepen niet alleen zijn naaste medewerkers in de bouw wat hij bedoelde, ook op 19 augustus 1990, de dag van de religieuzen, als hij in twee eucharistievieringen vertelt over het beleven van de religieuze roeping, of als hij namens de vakbond van de bouwvakkers opkomt voor de belangen van deze arbeiders maakt hij indruk. Niet zijn taalvaardigheid maar eenvoud en oprechtheid gaven gezag aan zijn woorden, voor arm en rijk, geschoold en ongeschoold.

Wij allen, als broer en schoonzus, neven en nichten, goede bekenden en als medebroeders denken dankbaar terug aan deze mooie mens die ons dierbaar is en zal blijven. Dankbaar geven we hem terug aan onze Schepper, daar zal hij de bron van de vrede en liefde vinden die hem tijdens zijn lange leven steeds bewoog in de richting van de zwakkeren in zijn omgeving. Daar mag hij rusten voor altijd.

Br. bram